

ma-vr: 08.30 - 17.00 uur
za: 09.00 - 14.00 uur
2e Pinksterdag: 09.00 - 15.00u

Eindelijk een reis van KRAS.NL die de kans geeft om zowel Rajasthan te leren kennen als ook de heiligste plaats voor de hindoes aan de Ganges : Varanasi !
Einde januari vlogen we van Amsterdam naar Delhi, met Royal Jordanian dus een tussenstop in Amman. Daar kregen we ongevraagd al een voorproefje op de chaos die India zo kenmerkt; de luchthaven was gewoon wit van de vele hadjis of bedevaartgangers die vanuit Mekka via Amman terugvlogen naar India. Het was overal een en al anarchie, gedrang en geschreeuw, en omdat velen blijkbaar analfabeet zijn, zocht men gewoon een plekje in het vliegtuig naar Delhi en daar bleef men zitten, zonder acht te slaan op de gereserveerde plaats zoals die op de boardingcard stond. Het kostte heel wat tijd en overredingskracht om toch iedereen min of meer op de juiste plaats in het toestel te krijgen, en toen konden we onze vlucht naar New Delhi vervolgen …
s‘Ochtends heel vroeg arriveerden we dan in New Delhi, op Indira Gandhi International Airport; onderweg hadden we al onze landingskaarten moeten invullen. Hoewel er een soort parcours uitgezet was om iedereen ordelijk naar de douane te leiden, kregen we hier hetzelfde scenario te zien van de “witte golf” aan gelukkige bedevaartgangers. Gewoon maar geduld bewaren, wat sowieso een goede raad is in India !
Eigenlijk verliep de douanecontrole best snel, we haalden onze koffers van de band, wisselden zoals aangeraden wat euro’s voor Indiase rupees (voor één euro kregen we ongeveer 56 rupees, of INR), pinnen behoorde niet tot de mogelijkheden, en we togen naar buiten, waar het nog schemerde en we overvallen werden door vele vertegenwoordigers van reisbureaus met bordjes. Gelukkig, er was ook een KRAS.NL-bordje bij, en de vriendelijke Indiër stelde zichzelf voor als Rajesh, zeg maar “Raj” !
Ook de chaufffeur en bijrijder van de bus stelden zich netjes voor en heetten ons welkom in India, en zo vertrokken we naar ons hotel.
In het donker al zagen we dat India een land is vol contrasten, grote verschillen tussen rijkdom en armoede, heel veel vuil en heel veel mensen. We stopten bij ons hotel, dat niet in Delhi zelf ligt maar in de sattellietstad Gurgaon, hotel Fortune Global Select, waar tot ons groot genoegen al de meeste kamers ter beschikking waren. Was dat boffen, en de kamers zelf waren modern en comfortabel. Voor de liefhebbers was er ook nog een luxe ontbijtbuffet.
Een gedeelte van de groep zou iets later komen, door omstandigheden (de hadj ?) kwamen zij vanuit München met Lufthansa.
Die kwamen inderdaad wat later, met onze reisleider Michel Lebon.
Rond het middaguur waren we allemaal opgefrist en present voor onze middagtocht door Delhi. We keken onze ogen uit, het straatbeeld alleen al is zó indrukwekkend.
Delhi is een oude stad, er zijn resten gevonden van nederzettingen van 7000 jaar geleden, en dit zou volgens vele historici de tiende stad zijn. Een agglomeratie van rond de 20 miljoen mensen is ontstaan, dus het is overal ontzettend druk. Iets wat we niet verwacht hadden, waren de enorme files; volgens Raj zijn er dagelijks ongeveer tien miljoen motorvoertuigen op de weg. De luchtvervuiling knarst ook bijna tussen de tanden, de hoofdkleur buiten is grijs. Grijs van het stof, grijs van het beton, grijs van de lappen tenten waar ook veel mensen in leven … De verschillen tussen armoede en rijkdom zijn groter dan we ooit verwacht hadden, en het alomtegenwoordige straatvuil was ook een schok. Later zou blijken dat zelfs in de rijkere wijken er een hoop vuil door de straten zwerft.
Onze eerste stop was bij India Gate, een grote zandstenen triomfpoort uit 1931, gebouwd door de Britten voor de circa 90.000 voornamelijk Indiase slachtoffers in het Britse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog en de drie Brits-Afghaanse oorlogen. In de poort brandt de vlam voor de Onbekende Soldaat. Het was twintig graden, heiig maar aangenaam. Onmiddellijk stormden ook de eerste souvenirverkopers op de bus af, daar zouden we aan moeten wennen want ze zijn overal !
We zagen het parlementsgebouw Sansad Bhawan, de Presidentiële Residentie, Connaught Place (het centrum van New Delhi) en vele residenties van maharadja’s. New Delhi is feitelijk een nieuwer deel van de stad, gebouwd door de Britten toen Delhi in 1911 de nieuwe hoofdstad werd van hun Kroonkolonie, in plaats van Calcutta. De architecten Baker en Lutyens ontwierpen hier een nieuw regeringscentrum in koloniale stijl, met grote pleinen, brede straten en indrukwekkende regeringsgebouwen, hoewel de architecten niet bepaald vriendschappelijk met elkaar omgingen. Ook na de Indiase onafhankelijkheid in 1947 bleef New Delhi de regeringszetel.
Onze volgende stop was de Bangla Sahib Sikhtempel, een witte tempel met gouden uivormige koepels die erg aan Rusland doen denken. Het sikhisme werd in de 15 de eeuw in de deelstaat Punjab bedacht als een soort positieve synthese of gulden middenweg tussen de concurrerende religies der islam en hindoeïsme, met kenmerken uit beide godsdiensten, om zo een einde te maken aan ruim vijf eeuwen godsdienstoorlogen. Het hindoeïsme en de islam zijn erg tegenstrijdig in hun opvattingen en de strijd tussen die beide religies duurt in India al sinds de tiende eeuw en lijkt ook heftiger te worden, van beide kanten. Het goedbedoelde sikhisme heeft er helaas weinig verandering in gebracht, integendeel, want de sikhs willen op hun beurt ook graag weer een eigen staat, Khalistan, en ook daarvoor worden soms door een minderheid gewelddadige middelen gebruikt.
Om de tempel in te mogen moesten alle schoenen en sokken uit, knieën en schouders bedekt, en iedereen moest een oranje hoofddoekje op, zowel mannen als vrouwen. We werden vriendelijk bejegend door de meeste gelovigen. Na dit bezoek keken we achter de tempel waar een gratis gaarkeuken is opengesteld voor iedereen, ongeacht geloof, ras of afkomst. In ploegen mag iedereen daar binnen, men moet gezamenlijk zingend danken en dan krijgt men een metalen bord met een eenvoudige vegetarische maaltijd van rijst, linzen, groenten en chapatibrood. We konden zelfs een blik werpen in de enorme keuken waar het voedsel bereid werd. Rob Geus zou er niet vrolijk van worden; hygiëne is sowieso een woord dat in het Hindi niet vaak gebruikt wordt !
We worstelden ons verder door het drukke, onnavolgbare verkeer, stopten even bij Raj Ghat, de plaats waar in 1948 de vader des vaderlands Mahatma Gandhi gecremeerd werd, nadat hij vermoord werd door enkele jonge hindoes die zijn verzoeningspogingen tussen moslims en hindoes niet op prijs stelden. De zwartmarmeren plaat is nu het centrum van India, van waaruit alle afstanden gemeten worden.
