Skip navigation

Reisverslag: Rondreis India: 20 december - 4 januari

Door: Jan Baars, Dinxperlo 
India
Rondreis India: 20 december - 4 januari

Twee dagen voordat we op reis zullen gaan ligt Nederland nog onder een dikke deken van sneeuw. We zullen op maandag 20 december vertrekken, maar de zaterdag ervoor ligt Schiphol plat vanwege de barre weersomstandigheden. Er wordt niet gevlogen. Het is dus de vraag of onze reis wel op tijd zal kunnen beginnen.
We willen niet het risico lopen dat we maandag te laat op het vliegveld aankomen. Daarom gaan we zondagavond vast naar Alphen aan de Rijn om de volgende morgen vroeg de bus naar Schiphol te kunnen pakken. Gelukkig zijn de weerberichten zondag wat gunstiger.

Maandag zijn we op tijd aanwezig om in te checken voor vlucht LX 725 (A 320) van Edelweiss Air, een partner van Swiss Air. Het vertrek is gepland om 9.45 maar daar komt wat tijd bij omdat er drie koffers in het bagageruim blijken te liggen, die geen bijbehorende passagiers hebben. We moeten wachten totdat de koffers zijn verwijderd en dan beginnen we aan de ruim 600 km naar Zürich.

Het is een rustige vlucht tot vlak bij Zürich. Als de landing ingezet wordt, zwaaien we van links naar rechts. Hebben we een PIO (piloot in opleiding) aan de stuurknuppel? Er gaat een zucht van verlichting door het toestel als we eenmaal op de grond staan. Het applaus is de ontlading van de spanning. Maar nu de volgende hindernis. We moeten heel hard rennen om op tijd bij het toestel naar Delhi te zijn. Het lukt en al rennend ontdekken we al een paar “Krassers”, die we in de komende twee weken als reisgenoot zullen hebben.

We vliegen via Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Zwarte Zee, Armenië, Kaspische Zee, Afghanistan en Pakistan naar Delhi.

Een massa Indiërs staat in de hal van het vliegveld klaar om passagiers in ontvangst te nemen. Het bordje “Kras reizen” wijst ons in de richting van een groepje mensen, dat zich heeft verzameld rond Ed van Tamelen, die ons de komende weken zal gaan begeleiden. Het wachten is nu nog op drie mensen uit onze groep van wie de koffer niet is mee gekomen. Zouden dat die koffers zijn die in Schiphol uit het toestel zijn gehaald? De koffers zijn weg en blijven weg. Dus zullen er formulieren ingevuld moeten worden. Er wordt een schadevergoeding betaald, zodat onze reisgenoten morgen bij de plaatselijke middenstand wat kleding aan kunnen schaffen.

Bij de bus krijgen we een bloemenkrans om en dan gaan we op weg naar ons hotel. Het is nacht, maar op straat is daar niet zo veel van te merken. Verkeer genoeg. Na een lange reis is het lekker uitrusten in hotel “The Residences”. We vallen als een blok in slaap.



Delhi


Na een goede nachtrust en een goed ontbijt gaan we op ons gemak de omgeving verkennen. Het verkeerslawaai is gigantisch. De weggebruikers lijken vastgeplakt te zitten aan hun claxon. Het kan dus blijkbaar nog veel luider en nog veel chaotischer dan in China. Als je hier naar de overkant van de straat wilt, is het goed om na te gaan of alles in je testament goed geregeld is.

Stel je de ergste herrie voor die je kunt bedenken en vermenigvuldig dat met tien. Dan benader je het pandemonium dat Delhi heet. Het is voor toekomstige reizigers een aanrader om oordoppen mee te nemen en die de hele dag in te houden.

Wat de armoede in India betreft worden we gelijk met de neus op de feiten gedrukt. Vlak bij ons hotel is een wijk, waar de woningen bestaan uit oude lappen. Onvoorstelbaar is het dat mensen zo moeten leven. Maar de kinderen spelen heel enthousiast met elkaar. Ze spelen een soort cricket. Daarvoor hebben ze alleen maar twee stokjes nodig.

We gaan eerst een paar flessen water kopen, want dat moet je hier echt niet uit de kraan drinken. Althans, wij niet. De meeste Indiërs hebben die keus niet. Eigenlijk is deze dag een vrije dag, maar Ed komt met het goede voorstel om er samen op uit te gaan. Als je net in India bent is het niet zo’n goed idee om vanuit het hotel het centrum van de stad op te zoeken.

We gaan met de bus naar het Qutb Minar Complex, waar een minaret van 73 meter hoog de plaats markeert van het eerste moslimrijk in Noord-India. Het is, na een ramp waarbij 200 kinderen omkwamen, verboden om de 379 treden van de minaret te beklimmen. Op de binnenplaats staat een 4 e eeuwse ijzeren zuil ter ere van Vishnu.

We bezichtigen en worden bezichtigd. Veel scholieren willen met ons op de foto. We vragen er niets voor.
Buiten het complex hebben alle ijsboeren van Delhi zich verzameld om ons verkoeling te geven. Het zou echter erg onverstandig zijn om hier een ijsje te eten. Wij hebben meer belangstelling voor een hoog opgeladen fiets. De bestuurder kijkt ergens onder de vracht vandaan de wijde wereld in. Het is een raadsel hoe hij die vracht in evenwicht houdt. Ze zeggen hier niet zo gauw dat iets niet mogelijk is. Dat blijkt wel.

