...

Tropische temperaturen
Nog voor we het vliegtuig uitstappen voelen we de zinderende hitte. Aruba ligt maar 12 graden ten noorden van de evenaar en de gemiddelde dagtemperatuur is tussen de 25 en 30 graden. Het advies wat we krijgen van een Arubakenner is dan ook: 'Pak je koffer en pak vervolgens de helft van je kleren weer uit’. Korte broek en teenslippers en iets voor op je hoofd is eigenlijk alles wat je nodig hebt. Door de wind heb je soms niet door hoe hard de zon gaat, dus een goede zonnebrand is wel handig. Maar als we ’s avonds wat gaan eten in een restaurantje ben ik blij dat ik ook een vestje bij me heb want airco’s staan vaak op vriezen!
 

Parke Nacional Arikok
Om het eiland te verkennen huren we een 4-wielaangedreven Jeep.  Antilliaans gezegde: "Je kunt nooit verdwalen op Aruba want de waaibomen (Divi-Divibomen) wijzen altijd de weg naar je hotel (in het zuiden)". We gaan naar het nationaal park Arikok. Eerst naar de natuurlijk gevormde brug. De grote is een aantal jaren geleden ingestort maar de zogenaamde ‘Baby bridge’ is ook leuk om te zien.Verderop aan de kust ligt een natuurlijk uitgesleten zwembad, ze noemen het 'conchi', Papiaments voor ‘kommetje’. Met een trappetje in de rotsen stappen we het kraakheldere water in. ’s Middags spotten we nog prachtige vogels in het park, maar de bijzondere Shoco (holenuil) hebben we niet gezien en ratelslangen ook niet gelukkig.
 

Vlinderboerderij
Vandaag bezoeken de vlinderboerderij. Het is niet zo groot maar er zijn wel heel veel verschillende soorten vlinders. Je wordt gewoon stil van de schitterende kleuren. Een vriendelijke dame geeft ons een uitgebreide rondleiding door de tuin, waarbij ze alles vertelt over het leven van de vlinders. En dat ze altijd ‘dronken’ zijn van het gistende fruit. De entree is niet goedkoop maar je helpt daarmee ook de instandhouding van de vlinders. Jammer dat we zo uitgebreid ontbeten hebben want de crêpes van het bijbehorende restaurantje ruiken heerlijk.
 

Avondje uit
Het eten in ons resort is prima maar vanavond gaan we ‘uit’. Voor het eten kiezen we een restaurant romantisch aan het strand met de toepasselijke naam ‘Passions on the beach’ van het Amsterdam Manor resort. Of we gereserveerd hebben? In Aruba is het blijkbaar gebruikelijk om te reserveren of het nu druk is of niet. Gelukkig hebben ze nog plek. Leuk: er branden fakkels op het strand en ze hebben verlichte menukaarten. Het eten is niet goedkoop maar zeker de moeite waard. Onderweg naar Palm Beach zien we een heuse Hollandse molen, al heeft ie wel een aparte kleur (roze met wit). We vinden zelfs een echt Hollands bruin café genaamd ‘Rembrant’ en wagen daarna nog een gokje in het Hyatt Regency casino.
 

Palm island
Na een paar dagen lekker zonnen en boekje lezen heb ik wel weer zin om iets te ondernemen. In een klein bootje worden we naar het meeste paradijselijke eilandje gebracht, dat ik ooit gezien heb. Eten en drinken is hier verkrijgbaar via het all-inconcept. Voor de kinderen is er een waterparkje met glijbanen en een bananenboot. Je kunt ook een onderwaterwandeling maken met een soort zeehelm op. Het ziet er vermakelijk uit. 
Wel erg toeristisch allemaal, dus we besluiten maar gewoon een duik te nemen in het tropische water en dat maakt alles goed. Uitgerust met bril, snorkel en flippers zien we in de eerste meters al de meest bontgekleurde vissen.