De laatste stop voor vandaag werd de Vrijdagmoskee of Jamé Mashid, het centrum van Old Delhi. Onze chauffeur Trilocham Singh, een sikh, wrong geduldig zijn bus door nauwe overvolle straatjes, langs marktjes en steegjes waar een wirwar van elektriciteitsdraden doorheenlopen, de meesten natuurlijk illegaal. Elke blik overtuigde ons dat India een wereld apart is ! Uiteindelijk stopten we voor een enorme moskee uit de 17 de eeuw, gebouwd door de Shah Jahan, één van de bekendste islamitische grootmogols die een groot deel van India beheersten van 1526 tot 1707. De moskee is uit rode zandsteen en wit marmer, met een groot binnenplein en slanke minaretten. Onze schoenen moesten uit en om te mogen fotograferen of filmen werd een bijdrage verwacht van 200 INR, ca. 4 €. Op veel plaatsen in India moet er bijbetaald worden voor foto of film.
Ondanks de scheiding van de voormalige Britse kroonkolonie India in een islamitisch Pakistan en een hindoeïstisch India, heeft India nog steeds een van de grootste moslimbevolkingen ter wereld, ruim 13 % van de bevolking, de meesten soennieten, hoewel er ook shiïtische groeperingen zijn.
Inmiddels was het bijna half vijf en boordevol met ongelooflijke indrukken reden we door de straten van Delhi terug naar ons hotel, waar we ’s avonds konden deelnemen aan een superdinerbuffet. En toen maar knus naar onze warme bedjes !
Na een weldadige nacht en een copieus luxe ontbijtbuffet verlieten we het hotel en bezochten de Qutub Minar of Overwinningstoren. Dit complex is feitelijk de eerste moskee die in India gebouwd werd, in de twaalfde eeuw, in opdracht van de grootmogols; feitelijk waren de mogols afkomstig uit het tegenwoordige Afghanistan, maar het woord “mogol” betekent letterlijk “mongool”. Ze waren overtuigde moslims en wilden de hindoebevolking hun geloof opleggen. Deze eerste moskee was daarom heel symbolisch; men liet de bevolking 27 hindoetempels afbreken en daarmee deze moskee bouwen, waardoor er nog heel veel zichtbaar is van de herkomst van de bouwmaterialen. Een hoge minaret moest de overwinning kracht bijzetten, dus werd er een minaret gebouwd van ruim 72 meter hoog.
De Qutub Minar is een van de oudste bewijzen van de eeuwige strijd tussen hindoes en moslims in India. De moskee is niet meer actief, maar het is een prachtig complex, schoon, met prachtig kalligrafeerwerk in zandsteen in het Arabisch en Perzisch. Groene parkieten nestelen in de vele holtes in de muren.
Daarna reden we naar Mandawa, slechts 260 kilometer ten westen van Delhi, maar kilometers kregen tijdens deze reis een hele andere dimensie. De wegen zijn behoorlijk smal, er is veel verkeer en iedereen lijkt te rijden zoals het hem goeddunkt. Onze chauffeur dwong respect af door zijn oplettendheid want de verkeersregels worden erg creatief geïnterpreteerd. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat de meeste wegen in India nauwelijks berekend zijn op zulke hoeveelheden verkeer, zeker het vrachtverkeer is erg overheersend. Veel leuker zijn de vele kamelenwagens die we zagen, typisch voor Rajasthan.
We kwamen dus slechts langzaam vooruit, we hielden het verkeer ook nauwlettend in de gaten, echt rustig zaten we nog niet.
Bij de staatsgrens moesten we een tijdje wachten, want voor commercieel vervoer zoals een toeristenbus moet steeds een aanzienlijk bedrag aan belastingen betaald worden door de chauffeur; rijke toeristen worden langs alle kanten uitgeperst !
De lunchgelegenheid was eenvoudig, we konden bij een soort wegrestaurant lekker buiten in het zonnetje zitten, dat toch gevaarlijk brandde op onze wintervelletjes. Michel raadde ons enkele typisch Indiase gerechten aan zoals thali (een roestvrijstalen bord met vakjes met daarin rijst, brood en meestal vegetarische gerechtjes), samosa (een soort oliebol met een pittige groentevulling) en lassi (een soort yoghurtdrank), maar sandwiches met kaas en zo waren er ook. De koffie was als zo vaak erg slap, de thee meestal goed. De Indiërs zelf drinken meestal milktea, een mengeling van thee met veel melk en nog veel meer suiker.
Na de lunch werd de weg gelukkig een stuk rustiger maar ook veel smaller en landelijker. Het landschap veranderde in een halfwoestijn, droog, met verspreid staande bomen, veel kamelenwagens, geitenkuddes en eenvoudige dorpjes.
Zo arriveerden we tegen 17.00 u in Mandawa, een van de stadjes in het district Shekhawati, een oud landbouwgebied dat steeds erg onafhankelijk gebleven is. Vroeger was het een interessante stopplaats aan de karavaanroutes en vele kooplieden bouwden hier mooie huizen, zogenaamde haveli’s, die aan de binnenkant en soms aan de buitenkant versierd werden met hele bijzondere fresco’s. In het begin waren dat meestal fresco’s met voorstellingen van het dagelijkse leven, goden, planten en dieren, maar na de grotere invloed van de Britten en de vele innovaties die zij introduceerden werden ook auto’s afgebeld, goden in luchtballonnen, telefoons, vliegtuigen, enzovoort. Hiermee is deze regio ook de regio met de meeste fresco’s ter wereld. Helaas wordt dit bijzondere cultuurerfgoed erg slecht bewaard, slechts enkele haveli’s zijn nog bewoond of onderhouden, wat natuurlijk erg jammer is. We bezochten drie haveli’s, weer gevolgd door souvenirverkopers en bedelaartjes, en genoten van dit redelijk authentieke, stoffige plaatsje.
Hier vlakbij zouden we deze nacht verblijven, in het “Desert Resort”, een soort wijds opgezet bungalowpark van semi-lemen hutten, van binnen comfortabel genoeg, van buiten zag het uit als een lemen dorpje. Dit is een van de weinige hotels in deze regio dus het zat goed vol. ’s Avonds konden we mee-eten van een groot dinerbuffet, rond een kampvuur van het werd behoorlijk fris, schreeuwende uiltjes vlogen over, een prachtige sterrenhemel toonde zich. Goedkoop was het zeker niet, maar wel erg lekker en we kregen ook een paar voorstellinkjes te zien van dansers, muzikanten, poppenspelers en krijgers.
Het bed was aangenaam hard en de slaap volgde al snel.