Wat een drukte overal. Wat een gekrioel van mensen. En iedereen is op weg ergens naar toe, probeert aan de kost te komen of alleen maar de overkant van de straat te bereiken. Er wonen 1.2 miljard mensen in India. Per jaar komen er net zoveel inwoners bij als er nu in Nederland wonen. En iedereen moet werk hebben en eten en onderdak. Al gaat het steeds beter met India, toch is er nog in veel opzichten een geweldige achterstand in te halen. Er is ook haast niet op te boksen tegen zo’n voortdurende toename van inwoners.

Wat een luxe dat wij gewoon mooie dingen kunnen gaan bekijken, zoals de Lotustempel. Het is een Baha’i-tempel, die gebouwd is in de vorm van een lotusbloem waarvan de bladeren open gaan. De Baha’i komen oorspronkelijk uit Iran en baseren zich op de gelijkheid van mensen en godsdiensten.

Het laatste reisdoel van deze dag is de India Gate, een boog van rode zandsteen ter ere van de soldaten die vielen in diverse oorlogen.



Rajghat


De volgende morgen is de “Hindustan Times” onder de deur van onze kamer door geschoven.
We lezen dat de NGO voor 10.000 dakloze kinderen in India tenten op zet.
Zo hebben ze nog enige bescherming, krijgen ze wat te eten en mogelijk ook nog een beetje onderwijs. Wat een verschil met Nederland. Het is heftig om te zien hoeveel kinderen op straat de beweging met de vingers naar de mond maken: ik wil geld om eten te kunnen kopen.
Daarnaast is het ook bekend dat er een hele bedelmaffia bestaat, die een deel van de opbrengst krijgt en de bedelplekken verdeelt.

De Rajghat staat vervolgens op het programma. Dat is de plek waar Gandhi is gecremeerd. In 1948 werd hij vermoord. Zijn laatste woorden waren: “He Ram”, “O, God”. Die woorden staan gebeiteld in een zwart granieten plaat. Als je die woorden zelf wilt lezen zul je op blote voeten of op je sokken verder moeten lopen als teken van respect. Wij leveren onze schoenen in en gaan op weg.

Gandhi verzette zich geweldloos tegen het Britse gezag. Zijn motto was: “Geweldloosheid is het verzet van de ziel tegen de wil van de tiran…. Zo kan een enkel individu de macht van een onrechtvaardig rijk breken”.

We gaan hierna door naar de Jami Masjid, een enorme moskee die gebouwd werd door sjah Jahan. Dat wil zeggen: hij had daar zijn mensen voor want er waren gedurende zes jaar ruim 5000 mensen nodig om dit werk te klaren. Maar dan heb je ook wat.
Als je je langs de souvenirverkopers en schoenenpoetsers hebt kunnen worstelen, kom je op een grote binnenplaats die ruimte biedt aan 20.000 mensen. Daar is ook de wasvijver. Het water voor de rituele wassing ziet er niet echt fris uit. De uitwerpselen van de vele duiven drijven op het water. Daar word je niet schoon van.

Als we in de stad een hapje eten, zien we een olifant met passagiers voorbij wandelen. Het is erg onrustig in de stad. Er zijn demonstraties vanwege een tekort aan uien. En verder zijn heel veel mensen ook niet tevreden over de werkgelegenheid. We zullen daar deze reis nog vaker iets van merken. De Indiase ME staat klaar om in te grijpen als dat nodig is.
Onze buschauffeur probeert zich tussen de demonstranten en alle andere weggebruikers door te wurmen om ons af te kunnen zetten bij het station. We zullen namelijk de nachttrein nemen naar Varanasi.



Varanasi


We zijn ruimschoots op tijd. Onze bagage wordt door de koffermannen naar het perron gebracht. Het is onvoorstelbaar wat een zware koffers er op het hoofd gedragen worden door reizigers. Dan hebben wij het makkelijker. Overal wordt voor gezorgd. Ook de treinkaartjes zijn geregeld.
Als de trein het station binnenkomt puilen de perrons uit van de reizigers. Het is een gedrang van jewelste. De trein is een paar honderd meter lang. We moeten goed letten op het nummer van onze slaapcoupé.
Als we ingestapt zijn merken we dat de meesten van ons een slaapplaats in het gangpad hebben. De bedden zijn super smal en voor ons veel te kort. En daar moet dan ook de koffer nog bij en de rugzak. Dit wordt even flink afzien.

Omdat de coupé naast ons bed nog even niet bezet is, kunnen we nog een paar uur makkelijk zitten en een stevige gesprek over van alles en nog wat opzetten. Het is interessant om elkaar zo vast beter te leren kennen.
Het toilet in de trein is bepaald niet schoon, maar je zult er op zo’n lange reis toch een keer gebruik van moeten maken. Ogen maar even dicht of een andere kant uitkijken. En goed je handen ontsmetten.
We wurmen ons in de kooi en proberen wat te slapen. Maar de trein komt regelmatig tot stilstand. Nieuwe passagiers stappen midden in de nacht in en krijgen een plekje in de coupé naast ons bed. Ze hebben voor de gezelligheid hun draagbare radio meegenomen. Ze zijn verbaasd dat wij er niet blij mee zijn.
Om half zeven zijn we bij het eindstation. Als we de bagage van de grond pakken, schiet een muis voor onze voeten weg. Er zijn er ongetwijfeld nog veel meer in de trein.

