

ma-vr: 08.30 - 17.00 uur
za: 09.00 - 14.00 uur
2e Pinksterdag: 09.00 - 15.00u


Marokko.
Vijftien dagen van huis. Tijdstip van vertrek zeer vroeg in de ochtend. Maar Amsterdam heeft een betrouwbaar nachtbusnet. Gids Michel wacht ons in Marrakech op. Eigenlijk ken ik hem al via de positieve reisverslagen op Internet. Onze reis kan niet meer stuk. Een grote groep, tweeënveertig deelnemers van twintig tot drieëntachtig, veel zestigplussers. Langzaam elkaar leren kennen: de grondhouding van allen is positief. Gesprekken met elkaar – de wereld blijkt telkens weer klein: de kleuterjuffrouw van onze veertigjarige schoonzoon Sjoerd zit in de groep en de achterneef van zuster Cherubine, de oud-rectrix van mijn vroegere school, het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam.
De eerste Dirham’s gepind, het eerste water gekocht, de eerste bloemen gefotografeerd. Michel vertelt over het roulatiesysteem in de bus: met de klok mee, elke dag links twee plaatsen naar voren, rechts twee plaatsen naar achteren. Als je niet mee wil doen, dan een vaste plek op de achterbank. Iedereen doet zonder reserves mee. Tijdens de drieduizend kilometer zijn we de hele bus rond geweest. Gedegen voorlichting over de vierendertig miljoen Marokkanen. Eén kernbegrip in de colleges van Michel is ‘privacy’. Niemand hoeft te weten wat achter de eigen voordeur in het gezin gebeurt. In Amsterdam wringt dat soms, als de gemeente zich met de ouders van lastige Marokkaantjes wil bemoeien.
Een korte avondwandeling door het centrum van Casablanca. De volgende ochtend de grote moskee van Hassan de Tweede, de vorige koning, uit 1996, een mammoetproject, gebouwd aan en boven zee. Iedere Marokkaan heeft er aan meebetaald, het is een symbool van eenheid, gigantische afmetingen, dure materialen. We zijn onder de indruk. Dan naar de hoofdstad Rabat: één van de vele koninklijke paleizen, mooie ruiters voor de poorten. Onze jongste deelneemster fotografeert letterlijk haar prins op het witte paard. We zien het prachtige graf van koning Mohammed de Vijfde, gestorven in 1961. De kwieke stadsgids van zesenzeventig spreekt Duits met een Frans accent en Franse grammatica. Hij weet veel van planten en wijst ons flamingoplant, goudsbloem en hibiscus aan. Hij is een bijzondere vriend van onze gids Michel: twee jaar geleden heeft hij een KRAS.NL-groep gered van een ongeremd omlaag denderende vrachtauto. Het heeft hem een week ziekenhuis opgeleverd. We zijn in de necropool Chellah, romantisch gelegen op de hellingen van de riviermonding. Romeinse resten, graven van Maraboeten – islamitische heiligen, ooievaarsnesten in de bomen. Druk geklepper, overvliegende ooievaars met takken in hun snavels. We zien jonge verliefde Marokkaanse stellen op weg naar de cisternes met heilige vissen / palingen voor gezond nakomelingschap. Ook wij ouderen voelen weer de vlinders in onze buik. De nacht in een leuk bungalowpark in Kenitra buiten Rabat.
In de ochtend de Romeinse stad Volubilis, de meest zuidelijke stad van het Romeinse rijk. Ik ken haar van de platen uit een Imagokalender van jaren geleden. We zien de mozaïeken van Orpheus met de dieren er om heen. Ik vertel aan onze groep het verhaal van Orpheus en zijn Eurydice – men luistert aandachtig. Velen kennen de opera’s van Monteverdi, Gluck of Offenbach. Uitleg over de Romeinse boogconstructie met sluitsteen en over de verschillende zuilentypen. Er groeit daar de acanthusplant en voor het eerst in mijn leven vertel ik met een vers geplukt acanthusblad in de hand het verhaal over de Corinthische zuil en de Romeinse composietzuil. We zien mooie mozaïeken in de triclinia / eetzalen, vaak met uitzicht op de tuinen / peristylia.