Dag 4 alweer, en al zoveel indrukken. We moesten bijtijds op, stevig ontbijt en nog een laatste blik op onze lemen hutten; het is ook bij daglicht een heel bijzonder complex in en prachtige halfwoestijn. We hadden een flink stuk te rijden, 230 kilometer, waarvan een deel op de “nationale wegen”, dus druk met roekeloze chauffeurs en kameelkarren. Een gedeelte liep over de echte snelweg, waarvan er in India 4 zijn, de meesten nog gedeeltelijk in aanleg. Nu gelukkig geen spookrijders meer, de snelheid ging wat omhoog en zo konden we eindelijk even rustig zitten. Onderweg stopten we wel voor koffie (of hoe ze dat bruine water daar noemen) en lunch, en nog vóór 15.00 uur waren we in Pushkar. Pushkar is ook weer een hele heilige plaats voor de hindoes, want hier heeft de scheppingsgod Brahma een lotusblaadje laten vallen dat veranderde in een heilig meer en hier ligt de enige officiële Brahmatempel. Zijn vrouw Sarasvati had dat bepaald, nadat Brahma na een echtelijke ruzie vreemdgegaan was met een melkmeisje. Omdat de plaats zo heilig is zijn vlees, eieren, alcohol, tabak, drugs en openbare intimiteiten er streng verboden. De tempel was eerlijk gezegd niet heel bijzonder en het meer is ook niet groot. Wel genoten we van wat vrije tijd in de bazaarstraat, dat men met recht een “hippystraat” zou mogen noemen. Er zijn erg veel buitenlanders die in het heilige Pushkar verblijven, inderdaad hangt er een hippysfeer, de meeste winkeltjes verkopen spulletjes die doen denken aan de jaren ’70 en de bazaar is tenminste autovrij. Inderdaad lopen er ook nogal wat hippies rond, tegenwoordig opvallend veel jongeren uit Israël en Japan; op veel plaatsen staan ook aankondigingen in het Japans en het Ivrit.
Die nacht verbleven we in het Pushkar Resort, wederom een wijds opgezet bungalowpark, de huisjes overdekt met felrose bougainvillea, een perfect onderhouden gazon rond een zwembad, en vooral veel rust na de hektiek in Pushkar. Het personeel stond te rillen toen enkele reisgenoten gingen zwemmen, het is voor hen hartje winter !
De volgende ochtend konden we eindelijk eens “uitslapen” tot half acht, rustig ontbijten met gebakken eitjes, warme toast, verse papaja en nescafé. Het zonnetje scheen weer, maar het was nog fris ’s ochtends. We gingen richting Pushkar, slechts 150 kilometer en slechts 3 uur rijden dus. Onderweg wisselden Raj en Michel elkaar af met interessante informatie over dit land en de bevolking; in India hoort daar ook een deel filosofie bij, wat Michel vaak voor zijn rekening nam. Raj is een hele aardige man met een grote kennis van zaken, maar zijn Indiase accent maakte het soms moeilijk hem te volgen. Dus Michel vertelde ons over het hindoeïsme, het jaïnisme, het boeddhisme etc. en de toepassing ervan in het dagelijkse leven, in duidelijk gestructureerde brokken informatie.
Wat we ook overal zagen waren grote hoeveelheden gedroogde mestkoeken, die men met de hand maakte en dan goed gedroogd opslaat op grote stapels, heel kunstig gemaakt. We maakten er zelfs een fotostop voor. Per regio is de vorm van die mestkoeken ook anders ! Het was wel goed te realiseren dat mest hier de belangrijkste vorm is van brandstof, want hout is schaars en duur, en steenkool moet uit het noorden per trein aangevoerd worden, dus ook duur. Voor één liter loodvrije benzine betaalt men ook bijna één euro. Koemest is dus een goed en goedkoop alternatief.
Tegen het middaguur kwamen we aan in Jaipur, hoofdstad van Rajasthan, waar we vast kwamen te zitten in een grote verkeerschaos. Raj kreeg een verontrustend telefoontje, Michel legde uit wat er aan de hand was : er zou die middag in het centrum van Jaipur een islamitische processie zijn, meer bepaald een sjiïtische processie om de dood van Hoessein, kleinzoon van de profeet Mohammed te gedenken, met waarschijnlijk ook zogenaamde geselprocessies, waarbij mannen zichzelf met kettingen geselen om Hoesseins dood te gedenken. De afgelopen jaren had dit steeds tot ernstige ongeregeldheden geleid omdat hindoes een beetje provocerend juist dan óók een processie willen houden; de politie besloot de hele binnenstad af te sluiten en het werd ons dringend afgeraden te gaan kijken.
Ons hotel was het Holiday Inn, een superhotel met luxe kamers, meerdere restaurants en bars. Na een eenvoudige lunch wilden we toch de middag nuttig besteden en we reden naar een oude tempel in de heuvels rond Jaipur, de Gitta-tempel, lokaal ook de “apentempel” genoemd. Het tempelcomplex is ongeveer 800 jaar oud, er staan nog ruïnes van paleizen en het stikt er inderdaad van de apen. Het eigenlijke heiligdom was bijna onopvallend. We keken naar een “heilige koe” die via een hele steile trap op het dak van een ruïne geklommen was, maar er onmogelijk meer afkon. Een leuk alternatief, deze tempel.
Een volgende stop leidde ons naar een blockprintingatelier, waar we een demonstratie kregen van het bestempelen van stof met stempels die uit meerdere delen bestaan. Door elk deel dan in een andere kleur te dompelen, worden kleurige stoffen geproduceerd. Ook tapijten werden er geweven, alles met de hand, een heel tijdrovend proces en uiteindelijk geeneens duur.
Zo kregen we de middag toch goed gevuld. Maar op de terugweg naar het hotel bleken inderdaad alle wegen afgesloten te zijn, de politie was onverbiddelijk, en na enkele mislukte pogingen was er geen andere optie dan te voet te gaan, ruim 2 kilometer. De sfeer op straat was inderdaad vreemd, soms een beetje dreigend, er werd op grote trommen geslagen, de hindoejongeren dronken alcohol en rookten vreemde dingen, omringden ons een paar keer. Later hoorden we dat er zoals verwacht schermutselingen geweest waren tussen groepjes “anders-gelovigen”. In het hotel voelden we ons toch “veiliger”, al hoorden we het lawaai op straat tot diep in de nacht doorgaan.
De volgende ochtend was het weer rustig en we gingen vroeg op pad om fort Amber te bezoeken. De meest sensationele manier om naar het op een steile heuvel gelegen fort te gaan is per olifant, maar dat staat in veel toeristenboekjes … Toen wij er tegen kwart over acht aankwamen was het er al heel druk, er stonden al tientallen touringcars … Sinds 2006 zijn er op last van dierenartsen en dierenbeschermers maatregelen genomen om de olifanten een beter leven te gunnen; zo mogen ze slechts drie maal per dag de heuvel beklimmen met maximaal 2 passagiers. Een groot aantal olifanten werd te oud of niet fit bevonden, en zo zijn er nog slechts een tachtig olifanten die grof betalende toeristen naar boven mogen rijden. Bij het platform was het een geduw en gedrang, geniepig glimlachende Japanners leken wel tussen onze benen door te kruipen. Gelukkig wist Raj alles in goede banen te leiden en reden we koninklijk naar boven, in een tiental minuutjes. Het was heel druk in het fort, het fort op zich is al een doolhof van gangen en trappen maar wel erg mooi, met schitterende schilderingen, met tienduizenden spiegeltjes bezette plafonds, glas-in-lood, fonteinen en tuinen.