Nu nog een uur met de bus en dan zijn we in hotel Ideal Tower in Varanasi. Het ziet er weer goed uit. Het hotel is een verademing na de treinreis. Met een paar reisgenoten lopen we om 11 uur de stad in. We gaan terrein verkennen.

Varanasi is de heiligste stad van India. Dit is de stad, waar Shiva zich schuil hield, voordat hij in een zuil van licht de hemel in schoot. We wandelen twee en een half uur. Wie wandelt ziet veel. We maken een foto van een baby die hier gisteren op het trottoir geboren is. We laten de foto aan moeder zien. Ze is trots op haar baby.
In de stad hangt smog. Het stinkt naar diesel, naar koeienpoep en vuil. De tuktuks, motorfietsen, bussen en vrachtwagens proberen allemaal hun plekje op de straat te veroveren. Daarbij moeten ze ook nog rekening houden met de koeien die op hun dooie gemak tussen de weggebruikers door sloffen. Wat een land!

We raken de weg kwijt en vragen naar de goede richting. Als je let op de antwoorden, is elke richting goed. We worden uiteindelijk begeleid door een jongen, die voor ons gevoel wel een heel grote omweg maakt, maar wat geeft het. Zo zie je wat van de stad.
Steeds dichter komen we bij de Ganges. Er is politiecontrole voor we door de smalle straatjes verder gaan. Eindelijk zien we de rivier. Maar nu wordt ons duidelijk gemaakt, dat we niet op die trappen mogen zitten, maar naar een soort uitkijkpost moeten gaan. Onzin natuurlijk, maar dat snap je aan het begin van de reis nog niet.
Want als we hoog boven de rivier naar de crematieplaats kijken en het lijkt alsof een van ons een foto maakt, slaat de sfeer helemaal om. Er wordt gedreigd met arrestatie vanwege het overtreden van het verbod om foto’s te maken. Er staan genoeg politiemensen beneden om de “zondaar” naar de gevangenis te brengen als dat nodig is, wordt ons duidelijk gemaakt.
Het kan natuurlijk wel afgekocht worden met een stapeltje rupees en die zijn dan bestemd voor de oude man, die stil zit te wachten totdat hij voldoende geld heeft om zijn stapeltje hout voor de crematie te betalen. Dan kan hij rustig sterven.
We hebben wel door dat we er flink ingeluisd zijn. Er wordt betaald om geen gedoe te krijgen en even later zitten we op de trappen waar we eerst niet mochten zijn.

Vanaf de rivier kun je veel beter naar de bedrijvigheid aan de oever van de Ganges kijken. We huren voor 600 rupees een boot en hebben een goed zicht op de lijkverbranding. Er branden op dat moment 21 vuren.
Later in de middag gaan we met de hele groep nog een keer varen. We zien hoe mannen met dode lichamen op een brancard aankomen. In het Sanskriet roepen ze: “In de naam van God. Dit is de bevrijding”. Als ze bij de rivier komen dompelen ze het lichaam eerst in de Ganges. Daarna wordt het verbrand. Zo’n vierhonderd lichamen worden per etmaal gecremeerd. Dat is werk voor mannen uit de laagste kaste.
Per crematie is ongeveer 400 kilo hout nodig. Dat kost 3000 rupees. En verder moet er betaald worden voor de crematiejongens (500 rupees), het heilig vuur uit de tempel (1000 rupees) en het eten voor de familie en bekenden.
Vrouwen zijn niet aanwezig bij de plechtigheid. Zij maken te veel misbaar. Koeien zijn er wel. Die wandelen rustig tussen de brandstapels door of warmen zich bij het vuur.
Op de rivier drijven bloemenkransen. De as van de overledenen vermengt zich met het water van de Ganges. Als het donker geworden is, drijven er bakjes op het water met lichtjes erin. Het wordt nacht en de crematies gaan gewoon door.



Kerstmuziek


We staan heel vroeg op. Om half zes zijn we al op weg naar de Ganges. De zon komt prachtig op boven de rivier. De paleizen en tempels schitteren in de morgenzon. Er is bedrijvigheid genoeg bij het water. Gelovige hindoes wassen zich in de heilige rivier, poetsen hun tanden met Gangeswater en drinken het water zelfs. Wasmannen slaan met stokken op het wasgoed om het weer schoon te krijgen. Een “holyman” deelt stippen op ons voorhoofd uit en tegen betaling worden we ook nog gezegend. En de crematies gaan onverminderd door. Als het goed is betekent een crematie hier bij de Manikarnika Ghat voor de overledene de bevrijding uit de cyclus van geboorte en dood (moksha). Je zou uren kunnen kijken naar alles wat zich hier aan de oever van de Ganges afspeelt. Maar er is nog meer te zien.

