...

Rondwandeling hartje Sevilla
In Parque María Luisa laten we ons bedwelemen door ‘wilde’ sinaasappelen, met vruchten én bloesem aan dezelfde boom. Kenners zeggen dat de beste tijd om deze stad te bezoeken de week voor Pasen is omdat dan de geur van de sinaasappelbloesem wordt gemengd met die van wierook. 
We zien op de Plaza de España prachtige fonteinen met boogstralen, kanaaltjes en gebouwen nog uit de tijd van de wereldtentoonstelling Ibero-Americo van 1929.
 

Het koninklijk paleis van Sevilla
De volgende morgen vertrekken we vroeg naar het koninklijk paleis ‘Reales  Alcázares’. We krijgen een voorbeeldige rondleiding van Chiel, een jonge gids in opleiding, die eigenlijk een studie biologie volgt. Hij legt uit dat veel van dit werelderfgoed tot stand is gekomen door ‘Moorse’ vaardigheden met respect voor de christelijke opdrachtgevers in 1364. In de residentie worden vandaag de dag nog de officiële staatsontvangsten gehouden.
Het Alcázares is een oase in de stad: ‘het menselijk toeven in een paradijs op aarde’. De Patio crucero, kruisgang met in vier hoeken verlagingen met sinaasappelbomen, is zo geplaatst dat de wandelaar de oranje appeltjes en schaduw onder handbereik heeft. In het café nemen we ‘cafe con leche’ met taart en zien we veel amateurschilders op hun vouwstoeltje omringd door sinaasappels en geurige Mirte.
 

Het Alhambra  in Granada
We maken een uitstapje maar het bekende Alhambra. Carlos is onze gids, een Spanjaard die lang in Maastricht heeft gewoond, het klinkt als de start van een mop, maar het was echt waar (met alle voordelen van dien). Hij leidt ons rond door het ‘rode huis’, een middeleeuws paleis en fort van Moorse heersers. Carlos vertelt dat de Moren van oorsprong nomaden waren, een rondtrekkend volk. Daarom kweekten ze alleen maar eenjarige planten (in pot) want die zijn namelijk makkelijk mee te nemen.
’s Avonds eten we in La Casta Neda, een spetterende hammen-tapasbar met topbediening en genieten we van de flamenco-dansen in de grotten van Sacromonte.
 

Moors vs christelijk
Overal in Andalusië kom je zowel Moorse als christelijk invloeden tegen in de kunst en architectuur. De kenmerkende verschillen zijn dat de Moorse gebouwen gesloten zijn door invloed van het woestijnklimaat, terwijl de christelijke bouwwerken meer open zijn (met veel openingen en vensters). Ook in de decoraties zie je tegenstellingen. De Moorse zijn vluchtig gemaakt in gips en bijvoorbeeld het een islamitische schelp wordt gesloten afgebeeld (de bolle vorm) en bij christelijke afbeeldingen wordt juist de binnenkant de open schelp getoond.
Ons wordt uitgelegd welke technieken men gebruikt om de kleurafwisselingen en patronen van de tegels te realiseren. Met veel handige uitvindingen en veel priegelwerk, zoals knippen of snijden… bijvoorbeeld een ingevet touwtje verbrandt tijdens het bakken en geeft een gootje tussen de kleuren.
 

De Kathedraal van Sevilla
De Giralda was vroeger de minaret van een Moorse moskee uit de twaalfde eeuw. In die tijd de hoogste minaret ter wereld. Vier gouden (koperen) bollen prijkten bovenop de toren.
Toen de moskee een paar eeuwen later plaats moest maken voor de kathedraal werd de minaret als  klokkentoren in het nieuwe bouwwerk geïntegreerd.  De bollen verdwenen en bovenop de toren kwam de koperen windvaan Giraldillo. Deze vrouwenfiguur zou de 'Triomf van het overwinnnend geloof' moeten verbeelden. Op de foto ziet u de bronzen kopie, die een aantal jaren geleden tijdens de grote restauratie bovenop stond en nu aan de zuidzijde te bewonderen is .
 

Mooie herinneringen
Aan het eind van de dag besluiten wij de stad verder op eigen houtje te verkennen en niet terug te gaan naar het hotel voor een ‘sightseeing-tour’. We ontdekken El Riconcillo, waar volgens onze reisleider de tapas zijn uitgevonden. Na de smakelijke tapas en fino bestellen we een taxi om weer in het hotel te geraken voor de nachtrust en… om mijn Grote Liefde ten huwelijk te vragen, terwijl onder ons raam muziek gerepeteerd wordt voor de Paasoptocht. Een prachtige afsluiting van een mooie reis.