Na het bezoek gingen we maar te voet naar beneden, de meeste olifanten waren al vertrokken (er is strenge controle op de “rijtijden”!), maar de vele hardnekkige verkopertjes niet ! Dat werd in India al snel vermoeiend, die honderden verkopertjes en bedelaartjes die ons steeds maar omringden …
Het bezoek aan het Stadspaleis, nog steeds gedeeltelijk bewoond door een maharadja, was ook schitterend, het verschil tussen heel rijk en heel arm is in India wel erg groot.
Door de rose, drukke en superchaotische straten van de oude stad van Jaipur reden we naar een haveli-restaurant, waar we op een rustige binnenplaats even konden uitblazen en lunchen. Een vriendelijke kok toonde hoe een echte Indiase tandoori-oven gebruikt wordt; het brood is heerlijk vers en knapperig.
Voor de namiddag had Michel een geweldig idee : we zouden de oude stad bezichtigen per riksja ! Zo stortten we ons in een lange rij in het verkeer, tussen duizenden andere fietsers door, heilige koeien die midden op de weg staan, vrachtverkeer, marktjes, uitlaatgassen, lawaai en hektiek, maar dít is India ! Met de riksja reden we ook langs het beroemde paleis der Winden of Hawa Mahal, waar de haremdames van de maharadja naar buiten konden gluren door 953 raampjes zonder zelf gezien te worden. Door de aanleg van de gevel – meer is het feitelijk niet – ontstond er een bries, een natuurlijke airconditioning, waaraan de dames zich konden koelen in de bloedhete zomers.
Daarna kregen we een tijd vrij om te voet het stadscentrum te verkennen. Wat een indrukwekkende wereld, zó druk, zó chaotisch (voor ons), zó kleurrijk, zó contrastrijk ! In vieze nissen lagen arme daklozen te slapen, naakte kindertjes groeien op op het trottoir, bedelen waar het maar kan, tussen de marktkramen lag een dode hond, koeien sloffen zich bewust van hun heilige status overal doorheen, vrouwen kleden zich in vele felgekleurde sari’s, alles krioelt door elkaar, verkopers spreken ons met de mooiste smoesjes aan, het is allemaal overweldigend ! India is niet vergelijkbaar met enig ander land, in vele opzichten de overtreffende trap !
Oei, vroeg op, om half zeven al moesten we op weg naar Agra, vandaag was de grote dag, de Dag van de Taj Mahal ! Door de halfwoestijn van Rajasthan reden we oostwaarts, ongeveer een 240 kilometer vandaag, met een stop bij de verlaten stad Fatehpur Sikri. Deze stad werd in de 16 de eeuw in vier jaar tijd gebouwd in opdracht van de grootmogol Akbar en was elf jaar lang de hoofdstad van het enorme mogolrijk, met tot 200.000 inwoners. Nadat Akbar wegens oorlogen aan de westgrens een tijd de stad verlaten had, kwam hij terug en trof de stad vrijwel onbewoond aan. De reden waarom de stad verlaten was is nooit helemaal duidelijk geworden; waarschijnlijk was er voor zo’n grote bevolking toch te weinig water of was het grondwater brak. Een mooie ruïnestad in rode zandsteen, fijn gedecoreerd met kantwerk van steen en interessante praktische details. Slechts een klein gedeelte is goed bewaard gebleven. Boven ons zweefden grote aasgieren en de temperatuur in de zon liep erg op.
Agra is niet ver maar het verkeer stond hopeloos vast, spookrijden lijkt ook hier tot een kunst verheven. Ons hotel was ook het Holiday Inn, een megahotel dat zijn prijzen flink aangepast had aan het toerisme, ook het personeel was hier minder vriendelijk dan elders.
Dus een snelle lunch en dan naar … de Taj Mahal !
De Taj Mahal is hét symbool van het Indiase toerisme, een ongelooflijk mooi grafcomplex maar ook een actieve moskee; de angst voor aanslagen is reëel. Vandaar dat er een verbod is op het meenemen van bagage, scherpe voorwerpen, grote tassen, eten en drinken, etc. etc., en de controle was erg streng en tijdrovend. Maar daar stonden we dan, oog in oog met de Taj … De schoonheid is onbeschrijflijk, dankzij het licht is het uitzicht elk kwartier anders, het is er brandschoon, druk, groen, …
De Taj Mahal werd zoals bekend gebouwd in opdracht van de grootmogol Shah Jahan als grafmonument voor zijn favoriete vrouw Mumtaz Mahal, ergens rond 1630. Er werd 22 jaar over gebouwd, door ruim 20.000 betaalde arbeiders, een aantal buitenlandse bouwmeesters en specialisten en 1000 olifanten. Shah Jahan was een groot liefhebber van wit marmer, dat in Rajasthan in ruime mate voorhanden is, en liet er kunstige motieven inleggen met edelstenen en halfedelstenen, geïmporteerd uit heel Azië. De voornaamste bouwmeester was een Pers en zijn invloed was groot. In de crypte liggen de eenvoudige graven van de twee geliefden.
Men zegt dat Shah Jahan’s verraderlijke zoon Aurengzeb zó verlangde naar de troon dat hij zijn vader gevangen nam en acht jaar lang opsloot in het Rode Fort, van waaruit hij via een spiegel zijn meesterwerk kon aanschouwen voor dat hij stierf.
De Britten hadden in 1830 het snode plan de Taj Mahal af te breken en in Groot-Brittannië te verkopen als tuindecoratie. Ze moesten het plan laten varen “uit gebrek aan kopers”… Daarna hebben ze de Taj wel gerestaureerd, hoewel al heel veel kostbaar inlegweg tot op grijphoogte verdwenen is.
Het rode bijgebouw aan de linkerkant is een actieve moskee; het spiegelbeeld ervan aan de rechterkant is er slechts voor de symmetrie.
De groep verspreidde zich om elk op zijn of haar eigen manier van deze schoonheid te genieten, een adembenemend zicht !
Uitslapen was er weer niet bij, want we moesten ook nog het beroemde Rode Fort bezoeken. Even na acht uur stonden we bij de ingang, toch al opgewacht door een horde bedelaars en verkopers. Het fort werd in de zestiende eeuw gebouwd in opdracht van grootmogol Akbar, voornamelijk in rode zandsteen, met verrukkelijke en gedetailleerde gebeeldhouwde decoraties van bloemen, bananenplanten en olifanten. Het complex is omgeven door hoge muren van bijna 2,5 kilometer lengte en bestaat weer uit een verzameling paleizen, poorten, tuinen en zalen. In de zeventiende eeuw werd het gedeeltelijk verbouwd door Shah Jahan, die er natuurlijk veel wit marmer aan toevoegde; ook zijn latere gevangenis is van ingelegd wit marmer, maar we mochten er helaas niet in.