De Mahabodhi-tempel staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Dit is de plaats waar Siddharta Gautama 2500 jaar geleden mediteerde over de oorzaak van het menselijk lijden. Uiteindelijk vond hij onder de bodhiboom (ficus religiosa) het antwoord. Vanaf dat moment werd hij Boeddha genoemd. In de tempel staat zijn vergulde stenen beeld. Ook de bodhiboom staat er. Het is een stek van de oorspronkelijke boom.
Ten westen van de tempel staat de Dhamek-stupa met daarin de resten van Boeddha.

Om vijf uur zijn we weer in het hotel. Even rust om alle indrukken te verwerken. Maar ergens in het hotel wordt eigentijds gedreun ten gehore gebracht dat ten onrechte muziek wordt genoemd. Ik besluit om te gaan kijken waar die narigheid vandaan komt. Het blijkt geproduceerd te worden in de zaal waar we het kerstdiner zullen gaan genieten. Tegen beter weten in hoop ik dat men toch nog tot een andere muziekkeuze zal komen, maar dat blijkt veel te optimistisch gedacht.
Als het tijd is om “aan te zitten”, laten de boxen horen wat ze maximaal aan geluid kunnen produceren. Wat is het toch een wonderlijk verschijnsel dat deze “muziek”-terreur tegenwoordig door iedereen overal in de wereld ondergaan moet worden. We zoeken een plekje achter een muur, zo ver mogelijk bij de herrie vandaan. Maar het gedreun gaat door je hele lichaam.
Gelukkig gaat onze reisbegeleider Ed in gesprek met de hotelmanager. De muziek stopt. Het hotelpersoneel begrijpt er niets van. Het is toch kerstmis. Rare lui, die Hollanders!

Gerrit en Hanny komen als kerstechtpaar de zaal binnen met een tas vol cadeautjes. Iedereen krijgt drie geschenken om de volgende dagen aan kinderen uit te delen. Een prachtige, zeer gewaardeerde actie, die de komende dagen vaak een lach op een kindergezichtje tevoorschijn zal toveren.



Allahabad


De plaats waar de Ganges, de Yamuna en de onderaardse mythische rivier Saravati samenstromen heet Allahabad. Het is al sinds de zevende eeuw een heilige plaats die elk jaar miljoenen mensen trekt. Eens in de twaalf jaar komen er zelfs wel 12 miljoen gelovigen hier naar de oever van de Ganges om zich te baden in het heilige water.
In de 16 e eeuw hebben de Mogols de stad ingenomen en de naam Allahabad gegeven.
We wandelen naar de brede oevers van de rivier en kijken naar wat de mensen aan het doen zijn. Maar voor de mensen hier zijn wij eveneens bezienswaardigheden.
Een grote groep mensen maakt offergaven klaar voor de gestorven voorouders. En tot verbazing van de Hindoes zingt Lies mantra’s.
We wandelen in alle rust nog wat door de stad en realiseren ons dat er verder helemaal geen toeristen zijn.
Anand Bhavan, het ouderlijk huis van de familie Nehru – Gandhi is vandaag helaas gesloten. We moeten het doen met een foto door de spijlen van het hek.
Dit is de plaats waar Gandhi het geweldloos verzet proclameerde.



Khajuraho


Vandaag moeten we ruim 300 km reizen. En dat gaat lang duren want de wegen zijn slecht. We zullen Midden India bereiken over smalle wegen en door diepe kuilen. We zijn niet de enige weggebruikers. Afgeladen vrachtwagens passeren we. Op de achterkant staat vrijwel altijd de tekst “Blow horn please”. Het lijkt een overbodige aansporing, want de meeste chauffeurs doen meer met de claxon dan met de rem.
Onze eigen chauffeur dankt aan het Hindoeisme de troost dat hij na zijn dood nog meer levens te goed heeft. Vandaar dat hij durft te passeren als een gewoon mens daar geen heil in ziet. Hij moet ook wel zo rijden, anders zou hij nog uren langer over zijn route doen. Hij is een vaardig chauffeur die er evenals zijn collega’s van uit gaat dat voetgangers, fietsers en motorrijders gewoon de berm ingedrukt kunnen worden. Die moeten zichzelf maar zien te redden. De heilige koeien kunnen hier op meer clementie rekenen, maar ook zij worden opzij getoeterd.

Bij de overgang naar Midden India moet er opnieuw wegenbelasting worden betaald. En dan hobbelen we weer verder. We zwaaien van links naar rechts. Soms zijn we bang dat de bus om zal vallen. Reisleider Ed zegt dat we niet mogen mopperen omdat we in de Efteling voor zulk geschommel dik zouden moeten betalen. Bij ons is het gewoon bij de prijs inbegrepen.
Gelukkig kunnen we aan het eind van onze reis vaststellen dat de vaardigheid van onze chauffeur zo groot is dat we het zonder ongelukken gered hebben.
Dat het niet met iedereen goed afloopt, zien we ook. Op de weg staan twee totaal vernielde vrachtwagens. Even later komen we op een plaats waar een ernstig ongeluk is gebeurd.
Maar je kunt niet zeggen dat de route saai is. We passeren veel dorpjes. We zien apen met elkaar vechten. Er staat zelfs een olifant met passagiers bij een tankstation. Wat zou die nou tanken ?