Ik vertel hen over mijn mooie olielamp met de ‘Venus in het groen’ van de open dagen van Fons Vitae, waarbij je in Amsterdam op drie hoog van een mooie tuin kan dromen. Sommige deelnemers zeggen, dat ze bij mij wel in de klas hadden willen zitten, altijd leuk voor een lerarenhart. De middagpauze in de bedevaartsplaats Moulay Idriss, idyllisch gelegen met olijfbomen, herders en schapen tussen de bomen – net een schilderij van de ‘Grand Tour’ door Italië. Op weg naar Meknes, de koningsstad van Moulay Ismail, met grote graansilo’s en paardenstallen. De eerste echte markt met schapen- en koeienkoppen. Ank koopt de eerste olijven. Ik verzamel de voornamen van alle deelnemers en hun woonplaats. Het is net een nieuwe klas, die je zo snel mogelijk wilt leren kennen. De sfeer in de groep blijft vriendelijk – bij de maaltijden leer je telkens nieuwe mensen kennen en hoor je nieuwe levensverhalen.
Aankomst in Fes. Onze stadsgids in Fes is gekleed in een djellaba. Hij tilt hem tot de knieën op en laat ons zien, wat zich er onder verborgen houdt. “Hoger ga ik niet” zegt hij lachend. Hij heeft onze harten gewonnen. Ik denk terug aan mijn lessen Romeinse kleding, Latijn begin tweede klas: tijdens de les vóór in de klas verkleden in tunica, toga en Romeinse sandalen, terwijl de les rustig verder gaat. In de pauze als Romein tussen de kinderen door naar de rector en de administratie lopen. We zien de leerlooiers in deMedina / oude stad van Fes. Het is redelijk rustig omdat veel winkels op vrijdagmiddag dicht zijn.
De volgende dag over de Midden Atlas en Hoge Atlas naar het zuiden. In Ifrane zien we groepen leerlingen op skivakantie. We maken op 2100 meter hoogte een wandeling door de sneeuw – de weg is net weer open voor auto’s. Mooie structuren in de sneeuw veroorzaakt door de wind. De huizen worden hier van leem gebouwd. Woestijnachtige landschappen, de eerste oases – langgerekte groene rivierdalen. Aankomst in de woestijnstad Erfoud. Vroeg op voor de tocht met jeeps dertig kilometer de woestijn in. Met Ank een eigen zandduin opzoeken. Zonsopgang. Beestenvoetjes in het maagdelijke zand. De structuren van de wind zijn zichtbaar. Binnen 24 uur stuifsneeuw en stuifzand. Wat is de natuur toch mooi. College van Michel over de religie in Marokko: Islam is voor hen de manier van leven. Hij heeft vier keer een volledige vastenmaand meegemaakt en twee keer zelf meegedaan. Voor toeristen zijn een paar dagen ramadan interessant, de hele reis tijdens deze maand is door de vele beperkingen af te raden.
De reis naar Mekka, de hadj, is voor vele oude Marokkanen, die vaak ongeletterd zijn, een grote uitdaging en beproeving. De hele familie ligt krom om de reis mogelijk te maken. We horen over de schrifttekens van God / Allah, die je met de vijf vingers van je rechterhand kan vormen: duim en wijsvinger bij elkaar en de drie ander vingers omhoog. Dit teken zie je soms nagebouwd met stenen in het landschap naast de tekens voor Koning en Vaderland. We zijn op weg naar Tinerhir. Wandelen door de Todra-kloof, een rivierbedding met steile zijwanden en een stuk lopen door een oase over dammetjes midden in het groen. Een bedelend jongetje volgt ons hinderlijk. Michel moet helpen. “De Marokkanen zijn een trots volk.” “Ja, ja, meneer.” “En jij bent toch een trotse Marokkaan?” “Zeer zeker, meneer.” “Maar waarom bedel je dan?” Bedremmeld kijken. “De koning heeft juist gevraagd niet te bedelen.” Hij druipt beschaamd af.
De volgende dag door de Dades-vallei, een vruchtbare groenstrook met vele kasba’s / woonburchten, velen in verval. Een wandeling door de oase, over een rivierbedding naar de kasba Amerhidil, waar Michel de beheerder kent. We worden hartelijk ontvangen en rondgeleid en begrijpen iets van de leembouwwijze: wanden van leem met toevoegingen van stro en kalk, plafonds van tamariskentakken en riet, van boven bekleed met leem met een toevoeging van zout, om de eventuele sneeuw sneller te doen smelten. De gaten in de muur zijn steigergaten, maar dienen tevens voor de ontluchting. Wij komen in Ouarzazate, de filmstad, langs de filmstudio’s van Atlasfilm met de decors van ‘Antonius en Cleopatra’ en Asterix-films. Ons hotel is in de tachtigerjaren gebouwd als bungalowpark voor grote Marokkaanse gezinnen. Ank en ik hebben twee slaapkamers en een ommuurde binnenplaats vol zon. Nog anderhalf uur voor onszelf. Ik gebruik de Marokkaanse privacy en lig één uur ongekleed heerlijk te zonnen in mijn eigen paradijs. Berichten uit Nederland over slecht weer en ijzel. In de late middag in de buurt van Ouarzazate naar het lemen vesting-dorp Aït Ben Haddou, bekend als decor voor films als ‘Edipo Re’ van Pasolini. De bewoners van Thebe, getroffen door de pest, jammeren voor de muren van de stad aan de oever van de rivier. Deze rivier heeft nu veel water door smeltende sneeuw in de Hoge Atlas. We kunnen alleen op ezels oversteken. Van onze gids horen we dat een uur geleden een jonge ezeldrijver van zijn rijdier viel, dood – hartverlamming. Gedurende ons hele verblijf daar treurgebeden vanaf de moskee. Naast het dorp lag de arena voor de film ‘The Gladiator’.