Daarna gingen we oostwaarts, ongeveer 250 kilometer over smalle, slechte en drukke wegen door een schitterend landbouwgebied. We reden door authentieke dorpjes, bloeiende mosterdzaadvelden, langs waterbuffels en stelden vast dat de mestkoeken hier inderdaad een andere vorm hadden …
Na een aantal uren hobbelen en slalommen bereikten we de stad Gwalior, waar we konden lunchen in een soort broodjeszaak, “Café CoffeeDay”, tegenwoordig ook populair bij de coole Indiaase jeugd. Het was een hele overrompeling voor hen, zo’n groep, en de bediening raakte wat verward, maar het kwam allemaal goed. Lekkere broodjes en sublieme koffie, eindelijk ! Ondertussen zagen we een typisch Indiaas tafereel buiten : vóór het gebouw waar de broodjeszaak in ligt is een parkeerverbod, maar er stonden tientallen motoren geparkeerd. Een paar open vrachtwagens kwamen aanrijden, vergezeld van enkele politieauto’s en een handvol helpers, en ze begonnen de motoren in bestal te nemen en op de vrachtwagens te laden. De eigenaren van de motoren protesteerden maar mochten later hun voertuig tegen betaling komen ophalen bij het politiebureau. Vreemd genoeg liet de politie een tweetal dure, gloednieuwe motoren staan, waarschijnlijk behoorden ze toe aan mensen met “connecties”; corruptie is in India aan de orde van de dag !
We hobbelden verder door het landbouwgebied totdat we tegen vijf uur aankwamen bij Orchha, een klein plaatsje aan het riviertje de Betwa. Het centrum bestaat slechts uit enkele smalle straatjes en één kruispunt, en juist daar kwamen we een bus tegen van een lokaal lijndienstje en zaten we met een probleem. Het kostte veel moeite om in de smalle straatjes ruimte te maken voor elkaar, zodat we konden passeren.
Ons hotel Amar Mahal was echt een paleishotel, met drie grote tuinen, schitterende kamers (met een vreemd extra platform met soms een matras erop ?!), een heerlijk zwembad en een prachtig uitzicht over de Betwa en de veertien mausolea van de Bundela-dynastie.
Orchha heeft slechts een 6000-tal inwoners, ligt in de deelstaat Madya Pradesh en ontstond in de zestiende eeuw toen een lid van de Rajputstam de Bundela’s er een eigen rijkje stichtte, dat vrijwel nooit bezet werd door de mogols.
De volgende ochtend móchten we uitslapen … Toch waren veel passagiers al vroeg op, macht der gewoonte misschien, maar ook om Orchha te gaan bekijken. De mausolea zijn op 200 meter van het hotel, we konden er niet in, en het dorpje zelf ligt 500 meter verder. Er ligt een Ram Raja-tempel, een paleis speciaal gebouwd voor de grootmogol Jahangir toen hij het plaatsje kwam bezoeken (Orchha was slechts zes jaar in handen van de mogols), nu als hotel ingericht, en verder is het gewoon een relaxt, vrij ontoeristisch plaatsje waar we heerlijk konden kuieren, koffie drinken op een klein terrasje, we zagen kleine golfplaten hokjes die dienst deden als kapsalons en ontdekten zelfs een internetcafeetje van één vierkante meter ! Een heerlijke ochtend !
Hoewel de ochtenden erg fris waren, begon de zon tegen het middaguur weer ongenadig te branden, en vertrokken naar Khajuraho, weer 180 kilometer over slechte landwegen. En juist op het beste stukje van de weg kregen we een klapband ! De bijrijder wist de band snel en vakkundig te ontvangen, maar ondanks dat we in the middle of nowhere stonden verzamelde zich al snel een groepje kinderen rond de bus. Een echtpaar had een flinke tas pennen meegenomen om uit te delen, die dachten ze hier veilig te kunnen uitdelen, maar al snel werd er om de pennen gevochten en vijf minuten later waren de meeste pennen al kapot. Konden deze kinderen wel schrijven ? Officieel kan iedereen gratis naar een openbare school gaan, maar de ouders hebben de kinderen vaak nodig op het land of als veehoedertjes en zien het nut niet in van school. Er zijn natuurlijk erg veel kindertjes; India telt ongeveer 1,1 miljard inwoners waarvan één op drie jonger is dan vijftien jaar. Hoewel de bevolkingsgroei de afgelopen jaren statistisch gezien is afgenomen (ca. 1,4 %), komt er natuurlijk een babyboom aan. Ongeveer de helft van de bevolking is ongeletterd, zestig jaar geleden was dat nog negentig procent. De verschillen zijn per deelstaat best groot; in de zuidelijke communistische deelstaat Kerala kan bijna iedereen lezen en schrijven, maar in de armere overbevolkte landbouwstaten in de Gangesvlakte is het leeuwendeel van de bevolking nog analfabeet.
In de namiddag kwamen we aan in Khajuraho, bij het Holiday Inn Hotel. Onze monden vielen een beetje open, van buiten zag het hotel er bescheiden uit maar het interieur leek volledig van wit marmer te zijn. Vriendelijke bediening, mooie kamers, een zwembad, zithoekjes; hier zouden we twee heerlijke nachten blijven !
’s Avonds namen we deel aan het uitgebreide dinerbuffet in het restaurant. We hielden ons vaak afzijdig van vlees en kipgerechten, wat wel zo veilig is, en de vegetarische gerechten zijn héérlijk en afwisselend. Een koele fles Kingfisherbier erbij en het feestmaal is compleet. India heeft sinds enkele jaren ook eigen wijn; de kwaliteit liet volgens kenners erg te wensen over en de prijs is behoorlijk hoog. Het is echter ook mogelijk à la carte te eten, hetgeen wel even tijd kost, maar ook dat is voortreffelijk. Grootste verrassing was dat men hier zelfs rundvlees serveerde, hetgeen in vele deelstaten bij wet verboden is. Volgens enkele medereizigers die het probeerden was het nog zeer smakelijk ook !
We gingen de beroemde “kama-sutra-tempels” van Khajuraho bezoeken; Khajuraho is ook maar een klein plaatsje dat alleen bekend is vanwege de schitterende “erotische” tempels. Die zijn ook ontzettend de moeite waard !
Rond het jaar 1000 werden hier door de Chandela-dynastie 85 tempels gebouwd in een soort tempelstad van 21 km²; het geheel is gemaakt in zandsteen door uiterst vaardige beeldhouwers. De stukken werden exact op maat gemaakt, waarna ze als een soort 3D-puzzel in elkaar gezet werden. Het gaat vooral om het exterieur van de tempels, waarop goden en mensen afgebeeld zijn, bijzonder mooi gedetailleerd. Ongeveer 10 % ervan is erotisch getint, met grappige details en de meest ongelooflijke acties, zoals ook sodomie, homoseksualiteit, groepsseks en zelfs prostituees worden afgebeeld (de “stadsbruiden”, herkenbaar aan een bos mango’s in hun hand). Het geheel ligt in een schoon landschapspark, vol vogels en brutale grondeekhoorntjes.
Nadat de Chandeladynastie in de dertiende eeuw overwonnen werd door de moslims werden er een aantal tempels verwoest en werden de andere tempels door de jungle overwoekerd. Een Britse legerkapitein ontdekte de ruïnes in 1838. Van de ooit 85 tempels zijn er nu nog 22 over, die de reis erheen rechtvaardigen !
Bij de ingang van het complex wachtten ons weer vele hardnekkige souvenirverkopers op, het dorpje is behoorlijk op toeristen ingesteld.
Die middag hadden we een rustmiddag, die velen benutten om even bij te tanken aan het zwembad, voor een wandelingetje of om inkopen te doen.
’s Avonds werd er in het tempelcomplex een eenvoudige “sound & lightshow” getoond, wel aardig. Daarna verleidde het dinerbuffet ons weer ….