Tempels


Op de werelderfgoedlijst van de UNESCO staan de tempels die we vandaag bezoeken. Ze werden in de 9 e en 10 e eeuw gebouwd en zijn ongeschonden gebleven omdat ze overwoekerd waren door een dicht woud. In de 19 e eeuw werden ze herontdekt.
We bezoeken eerst de Jaïntempel.
Het Jaïnisme kenmerkt zich door het feit dat er geen god wordt vereerd en door “ahimsa”, dat betekent dat je geen enkel levend wezen kwaad doet. Het Jaïnisme kent evenals het boeddisme geen kasten en offers.
Leven en laten leven is het motto. Aanhangers vegen de grond voor hun voeten schoon zodat ze niet de kans lopen op een klein levend wezen te stappen. Plantaardig voedsel wordt wel gegeten, maar de wortels van de planten nooit.
De Jaïnfiguren in de tempel kun je herkennen aan hun kaarsrechte houding.
De Hindoe-afbeeldingen zijn beweeglijker. Ze hebben een S-vorm.


Er is genoeg te zien op dit grote tempelcomplex. Eerst gaan we naar het gepolijste stenen beeld van Varaha. Dat is Vishnu’s incarnatie als zwijn. Daarna komen de “kamasutratempels”aan de beurt. We gaan naar de westelijke tempels, waar we afbeeldingen zien van 84 liefdestechnieken, die we mogen bekijken, fotograferen, maar niet ter plekke in praktijk mogen brengen. Het gaat hier niet om porno, zegt de gids, maar om levensvreugde. Een zekere lenigheid blijkt trouwens wel een vereiste te zijn.
Er zijn heel veel bezoekers op dit complex waar 25 tempels staan. Wij hebben voor hen evenveel aandacht vanwege de kleurige kleding, knappe gezichten en markante koppen. De meeste Indiërs hebben er ook geen moeite mee om even te poseren.

In de middag kunnen we een paar uur genieten van het zwembad van hotel “Ramada Khajuraho. En wie wil kan mee met een jeep-safari naar het 30 km verderop gelegen nationaal park. Wilde dieren zien we niet. Wel een boomrestaurant met veel rum cola en hartige hapjes en een prachtig uitzicht op de rivier. Onderweg staan we stil in een dorpje waar de mensen met veel vrolijkheid sesamzaad zeven.



Orcha


We moeten de volgende dag vier uur rijden om in Orcha te komen. De chauffeur blijft vertrouwen op meer levens en dus kan hij lekker opschieten. Dit hoort kennelijk bij India. Wie normaal wil rijden bereikt de plaats van bestemming niet, maar moet treurig in de berm gaan wachten op een rustig moment dat nooit zal aanbreken.
Bij een school voor voortgezet onderwijs stoppen we. De leerlingen reageren wat verlegen, vooral de meisjes. Ze krijgen ook niet elke dag bezoek uit Europa.
De lokalen van de school zijn heel basaal. Je kunt er zitten en aan de muur hangt een vrij aftands schoolbord. Het niveau van het onderwijs lijkt echter toch hoog als je let op wat er op het bord staat en wat er in de boeken te zien is.
Het schoolgeld voor een gouvernementsschool is 50 rupees. Het uniform moet dan wel door de ouders betaald worden.
Een privéschool kost ongeveer 3000 rupees per maand (€ 95). Op zo’n school is er elke tweede maandag van de maand een “parents meeting”, waar nagegaan wordt of de leraar het goed gedaan heeft.
Het Engels is de taal die in het hele land gesproken wordt, maar er zijn veel meer talen in India, namelijk 108. Daarvan zijn er 18 officieel.

We vervolgen onze reis door een erg groen gebied. In voorbije jaren zijn de oogsten hier vaak mislukt door de droogte. Boeren pleegden zelfmoord omdat ze de schulden aan de bank niet meer konden voldoen.
Indira Gandhi heeft ervoor gezorgd dat het land van rijke grondbezitters overging in handen van landarbeiders. Toch zijn de verdiensten hier minimaal.
Er moet 10 % belasting betaald worden vanaf 250.000 rupees per jaar. Rijken betalen 40% belasting. India kent 5 % multimiljonairs. Zestig miljoen dus!

Kraaien worden altijd met respect behandeld en van eten voorzien in India. Zij zijn degenen die de geesten vervoeren die nog geen lichaam gevonden hebben.
Ook koeien worden gevoerd. Ze krijgen een handvol groente, hun kop wordt door de offeraar aangeraakt en daarna het eigen voorhoofd. En verder scharrelen de koeien hun voedsel op straat bij elkaar, waarbij ze ook wel eens een hap van de uitstaltafel van de groente- en fruitverkoper nemen.

Ons hotel “Amar Mahal”in Orcha is een sprookje. Vannacht zullen we in een hemelbed slapen, maar eerst staat Jahangiri Mahal nog op het programma.
Dit Mogolpaleis is vernoemd naar keizer Jahangiri.
Het is een gigantisch vierkant paleis rondom een grote binnenplaats en telt 132 vertrekken. Ook ondergronds zijn er heel veel kamers.
Er zou eens flink wat geïnvesteerd moeten worden om dit prachtige gebouw te restaureren, maar daar is geen geld voor. De regering is wel bezig om zwart geld van de Zwitserse banken naar India terug te halen en dat vervolgens te gebruiken voor restauraties.