De volgende dag vanuit Ouarzazate door een Marslandschap naar de woestijnsteden Zagora en Tamegroute. College over het derde kernbegrip van Marokko naast privacy en religie, namelijk ‘hasjouma’ – schaamte / schande. Verliefde jongelui in Marokko hebben het moeilijk: zeer veel sociale controle, af en toe met elkaar in een donkere bioscoopzaal, de schoonmoeder in de huwelijksnacht in de slaapkamer aanwezig, om naar behoefte uit te leggen, hoe puntje bij paaltje komt. Maar de huidige koning Mohammed de Zesde heeft veel gedaan voor verbetering van de positie van de vrouw. De echtgenote moet toestemming geven meerdere vrouwen te nemen. Nog maar één procent van de mannen heeft meer dan één vrouw. In het stadje Tamegroute leidt ons de oude bibliothecaris rond in de iets verwaarloosde bibliotheek met oude handschriften. Sommigen zijn mooi versierd. Hij doet zijn werk al sinds 1958, niks geen fut of FPU – hij laat ons trots zijn persoonsbewijs zien, geboortejaar 1927. Hij dreunt voor ons hardop het Arabische alfabet op en andere wetenswaardigheden, zoals op Marokkaanse scholen gebruikelijk is: de leraar zegt het vóór en de leerlingen antwoorden hardop, totdat ze het kennen en kunnen. We bezoeken ook een heilige plaats, waar een soort broederschap ‘gekken’ die soms jarenlang op genezing hopen, opvangt. Ze leven van liefdadigheid. In een overdekte galerij liggen de patiënten – net zoals in de film ‘Amadeus’, waar de oude Salieri door de gangen van het gekkenhuis loopt. Een medereiziger uit onze groep, die in de psychiatrie werkt zegt, dat deze opvang hier goed werkt – de patiënten gedragen zich rustig.
De volgende dag een lange tocht over de Hoge Atlas naar Marrakech. We komen tot op 2260 meter. De geologische geschiedenis van Marokko is ingewikkeld en er worden langs de route vele mineralen aangeboden. College over de economie van Marokko: veel fosfaten, maar ook veel hennepaanplant, vooral in het ontoegankelijke Rifgebergte in het noorden aan de Middellandse Zee. Het ‘Sahara-zand’, dat af en toe op Nederlandse auto’s valt, is eigenlijk stuifmeel van de hennepplanten in het Rifgebergte. Ik zie al na de volgende storm de bewoners van ons straatje hun auto met stoffer en blik voorzichtig afvegen en dan een week lang ‘high’ rondlopen. In Marrakech bezoeken we meteen de mooie Majorelle-tuinen – mooie exotische bomen en vogels midden in de stad. De volgende dag de bezienswaardigheden, die aan Andalusië doen denken. We lopen uitgebreid door de Medina. Met de hele groep naar een kruidendeskundige. Hij belooft ons een Nederlandse samenvatting van de werking van alle mogelijke kruiden. Hij let op de hoge leeftijd van onze groep en vindt, dat enkele van zijn afrodisiaca bij ons geen kwaad kunnen. Voor elke kwaal van slapeloosheid tot overgewicht en impotentie heeft hij zijn middelen. We worden meesterlijk bespeeld, lachen uitbundig en kopen grif. In de latere middag het Jemaa el-Fna plein. We zien apen en slangen en acrobaten en verhalenvertellers en woestijngenezers. We lopen door rijen etensstalletjes. De schapenkoppen zijn nu gekookt of gegrild. Overal vers geperst sinasappelsap voor dertig cent per glas. De volgende ochtend vrij: een christelijk kerkhof uit de Franse tijd en een boekhandel. De onderwijzer in me koopt voor één euro het eerste werkschrift Arabisch met vele schrijfoefeningen. In ons hotel leest de kofferdrager ons een deel van het schrift voor. Twee bladzijden in het midden zijn een soort aap – noot – mies – plaatjes van de achtentwintig Arabische letters. Ik vraag hem de drie tekens van Allah aan te wijzen. Hij en het baliepersoneel tonen ons de letters ‘a’, de dubbele ‘l’ en de ‘h’ en schrijven ze op, onze allereerste stappen in deze nieuwe wereld. Ik bedenk, dat beginnen met God / Allah nooit verkeerd is. Ze zijn blij met onze interesse. In de middag een lange tocht langs smalle drukke wegen naar Agadir aan de kust in het zuiden. Het is de stad, die op 29 februari 1960 door een aardbeving met 15.000 doden werd verwoest. In de ochtend een excursie naar de grote visafslag. De zeepalingen daar blijken kleine haaien te zijn, maar als haaien zijn ze niet verkoopbaar. De haven met oude houten bootjes, de burcht en een grote Marokkaanse markt in de buurt van de stad.
