...

Malakka
In Kuala Lumpur worden we opgewacht door reisleider Dennis. In de bus gaan we op weg naar ons eerste onderkomen in Malakka. Het ontbijt, met veel warme en “hete” gerechten met weinig brood, is fantastisch. We ontmoeten onze lokale gids Sara en beginnen met een stadstour door het oude Chinatown. We zien de oude (niet zo fraaie) haven, een Chinese tempel met een eeuwenoude waterput en de bekende roodgekleurde Christchurch. Daarna maken we een pittig klimmetje naar de top van een Chinese berg bezaaid met graven - die van de voornaamste Chinezen bovenaan en de laagste sociale klasse onderaan. ‘s Avonds zijn we in opgesierde fietstaxi’s met luid toeterende en muziek makende herrie naar de haven vertrokken. Daar hebben we een prachtige tocht van ongeveer 45 minuten over de Malakkarivier gemaakt in het donker.

Cameron Highlands
Weer in de bus rijden we langs verschillende theeplantages en stoppen bij een theehuis met een prachtige tuin, waar we een soort cakeje met aardbeienjam en slagroom kregen voorgeschoteld en uiteraard thee natuurlijk. Eenmaal aangekomen bij de zogenaamde fabriek voor het verwerken van de theebladeren tot thee, bleek deze fabriek eigenlijk een soort museum te zijn, bedoeld om toeristen te informeren. Op naar de aardbeienfarm, waar de aardbeien ongeveer op dezelfde manier worden gekweekt als bij ons, ze smaakten alleen niet zo lekker als bij ons in de Betuwe.

Ipoh – Kuala Kangsar
Op weg naar het regenwoud maken we een stop bij de Sam Poh Tongtempel uitgehouwen in de grotten met een enorme schilpaddenvijver. Daarna gingen we naar een mangrovebos. We liepen over een verhoogd planken pad. Deze bomen worden voor het maken van houtskool gebruikt. De volgende stop is dan ook waar deze houtskool gemaakt wordt. Daar aangekomen werd op zeer bevlogen wijze door de sterk acterende eigenaar het proces uit de doeken gedaan. Voor de lunch (nudel goreng met een kippenpoot en een blikje cola) betaalden we voor vier personen 16,20 Ringgit... nog geen € 1 per persoon. Na deze ‘dure lunch’ reden we naar het oude en het nieuwe huis van de Sultan, waar we foto’s hebben genomen. Omdat we toch bezig waren, werd bij de volgende stop de Ubudiah Moskee in the Royal Town van Kuala Kangsar op de gevoelige plaat vastgelegd.

Belum Rainforest Resort
De volgende dag maken we een excursie. We stappen direct vanuit het hotel in een grote speedboot. Onze eerste stop is om een mooie bloem (Rafflesia Arnoldii) te bekijken, welke via een kort steil pad te bereiken was. Daarna een tussenstop om wat snoep of dingetjes te kopen voor de kinderen van ‘Orang asli’. Deze stam zit op een eilandje een aantal kilometers verder varen. Er zitten in totaal 48 mensen op het eilandje, waarvan 29 kinderen. Het is een rommelige, maar toch redelijk schone plek met loslopende kinderen, kippen en eenden. De spulletjes werden verdeeld, foto’s geschoten en de boot weer in. Na een tijdje varen, meren we aan om een wandeling in het regenwoud te maken. Het wandelpad gaat met stijgen en dalen over met keien en wortels bezaaide paden en soms stappen we van steen tot steen over de rivier. Ook al kunnen we ons vasthouden aan een touw, het een gaat toch een keertje mis en Toos haalt een nat pak. Het was een pittige, doch leuke tocht.

Langkawi – Kuala Lumpur
Met de boot gaan we naar het grootste eiland van de 99 eilanden van Langkawi om een extra excursie te maken. We varen dwars door het mangrovebos, dat steeds dichter en smaller wordt. Onderweg spotten we adelaars, maar ook krabbetjes en apen. Het zout van het water wordt via de stam van de mangroveboom afgevoerd naar de bladeren ervan. De gids liet een blad in de zon drogen, waarop later duidelijk de zoutkristallen te zien waren. Op de terugweg nog een grot aangedaan met vleermuizen, stalactieten en stalagmieten (en apen). De volgende dag vliegen we terug naar Kuala Lumpur. We zien onder andere het paleis van de koning, hindoestaanse tempel, een moskee en de beroemde twintowers. Ons laatste hotel staat midden in Chinatown, we gaan lekker chinees eten en verbazen ons over de ruime keus bij de satéstand.