Aan het eind van de dag wandelen we nog wat door het stadje heen en daarbij belanden we in een heel klein schooltjes met 12 leerlingen, die vandaag ook twee uur les krijgen. De onderwijzer vertelt dat hij tien uur per dag les geeft. Elke twee uur komt er een nieuwe groep.
Dit is onderwijs voor de allerarmsten.



Agra


We verlaten ons sprookjeshotel om acht uur in de morgen. Vanavond zal de zoon van een rijke industrieel uit Delhi hier trouwen. Het hele hotel is voor dit feest afgehuurd. Overal zijn al prachtige bloemstukken opgehangen.

De wegen naar Agra zijn vrij smal en slecht. Af en toe hebben we een klein stukje snelweg. We passeren het ruige gebied waarin de Bandit Queen zich in de tachtiger jaren schuil hield. Zij was op 13 jarige leeftijd uitgehuwelijkt, maar was niet bijster tevreden over de bruidegom en daarom vluchtte zij weg. Na verloop van tijd besloot ze toch weer terug te keren. Maar nu kwamen de bewoners van het dorp in actie. Ze werd uitgekleed en moest naakt water halen. Veel mannen maakten van de gelegenheid gebruik om haar te verkrachten.
Opnieuw vluchtte ze weg. Ze sloot zich aan bij bandieten in het ruige terrein. Bij hen leerde ze schieten.
Samen met deze bandieten ging ze terug naar haar dorp, waar ze de mannen die haar misbruikt hadden, dood schoten. Daarna keerde ze weer terug naar haar schuilplaats. Leger en politie werden ingezet om haar te zoeken, maar ze was onvindbaar.
Omdat deze krachtige vrouw afkomstig was uit de lagere kringen, had zij daar veel sympathisanten, die bij de verkiezingen hun stem op haar uitbrachten. Zo kwam ze in Delhi terecht, waar ze echter later door een rivaal door het hoofd werd geschoten.

Na zes uur rijden over 250 km arriveren we in Agra bij het Rode Fort. Het ligt op de westoever van de Yamuna. Omstreeks 1575 werd het fort gebouwd in opdracht van keizer Akbar. Het is een indrukwekkend gebouw. De entree is een enorme poort, waar apen elkaars verrichtingen en die van ons met belangstelling volgen. Het fort, dat eigenlijk een paleis is, heeft een groot aantal vertrekken, waaronder het harem van de vorst.
Die vorst, sjah Jahan, werd door zijn zoon in het fort gevangen gezet. Acht jaar lang had hij vanuit zijn vertrek zicht op de Taj Mahal die hij voor zijn geliefde vrouw, had laten bouwen. Zijn plan om een zwart marmeren monument voor zichzelf te laten bouwen, heeft hij nooit kunnen uitvoeren.

De volgende morgen verlaten we om zes uur ons hotel al, zodat we om zeven uur direct naar de Taj Mahal kunnen. We worden in twee rijen opgesteld: mannen links, vrouwen rechts. We worden gefouilleerd. Als we goed gekeurd zijn mogen we doorlopen naar het schitterende bouwwerk.
Als kind kreeg ik een boek met daarin een afbeelding van de Taj Mahal. Altijd al heb ik dit gebouw willen zien. En dat is nu zo ver. Fascinerend!
De Taj Mahal is een van de beroemdste gebouwen ter wereld. Het werd gebouwd in 1643 voor Mumtaz Mahal, de favoriete vrouw van sjah Jahan.
De prachtige tombe, een voorstelling van de islamitische paleistuin, kostte 40 miljoen rupees. Er werd 500 kg goud verwerkt.
Twintigduizend arbeiders werkten er twaalf jaar aan.
De vier minaretten zijn elk 40 meter hoog. De dubbele koepel is 44 meter hoog.

Nadat we de groepsfoto hebben gekocht gaan we terug naar ons hotel om te ontbijten. Voor het eerst regent het een beetje.

Fatehpur Sikri, gebouwd omstreeks 1550, staat hierna op het programma. Veertien jaar lang was het de hoofdstad van het Mogolrijk. Het is een goed voorbeeld van een ommuurde Mogolstad met openbare en privéruimten en prachtige poorten.
De vrouwen en bedienden woonden in de Panch Mahal, een open zandstenen paviljoen.
In de Diwan-i-Khas werden de audiënties gehouden. De hofdames konden op het grote plein flaneren en een soort “Mens erger je niet” spelen, waarbij de koning de mogelijkheid had om vanuit zijn vertrekken deze dames te bezichtigen.