De middag vrij met strandwandeling, lekker vis eten en met schrijven. In de ontbijtzaal hoor ik aan de buurtafel Oostenrijks. Het blijkt een meneer uit Wenen, die in een Duitse groep meereist, veertien dagen tussen allemaal Duitsers in Agadir, voor een echte Wener een beproeving. Hij vertoont ernstige ontwenningsverschijnselen en is dolblij, dat hij in mij een Oostenrijker in het hotel heeft ontdekt, met wie hij ‘gewoon’ kan praten. Hij reisde jarenlang met zijn vrouw door Marokko, ze is vorig jaar overleden. Nu heeft hij het moeilijk hier. Hij kent Agadir goed: we krijgen een adres en de prijs voor een liter Argania-olie, die we later kopen. We bezoeken de dierentuin / vogelpark in Agadir, entree vijftig cent. Ik heb oud brood bij me en ben van de generatie, die dat niet zonder meer weggooit. Ik schiet een dierenoppasser aan en geef hem het brood. Hij wenkt mij mee te komen. Hij opent een hek: ik sta opeens in het verblijf van de moeflons en voer de bok. Ank maakt foto’s. Ik zie in Artis in Amsterdam niet gauw hetzelfde gebeuren. We kopen het boekje: ‘Arabisch zonder leraar’. Weer flaneren langs de boulevard, warm weer, zonsondergang en vis eten.
De volgende dag op weg naar Marrakech een omweg over Essaouira, 160 kilometer ten noorden van Agadir, prachtig gelegen aan de kust. De haven is kleinschalig en je kan overal dichtbij komen. De binnenstad in de kleuren wit en blauw behoeft restauratie. Ons laatste Marokkaanse geld, 200 Dirham’s – 20 euro. Volgens het ochtendcollege van Michel kunnen we daarvoor zes kippen kopen of één geitje of een heel oude ezel. Toch maar niet. Want op Schiphol zijn ze niet zo blij met levende have. Het wordt een zilveren vingerhoed voor Ank.
Wachten op het vliegveld van Marrakech voor de retourvlucht naar Amsterdam. Ik doe de schrijfoefeningen in mijn werkschrift Arabisch. Met het boekje ‘Arabisch zonder leraar’ kan ik de klankwaarde van de letters thuisbrengen. Twee mooie Marokkaanse grondstewardessen controleren op mijn verzoek mijn pogingen. Ze moeten er hartelijk om lachen, als ik moeite heb met de uitspraakvan de Arabische keelklanken.
Wachten in het vliegtuig op vertrek. Ik kijk uit het raampje. Daar moet ‘airport’ in het Arabisch staan. In mijn boekje staat het Engels, Arabisch in fonetische transscriptie en in Arabisch schrift. Er moet ‘matar’ staan. En inderdaad zie ik van rechts naar links de ‘m’, de ‘t’, de ‘a’ en de ‘r’. Ik ben zo opgetogen over mijn vondst, dat ik onmiddellijk Ank naast me inlicht …… en de passagiers achter me. Ik denk terug aan de reis: we hebben in maart, volgens Michel de mooiste maand in Marokko, heel veel van het land gezien. Alles groen en in bloei. Het weer heeft meegespeeld, de groep heeft meegewerkt, - (bijna) nooit iemand te laat of zoek, we hebben het Michel niet al te moeilijk gemaakt. We hebben in deze vijftien dagen feitelijk een inburgeringcursus Marokko gevolgd en waarschijnlijk meer van het land gezien en begrepen dan de twee Marokkaantjes, die afgelopen november in Amsterdam het linkervoorwiel van onze VW-Touran hebben gestolen.
Bedankt Michel, bedankt KRAS.NL.
Klaus Fischer, maart 2006.

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.