Vandaag een echte reisdag, maar liefst 300 kilometer oostwaarts richting Allahabad, en de weg was op z’n zachtst gezegd belabberd. Er wordt echter hard gewerkt aan de wegen, hopelijk zal het wegvervoer de komende jaren snel verbeteren. India is een groot land, ongeveer 80 maal groter dan Nederland, met ook flinke hoogteverschillen, een aantal grote delta’s en dus veel problemen met het vervoer. Met name het vrachtvervoer vraagt vee lruimte op de weg en de meeste steden zijn nauwelijks berekend op grootschalig personenvervoer. Gelukkig wisten Raj en Michel ons genoeg te vertellen en blijft het dorpsleven voor ons prachtig om te zien, maar toch genoten we van elke stop en waren we blij toen Allahabad in zicht kwam. Hoewel … de bus bleek te hoog te zijn voor een aantal treinviaducten, en zo kregen we onverwacht ook nog een stadsrondrit. Allahabad ligt aan de heilige samenvloeiing van de Ganges en de Yamuna-rivieren en is daarom al een zeer oude stad. De oude naam is Pragay, over de herkomst van de naam Allahabad bestaan meerdere versies; de etymologisch meest logische is de versie waarbij de fundamentalistisch ingestelde moslim-mogol Aurengzeb de hindoes wilde pesten en deze stad een typische moslimnaam gaf.
Eén maal om de twaalf jaar is hier een gigantisch groot badfeest, het grootste religieuze festival op aarde, waarbij er meer dan 70 miljoen hindoes op de samenvloeiing komen baden, binnen één maand. Daarvoor worden er uitgestrekte tentenkampen aangelegd en zijn de veiligheidsmaatregelen heel streng, men is erg bang voor aanslagen, al is de rivaliteit tussen hindoeïsme en islam in India al ruim duizend jaar oud. Gelukkig voor ons liep het badfeest op zijn einde, maar de tentenkampen zagen we nog.
Ook tijdens deze maand zou het een prima moment zijn om te trouwen, astrologisch gezien. Vrijwel alle huwelijken in India worden gearrangeerd en de astroloog heeft daarbij een flinke vinger in de pap (en de portemonnee); hij of zij bepaalt ook wanneer men moet trouwen, op welk tijdstip, tot op de seconde juist berekend (geen enkele klok loopt juist in India, dus …). Grote processies met veel licht (elektrisch, er rijdt een generator bij !) begeleiden de echtgenoot, die te paard zijn aanstaande gaat ophalen, geen glimlachje kan er af. Hoewel bruidsschatten officieel verboden zijn in India is dit nog steeds in zwang en vaak een financiële aderlating voor de familie van de bruid, die voor alle kosten opdraaien. De duurste bruiloften gaan vaak door in een duur hotel dat dan gedeeltelijk afgehuurd wordt en het feest duurt de hele nacht, met harde muziek en veel vuurwerk, minder prettig voor de andere gasten. De volgende dag ligt het hotel bezaaid met rommel en worden de ontvangen cadeaus met een vrachtauto afgevoerd !
Ons hotel heette Kanha Shyam, was het enige viersterrenhotel van de stad, maar een kwastje verf zou geen kwaad kunnen. Ook hier was een bruiloft, maar de meesten onder ons sliepen diep na een lange dag !
De volgende ochtend namen we een kijkje bij een mooie neogotische kerk, de Anglicaanse All Saints Church, waarvan het onderhoud gesponsord wordt door ons hotel. Het christendom arriveerde al in 54 na Christus in India, meer bepaald in het zuidoosten, waar de apostel Thomas de leer verbreidde maar daarbij vermoord werd door een hindoepriester; hij ligt begraven in Chennai. Vanaf de zestiende eeuw hebben de vele kolonisten en handelaren op grote schaal geprobeerd de Indiërs te winnen voor het christendom, zoals de Portugezen, de Hollanders, de Britten, enz. Dat resulteerde in enkele enclaves waar het christendom behoorlijk wat invloed heeft, zoals in Goa (tot 1960 Portugees), waar één op drie mensen katholiek is, de zuidelijke deelstaat Kerala (20 %) en ook in de bergstaten Nagaland en Meghalaya. Het christendom heeft wel veel lokale trekjes gekregen, maar kerken zie je regelmatig.
Ons bezoek van deze ochtend was een excursie naar Anand Bhawan, het woonhuis en feitelijk ook politiek centrum van de familie Nerhu, die 42 jaar lang de touwtjes in handen had in India. Eerst Jawaharlal Nerhu, een naaste vriend van Mahatma Gandhi, die de eerste ministerpresident werd van het onafhankelijke India, in 1947. Deze man zag dat de verschillende religies zijn land naar de afgrond dreven en zwoor zijn eigen religie af, schafte het beruchte kastenstelsel in 1949 af en trachtte India te transformeren tot een sterk, onafhankelijk land met een socialistische inslag. Zijn dochter Indira (getrouwd met een Gandhi) nam het roer over maar bleek een hard beleid te hebben tegenover de enorme problemen als overbevolking, armoede, hongersnoden, werkloosheid en godsdienstconflicten, waaronder ook de nieuwe islamitische staat Pakistan. Zij werd door haar eigen Sikhlijfwachten vermoord na een bloedig dispuut met deze groep. Haar zoon Rajiv probeerde op te roepen tot verzoening maar stak zijn hand in het Srilankaanse wespennest van de Tamil Tijgers en werd door hen vermoord, in 1989. Zijn Italiaanse echtgenote Sonia Gandhi is nu voorzitster van de Nationale Congres partij en volgens velen één van de invloedrijkste vrouwen op aarde.
Het huis van de familie Nerhu ziet er lieflijk uit, blauw geschilderd, patio’s en balkons, in een mooie tuin; binnen is er een expositie van het leven in het huis, waar ook Mahatma Gandhi graag te gast was. Het paleis van Indira Gandhi ligt er pal naast.
Inmiddels was de stad tot leven gekomen en het straatbeeld eiste weer de nodige aandacht; suikerrietverkopers, paardenkoetsjes, eetstalletjes, je raakt er niet op uitgekeken. De mensen keken ook naar ons, zo vaak komen hier geen buitenlanders.
Toen reden we richting Varanasi (spreek uit Váranasi, klemtoon op de eerste lettergreep), “slechts” 125 kilometer … Maar het verkeer gooide roet in het eten, het was zó druk en chaotisch, dat we er ruim vier uur over reden !
Inmiddels was het ook niet zonnig meer maar grijs weer, dezelfde kleur als Varanasi heeft, grijs in alle tinten. In Varanasi kwamen we vast te zitten in een enorme verkeersopstopping, wat daar alledaagse kost is. Vanuit de bus stelden we al vast dat Varanasi een wel heel erg chaotische stad is, héél druk, en bijzonder vervuild. Waar mogelijk waren van smerige lappen tentjes gebouwd die door hele gezinnen bewoond werden, zelfs op de vluchtheuvels tussen de overvolle wegen. Koeien hinderen het verkeer als nergens anders, rijen riksja’s beheersen de straten, de lucht is stoffig en knarst letterlijk tussen je tanden. Oei, zó erg hadden we ons Varanasi nooit voorgesteld. Nadat onze chauffeur bijna een halve kilometer tegen het verkeer ingereden had om ons nóg drie hopeloze stoplichten te besparen, kwamen we onverwachts aan in ons hotel Hindustan International. Ook hier was het chaos troef, Raj en Michel stonden geruime tijd aan de receptie dus er was iets mis, maar terwijl wij lunchten kwam Michel ons de kamersleutels brengen. Eenvoudige maar aangename kamers. Helaas deed slechts één van de liften min of meer z’n werk, de andere was defect, maar ja, that’s India. Een erg druk hotel, maar wel schoon en relatief comfortabel.