Als we terug lopen naar de bus krijgen we vele vriendschapsbetuigingen van verkopers die allemaal hun winkeltje willen laten zien. We hoeven echt niets te kopen. Alleen maar kijken. Ik krijg een verkoper naast me die, als hij van mij gehoord heeft dat ik uit Nederland kom, begint te vertellen dat Nederland een klein land is. De hoofdstad is Amsterdam. Rotterdam is een grote stad. En zo leer je ook nog wat op reis.
Omdat het opnieuw een beetje regent, komen we zonder al te veel verkoopvrienden bij de bus, die ons naar Jaipur zal brengen.
We moeten daarvoor ongeveer 180 km rijden over een stuk snelweg.
Demonstranten steken daar echter een stokje voor, of beter gezegd een paar rotsblokken. We kunnen de snelweg niet gebruiken. Nu moeten we over een grotendeels onverharde weg op de plaats van bestemming zien te komen. Op die weg kunnen twee vrachtwagens elkaar nauwelijks passeren.
Het wordt een grote puinhoop als er ook nog een vrachtwagen door de assen zakt. Alles staat stil.
We moeten wel gaan meedoen met de nationale volkssport, namelijk wildplassen. De vrouwen verdwijnen in de mosterdzaadvelden. Daar dwaalt ook een varken rond dat er voor zorgt dat de dames weer supersnel uit het gewas tevoorschijn komen.
Af en toe rijden we een paar meter. Als we door een dorpje schuifelen, zijn we een bezienswaardigheid.
Om 21.00 uur zijn we eindelijk bij een wegrestaurant waar we een hapje kunnen eten. Even pauze. Dat is voor de chauffeur ook wel prettig. Om half twaalf bereiken we hotel “Chandargupt”. Het ziet er leuk uit. Maar wie aan de voorkant woont, hoort de claxons van de auto’s in alle hevigheid. Ook dat hoort bij India, evenals de krans goudsbloemen die we bij binnenkomst omgehangen krijgen.



Jaipur


We hebben geen wekker nodig om wakker te worden. Daar zorgt het verkeer wel voor. We gaan Jaipur verkennen. Het ommuurde gedeelte is Pink City, waarin het City Palace en de sterrenwacht belangrijke bezienswaardigheden zijn.
City Palace (1 e helft 18 e eeuw) is een indrukwekkend complex, waarvan de maharadja nog steeds een groot deel bewoont. Verder is het in gebruik als museum voor kunst, kleding van vroegere bewoners en van wapens.
Er staan ook twee enorme zilveren urnen (de grootste ter wereld), waarin Madho Singh II vanuit zijn paleis heilig water meenam naar Londen, toen hij die stad ging bezoeken.

Jantar Mantar is een observatorium uit de 18 e eeuw, bestaande uit 16 grote instrumenten, die worden gebruikt om de lokale tijd van Jaipur te berekenen. Het is in Jaipur 29 minuten later dan de officiële tijd in India.
Verder worden de instrumenten gebruikt om de positie van sterren en planeten te bepalen en horoscopen te trekken. Een aantal van de opgestelde instrumenten wordt nog steeds gebruikt om overstromingen, zomerhitte en de kans op een slechte oogst te voorspellen.

Er is nog meer te zien: een groot fort. Amber Fort maakt vanuit de verte al grote indruk. Raj, onze Indiase gids weet ons weer op een voortreffelijke manier langs alle interessante plaatsen te leiden. Gedurende de hele reis heeft hij laten merken over een geweldige feitenkennis te beschikken.
Ondanks het maken van aantekeningen, is het toch niet mogelijk om alles te onthouden. De reis is namelijk een aaneenschakeling van interessante plaatsen.
We zien prachtige poorten, zalen en ornamenten. De soldaten verbleven hier vroeger zowel binnen als buiten het fort. De hoge ligging van het fort maakte het mogelijk om 30 km ver te kijken. Omdat de vijand de watervoorziening af zou kunnen sluiten, werden er in het fort ook waterreservoirs aangelegd.
De vorst had twaalf vrouwen. Daar was hij zuinig op. Hij liet hen bewaken door eunuchen.

Als we alles in ons hebben opgenomen gaan we met jeeps naar beneden. In de bus laat een jonge knul tegen vergoeding zijn goochelkunsten zien.
Van staatswege wordt ons vervolgens dringend aangeraden om een tapijtweverij te gaan bezichtigen. Om de staat niet teleur te stellen voldoen we aan de wens. We worden vorstelijk onthaald op koffie, thee, cola met of zonder rum en hartige hapjes.
Deze vriendelijkheid wekt echter geen koopgedrag op. Alle verkopers kunnen hun tapijten weer oprollen.



Oudejaarsavond


In ons hotel is men druk bezig met de voorbereiding van het oudejaarsbuffet. Wat we niet weten is dat het in de openlucht plaats zal gaan vinden. Er zullen ook veel gasten van buiten het hotel aanwezig zijn.
Het ziet er allemaal prachtig uit. Maar er staan wel weer van die grote boxen! En daar komt veel geluid uit. Het voordeel van buiten zijn is dat het geluid weg kan. En de mooie danseressen die de muziek nodig hebben om zich fraai te kunnen bewegen, maken natuurlijk heel veel goed. Dan neem je de muziek voor lief.
Het went trouwens ook wel, vooral als je zelf het podium op gaat om mee te dansen. En dat doen we. Je ziet groepsgenoten weer eens van een heel andere kant.
Aan het eind van de avond worden er prijzen uitgedeeld voor bijzondere prestaties op de dansvloer. Ook is er taart voor iedereen.
Vier en een half uur eerder dan in Nederland gaan we 2011 in . We wensen elkaar het allerbeste toe. Nog één keer proosten en dan duiken we ons bed in.




