...

De kleur van het zand
De eerste dagen van onze rondreis keken we onze ogen uit in het moderne Dubai, maar vanmorgen stappen we in een andere wereld. De Omaanse chauffeur die ons met een jeep ophaalt bij de grensplaats Al Ain, vertelt trots over zijn land, dat grotendeels bestaat uit zand- en rotswoestijnen. Hij zegt 'Kijk naar de kleur van het zand...  het woestijnzand hier is oranjerood, maar hoe dichter we bij de kust komen hoe lichter het wordt omdat het mengt met het roomwitte zeezand". Zoals de Eskimo’s vele woorden hebben voor ‘sneeuw’, hebben de Arabieren er vele voor ‘zand’. Onderweg stoppen we voor een flinke kudde kamelen, gevolgd door de herder… op een squad! Neen, de tijd staat ook hier niet stil! 
 

Nizwa
De sultan Qaboos is druk bezig geweest om het land te hervormen en heeft daar veel geld aan uitgegeven. Hij wordt alom geliefd voor zijn filantropische beleid om van Oman een welvarend land te maken. Aan de voet van de fortheuvel ligt het oude centrum van Nizwa. De sultan heeft hier een aantal grote, moderne markthallen laten bouwen, waar voornamelijk etenswaar wordt verkocht maar er is ook nog de oude souk. Heerlijk om daar rond te struinen; winkeltjes met kruiden, wierook, koperwerk, terracotta, kleding, maar ook kraampjes met geweren. Overal lopen geiten en ertussen oude manen met lange baarden en tulbanden, jonge mannen met kraakheldere witte dishdasha’s en kummah’s op het hoofd, en vrouwen in gitzwarte abaya’s. 
 

Jabrinfort
Het Jabrinfort is een paradepaardje onder de ruim 3000 overgebleven forten en verdeigingstorens. Het is gedeeltelijk gerestaureerd en zit vol trucjes om eventuele belegeraars het leven zuur te maken: een doolhof van trappen en gangen. Boven de stevige poorten zitten sleuven om de indringers te trakteren op een pijnlijke “douche” van kokende dadelsiroop, de Omaanse “napalm”. In de trappen zijn ingenieuze valluiken verstopt. Onze gids had duidelijk veel plezier in zijn rondleiding door dit ‘verrassingsfort’. Ondanks de vele forten, is de Omaanse samenleving erg vreedzaam. Veel trotse mannen lopen weliswaar stoer met een geweer en kromme khanjardolk over straat, maar deze dienen alleen als sieraden. Schieten en jagen is namelijk verboden in Oman.
 

De metropool Muscat
Overal ruik je de subtiele geur van wierook. 7.000 jaar geleden werd er al wierook internationaal verhandeld langs de zogenaamde ‘wierookroute’, met onder andere het Vaticaan als grote afnemer. Vandaag kleden we ons speciaal aan voor de grote Sultan Qaboosmoskee. Ze zijn wel streng qua kleding, bij de dames moeten ook enkels, polsen en haar bedekt zijn. De enorme moskee is een project dat de sultan bedacht en financierde. Het is maar liefst 4,5 hectare groot, er is ruimte voor 20.000 gelovigen, geheel gebouwd uit Indiaas en Italiaans wit marmer en zandsteen. Er hangen 35 enorme kroonluchters van het fijnste Swarovskikristal en er ligt een Iraans tapijt uit één stuk van 4.300 m². Heel indrukwekkend!
 

Omaanse delicatessen
’s Avonds gaan we samen eten in een van de schaarse Omaanse restaurants. Omdat de Omani's echte zoetekauwen zijn, horen kleine kopjes bittere koffie en zoete dadels bij de traditionele verwelkoming. De tweede verrassing is dat er geen stoelen en tafels zijn, maar slechts een lange smalle kamer met zitkussens op de vloer. De Omani's zelf eten het liefst zittend op de grond. Ook waren zij beruchte zeelieden en handelaars, die graag de buitenlandse keukens proefden. Daarom telt de Omaanse keuken veel Indiase en Afrikaanse invloeden. Dit merken wij als de ober de gerechten komt brengen. Hij legt een lange strook op de grond en brengt meer dan zeventig schotels; verschillende rijstgerechten, hummus, kip, lam, kingfish, inktvis, salades, Arabisch brood, fruit, dipsauzen… Marhaba!