...

Het ontstaan van Pietermaai
Binnen de muren van Fort Amsterdam was in de late 17e eeuw geen plaats meer voor nieuwbouw en zo ontstond de wijk Pietermaai ten oosten van het Waaigat. Het zogenaamde voorstadje is genoemd naar Pieter de Meij, een Nederlandse scheepskapitein die een plantage genaamd ‘Zeelucht’ had op het huidige Julianaplein. Eind 19e eeuw sloopt men de stadmuren en met het vrijgekomen puin wordt een deel van het Waaigat gedempt, waardoor Pietermaai verder groeit. Op een gegeven moment werd de naam van de Pietermaaiweg gewijzigd in Kaya Wilson Godett, een invloedrijke bokser en politicus, maar bij de bevolking is de oorspronkelijke naam in gebruik gebleven.
 

De kleurrijke huizen
Wanneer je nu vanuit de stad langs de Pietermaaiweg wandelt, valt het op dat deze tamelijk dicht langs de kust loopt. Waar de percelen groter worden raakt de weg verder van de kust af. Achter de grote stadsvilla’s waar onder andere de scheepskapiteins en havenmeesters woonden, stonden de slavenhuisjes. Hier woonden de slaven die de schepen door de Annabaai naar binnen moesten trekken. In 1817 gaf admiraal Albert Kikkert het bevel om alle huizen in heldere kleuren te verven. Hij zegt hoofdpijn te krijgen van de schittering van de - in de zon blakende - witte huizen. Dus alle gebouwen kregen een vrolijk kleurtje. Het verhaal gaat dat later aan het licht kwam dat hij mede-eigenaar was van de enige verffabriek op het eiland…
 

Het verval
Tot 1920 had Pietermaai een gemengde bevolking. In de grote stadsvilla’s en landhuizen woonden kapiteins en scheepseigenaren en in de kleine winkeltjes handelaren met allerhande kruidenierswaren. De huizen in de wijk vragen veel onderhoud door de snelle corrosie door het zeezout in de stenen en de hoge waterstand. In de jaren '20 kwam de auto op het eiland en werden (goedkopere) delen van het eiland makkelijk bereikbaar. En Shell bouwde net buiten de stad nieuwe goedkopere wijken voor het personeel van de Isla-raffinaderij. De bevolking trok dus weg uit de dure binnenstad en op een gegeven moment bestond Pietermaai alleen nog uit oude vervallen gebouwen, bewoond door daklozen. De buurt werd langzaamaan overheerst door criminelen, hoeren en drugsgebruikers.
 

De ommekeer
Ongeveer 14 jaar geleden is de ommekeer in de wijk gekomen. De initiatiefnemers van het vernieuwen van Pietermaai waren de oudeigenaren van het bekende Plein Café Wilhelmina en een goudsmid. Ze kregen een vervallen pand aangeboden in de Nieuwestraat en hebben dat eigenhandig helemaal opgeknapt. Met de opbrengsten van de verhuur aan studenten zijn weer andere panden aangekocht en verbouwd.
Inmiddels is Pietermaai weer een moderne, sociale en veilige buurt en the-place-to-be voor een leuke avond uit of een fantastische verblijfplaats midden in Willemstad.
 

Het verhaal van Tony
Coen vertelt: “Een sprekend voorbeeld voor de ommekeer is het verhaal van Tony… Hij is nu 55 jaar waarvan hij er plus minus 28 in de gevangenis heeft gezeten voor allerlei foute zaken. Sinds een paar jaar woont hij in één van onze panden en helpt hij iedereen in de buurt met hand en spandiensten. En op hun beurt helpt iedereen hem weer. Zo heeft hij sinds kort een ID-kaart, is hij weer verzekerd, en krijgt hij binnenkort een nieuw gebit. Dit helpt hem natuurlijk heel erg om zich weer 'volwaardig mens' te voelen en hij helpt ons om een fijne buurt van Pietermaai te maken. Een mooi mens met een hart van goud."