Ikzelf ging even kijken bij een internetcafé om de hoek, waar de plastic stoelen ook plakten van het vuil, een generator in de deuropening stond (!) om elektriciteit te garanderen en zelfs de computers ongekend groezelig waren. De verbinding was ook niet geweldig, maar dit was één van de beste internetcafés van de stad. Varanasi moest een hoogtepunt worden van onze reis, maar zo voelde het bijlange na niet !
Om vijf uur zouden we op excursie gaan, en onze gidsen hadden maar liefst 18 riksja’s geregeld om ons de stad in te brengen; met de bus zou dat gekkenwerk zijn !
Vanuit de riksja’s keken we onze ogen uit, dit leek wel een andere planeet, zó druk, zó overbevolkt, zó chaotisch, zó vervuild, zó …..
Is dit nu de Hoofdstad van het Hindoeïsme, vroegen we ons af ?! De stad moet al meer dan 5000 jaar oud zijn, gesticht op een hoger gelegen gebied tussen de Ganges en de Varuna na een verschijning van de hoofdgod Shiva, en de stad is altijd al een godsdienstig centrum geweest. Men weet dat bijvoorbeeld ook Boeddha hier geweest is, en Mahavira, stichter van het jaïnisme. Maar ook een stad waar het verschil tussen religies voor grote problemen gezorgd heeft; de moslims hebben hier veel tempels verwoest en nog steeds is er een reële angst voor aanslagen, zowel in moskeeën als in hindoetempels.
De Ganges brengt dit gebied veel welvaart, zeker omdat het een rivier is die door verschillende bronnen gevoed wordt en dus bijna altijd voldoende water heeft, heel bevorderlijk voor de landbouw. Dat moet ook wel, want de Gangesvlakte is één van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld : één op twaalf wereldburgers woont hier in de Gangesvallei !
Varanasi is een hele heilige stad die natuurlijk veel pelgrims trekt; gemiddeld heeft Varanasi ongeveer 1 miljard “toeristen” per jaar en is daarmee de meest toeristische stad ter wereld !
Na een ongelooflijke rit van ruim 20 minuten kwamen we aan mij een modernere winkelstraat dit naar de ghats voert, de terrassen aan de Ganges. Ook hier is het vreselijk druk, overal liggen heilige koeienvlaaien, bedelaars en verkopers verwelkomen ons, en zo lieten we ons met de stroom meevoeren naar de rivier der rivieren in India : de Ganges !
Onder grote parasols zitten de brahmanen, de hoogste kaste der priesters, waar men tegen betaling om een zegening kan vragen. Sommige brahmanen zitten er “gewoontjes” bij, andere zijn helemaal in tenue, met asstrepen op het voorhoofd, lange baard en haren en veel oranje bloemenslingers. Het afrikaantje is dé favoriete bloem voor de hindoes ! Voor een foto wensen de heren 10 rupees.
We sloegen linksaf, waar onder een galerij de meest ascetische der asceten verblijven; meestal mannen die zelfs het bezit van kleding als verfoeilijk beschouwen en hun tijdelijke lichaam insmeren met as, met lange vervilte haren en baarden en naar men zegt een afschuw van alles wat werelds is. Voor een foto eisen ze wel 10 rupees, die ze niet aanraken maar die je op een krant mag leggen; er lag al snel een leuke stapel !
Inmiddels werd het donker, en een stukje verderop kwamen we bij de befaamde crematieghats. Hier absoluut geen foto of video, maar respectvol en zwijgend op afstand kijken. Veel lichamen worden in dure kleden gewikkeld, versierd met ladingen oranje afrikaantjes en dan even in het reinigende water van de Ganges geweekt, alvorens hen op de brandstapel te leggen. Bij de plechtigheid horen geen verdriet of andere emoties, dat hindert de ziel van de dierbare overledene.
We bleven hier maar kort en keerden terug naar de hoofdghat, onderweg aangeklampt door kindertjes die drijvende kaarjes verkochten, kunstig gemaakt van bootvormig gevouwen boombladeren, een kaarsje en natuurlijk de verplichte afrikaantjes.
Vanaf een caféterras aanschouwden we toen het hallucinerend aandoende avondritueel, waarbij zeven priesters Moeder Ganges danken en vereren met muziek en wierook, een overweldigend schouwspel. Dit is het hindoeïsme ten voeten uit, zelden zoiets bijzonders gezien !
Vóór de exodus van de duizenden gelovigen liepen we terug richting de riksja’s. Onderweg zagen we een grote heilige os het zich gemakkelijk maken in een stoffenwinkel, het dier ging rustig liggen in de winkel en rustte uit; voor de winkel betekende dit een symbolische zegen aangezien ze een Shiva-altaartje in de winkel hadden. Shiva’s rijdier is een stier, Nandi.
Helemaal overdonderd door de indrukken gebruikten we ons diner, terwijl – alweer – een bruiloft voorbereid werd in ons hotel ….
Inderdaad, een tumultueuze nacht, het bruiloftgezelschap vierde luidkeels het feest, zonder ook maar enigszins rekening te houden met andere gasten. Wij moesten heel vroeg op, reeds om half zes ging de telefoon, en we zagen de bruid zwaar gesluierd en letterlijk krom lopend van de juwelen naar boven sjokken, naast haar norse, trotse echtgenoot. Hal en trappenhuis lagen bezaaid met rommel, bekertjes, plassen koffie, etc.
Door het donkere, stille Varanasi reden we terug naar de ghats, waar het een drukte was van belang. Ondanks het vroege uur (het was 6.10 u) stonden er al groepen mensen te zingen en te dansen, ondanks de kou gingen mensen baden, het vereren van de heilige rivier gaat het hele etmaal door.
We klommen aan boord van een grote roeiboot, een beetje bibberend in de ochtdmist, en onze lokale gids Ashok liet ons zingen voor de Ganges alvorens we allemaal een lichtje lieten drijven op het water. Hij vertelde ons over de “zelfreinigende eigenschappen van de heilige rivier”, maar gaf later toch wel toe dat de rivier vreselijk vervuild is. We hoopten een zeldzame Gangesdolfijn te verschalken, maar de enige dolfijn die we zagen was al lang dood. Souvenirverkopers per boot klampten aan, verkochten weinig, we hadden veel meer aandacht voor de badende hindoes, de wassers, een aantal afgezonderde heilige mannen en natuurlijk de crematieghats. Vlak daarbij stapten we ook uit, tussen immense hoeveelheden hout. Voor een beetje normale crematie is er volgens de hindoes voor een volwassen lichaam 440 kilo hout nodig; het dure sandelhout is natuurlijk voorbehouden aan de rijksten. Aangezien er in de Gangesdelta vrijwel geen bossen meer zijn, moet al het hout van ver aangevoerd worden. Het lichaam wordt op een bamboe ladder gebonden, bedekte met kleden en bloemen, besprenkeld met Gangeswater, er moet wat Gangeswater in de mond van de overledene, en dan wordt het lichaam in de houtstapel gelegd, die met wat boter extra snel brandt. Emoties zijn niet gewenst, die hinderen de ziel op weg naar de volgende incarnatie of zelfs het nirvana !