Pushkar


Toen de god Brahma al peinzend bloemblaadjes uit zijn hand liet vallen, ontstonden de meren waar omheen het pelgrimsoord Puskar ligt. Er staan hier 400 tempels. Eén daarvan is gewijd aan Brahma.
Het is een plek waar in de loop der jaren veel hippies naar toe zijn gegaan
Op weg naar deze stad vertelt Gerrit in de bus over het bezoek aan het weeshuis waar hij en Hanny kleding en andere nuttige zaken naar toe hebben gebracht. Nico gebruikt de reistijd om ons te vertellen over de relatie tussen het geweldloos verzet en de pedagogiek van Chaim Omer. Het artikel dat hij later ter beschikking stelt wordt gretig gelezen. In voorgaande dagen heeft Lies ons tijdens de busreis verteld over mantra’s.

We logeren in hotel “Master Paradise”, opnieuw een prima verblijfplaats.
Als de koffers op de kamer zijn gezet, gaan we naar de enige Brahmatempel van India. Onze schoenen moeten weer uit en voor de zoveelste keer gaan we op sokken of blote voeten over straat. In Nederland zouden we in de zelfde omstandigheden een paar stevige laarzen aangetrokken hebben, maar we hebben al zoveel Indiagevoel dat we onze schoenen regelmatig onder toezicht van anderen stellen.
De gelovige bezoekers van de tempel gaan naar binnen met suikerbolletjes. Daar houdt Brahma kennelijk van. Maar even later komen de pelgrims met overgebleven bolletjes naar buiten om ze aan de apen te voeren die in grote getale aanwezig zijn.
Daarna wandelen we om het heilige meer, waar vrome Hindoes graag naar toe gaan om hun zonden af te wassen. We komen per ongeluk met onze schoenen aan de voeten op een trap terecht, die een heilige plaats blijkt te zijn. We worden er onmiddellijk weg gejaagd.

De volgende morgen is het ontbijt uitermate bescheiden. Strenge opvattingen over het omgaan met dieren zorgen ervoor dat er geen hartigheid beschikbaar is. Ook het eitje ontbreekt. Dan maar twee boterhammen met jam. Daarmee kunnen we ook wel 225 km afleggen. Een dropje van Jo kan altijd nog dienen als bijvoeding.

Omdat India zo’n enorm land is liggen de bezienswaardigheden ook ver van elkaar. Het landschap waar we doorheen rijden is vlak. De weg naar ons nieuwe reisdoel is redelijk, maar het verkeer blijft heftig. Wanneer we door een dorp of een stad moeten rijden, begint altijd weer het gevecht om die nauwe opening waar je de bus doorheen zou kunnen wringen. Vrachtwagens van enorme afmetingen en zwaar overbeladen, duiken op een gaatje in de verkeerschaos af, geven een concert op de claxon en zetten dan de hele boel vast. Onze buschauffeur werpt zich ook altijd vol overtuiging en enthousiasme in deze strijd. En zo komt het dat we ook vandaag weer het hotel bereiken waar we hebben afgesproken: “Grand Hotel Havel and Resort”. Kras heeft opnieuw een goede keus gedaan.

Grote verbazing! Wat een prachtig gebouw. Ons hotel is een gerestaureerd koopmanshuis. Wij krijgen wel een heel bijzondere verblijf: zitkamer, badkamer, toiletruimte en slaapkamer boven. Wat een luxe!

We wandelen even later naar een ander gerestaureerd koopmanshuis dat ingericht is als museum. De huizen in dit dorp zijn helaas niet allemaal in zo’n goede staat gebleven. Maar de rijkdom van vroeger is duidelijk herkenbaar.
Deze plaats ligt aan de voormalige zijderoute.

‘s Avonds krijgen we een dansvoorstelling, waarbij een meisje in staat is tot wulpse bewegingen, terwijl ze een stapel schalen op haar hoofd heeft. Er wordt ook een poppenspel vertoond, maar de inhoud van het verhaal blijft een geheim. Om ’s avonds te kunnen eten wordt er een beroep gedaan op ons geduld. Ik geef als eerste mijn bestelling op. Als iedereen klaar is met eten, wordt mijn maaltijd binnen gebracht. Maar dat is niet erg, want we genieten ook van elkaars aanwezigheid en alle verhalen die worden verteld.

De reis zit er bijna op. Morgen gaan we terug naar Delhi, waar we voor een paar uur nog een prima kamer krijgen in Hotel The Residences. Onderweg krijgen we gelegenheid om terug te kijken op een bijzonder geslaagde reis. Lies doet het in dichtvorm. Frans bedankt de gids en de chauffeur met een humoristische toespraak in het Engels. Ik mag de dank verwoorden naar Ed voor de uitermate rustige en plezierige wijze waarop hij ons door India heeft geleid.
We kunnen terugzien op een bijzonder geslaagde reis, een gezellige groep en goede begeleiding.

Om 2.05 uur vertrekt onze A 330 – 300 met 236 passagiers van het vliegveld van Delhi. We hebben 6125 km tot Zürich tegoed en daarna nog 600 naar Amsterdam met een A 320.
Weer terug in Nederland verbazen we ons over de rustige wegen. Het getoeter missen we niet.


Dinxperlo, januari 2011.

Jan E.G.Baars
De Meibrink 19
7091 ZH Dinxperlo
jegbaars@hetnet.nl
0315 653290


Ook zin in vakantie na het lezen van dit reisverslag? Bekijk het reisaanbod naar India

Kadobon winnen?

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.