...

Anuradhapura
Door rijstvelden met waterbuffels en koereigers en overal varanen bereiken we Anuradhapura. Tot 846 na Chr. was dit de hoofdstad en nu nog komen veel boeddhisten hier om offers te brengen. Verspreid door de stad staan verschillende dagoba’s, boeddhistische tempels. Een heel dorp offert op het moment van onze komst een rol van wel 300 meter oranje katoen, welke ze gezamenlijk rond de dagoba Runwanwelisaya wikkelen.

De Leeuwenrots
Op weg naar Polonnaruwa wordt een stop gemaakt bij Sigiriya. De beroemde Leeuwenrots is alleen geschikt voor mensen zonder hartfalen en hoogtevrees en stijgt met zijn 200 meter hoog boven de jungle uit. Bovenop de rots ligt een citadel waar koning Kassapa I (473-491) woonde. Het gewone volk bivakkeerde beneden. Er zijn nog veel bijzondere fresco`s uit de 5de eeuw te zien, maar wat die precies uitbeelden weet tot op heden nog niemand.

Gouden tempel van Dambulla
Op het moment dat de Tamils in de 2e eeuw Anuradhapura bezetten, vlucht koning Valagam Bahu naar de grotten van Dambulla. Nadat hij de stad weet te heroveren, laat hij uit dankbaarheid de grotten ombouwen tot tempels, met vele beelden. Het is momenteel een groot tempelcomplex met Efteling-achtige uitstraling. Er zijn vijf grotten te bezichtigen waarin twee liggende Boeddha's, Visjnu met reïncarnaties, de regalia van de zes vrouwen van de koning en een Boeddha met cobra- schild te bewonderen zijn.

Thee
We gaan op weg naar Nuwara Eliya. Het gebied met een prettig klimaat werd ook wel Little England of New England genoemd: het was de zomerresidentie van de Britse gouverneur en fungeerde als herstellingsoord voor Engelse theeplanters. In het stadje zelf zie je nog veel gebouwen in Tudor-stijl. Bij een bezoek aan de Glenloch theeplantage en fabriek leren we alles over de soorten thee die er gemaakt worden en hoe die in verschillende klasses worden ingedeeld naar grootte en kleur van het blad.

Paalvissers
Langs deze kust op weg naar de ruïnes van de oude forten in Katuwana en Matara, zijn de paalvissers in zee een grote attractie voor toeristen. De vissers zijn slechts op twee tijdstippen per dag te zien, wanneer het water een gunstige hoogte bereikt. Sommigen - de ‘schobbejakken’ volgens Anna -  doen erg hun best plastic vissen te vangen om hun fooi te krijgen. En waag het niet die niet te geven als je hen op de foto zet!