We wandelden door de hele smalle straatjes, echt door een andere wereld, een keer moesten we zelfs opzij voor enkele mannen die een overledene op een ladder richting crematieghat droegen. We werden er helemaal stil van …
Ashok toonde ons vanuit een zijstraatje de zogenaamde Gouden Tempel, met een teleurstellend gouden koepeltje, bedekt met een dikke laag vuil. Pal ernaast staat een enorme blauwwitte moskee die er in de 18 de eeuw door de fanatieke mogol Aurengzeb geplaatst, om te provoceren. Helaas is de sfeer om die moskee ook nu nog zeer gespannen en stikt het er van politieagenten.
We reden terug naar het hotel. Toen ik uit mijn raam naar buiten keek schrok ik toch even : in de verte zag ik de verlichte gouden M van MacDonalds en welgeteld 14 hoge minaretten; in de heilige stad van het hindoeïsme stikt het van de moskeeën !
Na het ontbijt bezochten we de “Moeder India-Tempel”, een hele rare, gekunstelde tempel voor het moederland. De schoenen moesten wel uit, uit respect, en binnen lag er eigenlijk alleen een heel groot reliëf in de vorm van India in de vloer, op zich wel erg mooi. Het idee achter de tempel is toch een beetje vreemd.
Ons volgende bezoek leidde ons naar een brokaatweverijtje, waar een drukke verkoper ons alles uitlegde over zijde en brokaat en ons natuurlijk ook meetroonde naar een showroom. Na wat afdingen bleken de prijzen toch heel redelijk te zijn en er werd grif gekocht door met name de dames van ons gezelschap ! Op weg naar ons hotel kwamen we weer muurvast te zitten in het ongeordende verkeer …
De namiddag was gereserveerd voor Sarnath, een boeddhistisch heiligdom vlakbij Varanasi. Hier stak Siddharta Gautama, met de titel van Boeddha (“Verlichte”) zijn eerste preek af, waardoor hij het boeddhistisch tijdswiel in werking stelde en zijn poging deed de wereld te verlossen van alle lijden. Dat gebeurde rond 535 voor Christus, en Boeddha was daarmee een groot wereldverbeteraar, die zich onder andere afzette tegen het hindoeïstische kastensysteem en de daarmee samenhangende discriminatie van de minderbedeelden. Erg veel is er niet meer te zien, er staat een stuk van een oude stoepa, wat fundamenten van een klooster, maar het is wel erg schoon. Het museum toont wel een aantal archeologische schatten, en buiten zijn er wat kleinere heiligdommen gebouwd. Het begon warempel te onweren en het regende eventjes. Dat was schrikken, want de regen liet zwarte vlekjes achter op onze kleding ! Om te besluiten nam Michel ons nog mee naar één van de buitenlandse tempels die hier gebouwd zijn; vee boeddhistische landen hebben hier een eigen tempel gebouwd, in hun eigen stijl. Wij keken bij een Tibetaanse tempel en we troffen het, er was juist een gebedsdienst aan de gang, met tientallen chantende monniken, grote bazuinen, trommels, bekkens en grote bakken wierook. Wat een verrassing !
Wat een dag, wat een stad, wat een samenleving, we raakten er niet over uitgepraat ! ’s Avonds dineerden we gezellig samen in het goede hotelrestaurant, heerlijke gerechten en een welverdiende fles Kingfisherbier, om dan een lange nacht in te gaan !
Vandaag toch weer een spannende dag, want we zouden per nachttrein terugrijden naar Delhi !
De kamers moesten om 12.00 u leeg zijn, maar we kregen wel twee hospitality rooms waar we ons eventueel toch konden opfrissen en onze handbagage kwijtkonden. Dus voor een keertje niet zo vroeg op, een heerlijk rustig ontbijt en dan namen we een tuctuc om nu eens alleen langs de ghats te lopen. De bloemenstalletjes voerden de oranje afrikaantjes weer met vrachten aan, de brahmaanse priesters zaten klaar om te zegenen, en we hadden niet te veel last van de verkopertjes. Rustig wandelden we langs de terrassen van de Ganges, waar ook veel andere mensen hun rust zochten. Het viel op dat er zoveel Oost-Aziaten rondlopen, bijvoorbeeld veel Japanse meisjes die hier duidelijk een tijd verblijven en zich qua kleding al goed aangepast hadden, velen droegen ook neuspiercings. Stil keken we ook naar een stervende kat; zou ze zich werkelijk naar de Ganges gesleept hebben om daar te sterven? Katten hadden we in India nauwelijks gezien.
Voor de derde keer liep ik langs de “heilige naakte mannen”, nu bij helder licht. Ook dat was even een eye-opener, want tenminste een derde van die naakte is duidelijk van buitenlandse oorsprong, met blauwe ogen, lange verklitte blonde haren en baarden, zelfs enkele jonge vrouwen en een baby’tje ! Zouden zij hier hun rust en vrede gevonden hebben ?
Ook bij de crematieplaats was het erg druk, er brandden 12 vuren en enkele lichamen stonden in de wacht, het blijft indrukwekkend.
In de smalle straatjes raakte ik even de weg kwijt en kwam per ongeluk bij de Gouden Tempel uit. Politiemensen zeiden me dat fotograferen verboden was. Ik ging de uitdaging aan en liet mijn spullen achter in een kluisje, werd ettelijke malen minutieus gefouilleerd, een plastic pen mocht toch ook niet mee, en toen kon ik doorlopen naar de tempel. Schoenen uit, nog twee veiligheidscontroles, en binnen kon ik dan de kleine zwarte Shiva-lingam aanschouwen waar alles om draait, een klein fallussymbool in steen. Het was er ook onvermoed smerig binnen, een laagje blubber op de vloer, duwende hindoes, veel herrie en het geheel viel mij als ongelovige tegen. Ik wurmde me maar weer naar buiten langs de grote blauwwitte moskee achter een overdreven groot stalen hek, nagekeken door politieagenten.
’s Namiddags togen we dan op weg naar het treinstation van Varanasi, de lucht was grijs en stoffig, tijd om hier weg te gaan. We moesten heel wat trappen op en af, dus konden we dragers huren die voor nog geen euro onze koffer naar het juiste perron droegen; de meeste dragers droegen twee loodzware koffers op hun hoofd, een enkeling durfde zelfs drie aan !
We moesten toch nog een tijd wachten in het drukke station, waar op oorverdovend niveau ook nog de ene na de andere mededeling weerklonk, maar eindelijk kwam daar onze nachttrein die ons naar het 780 kilometer verder gelegen Delhi zou rijden, de Shiv Ganga 2559. Het was wel even flink hektisch, met veel passen en meten, maar we slaagden er in allemaal onze koffer kwijt te kunnen onder de bedden, we kregen dekens en kussens en waren allemaal blij toen de trein vertrok en we wel rustig moesten gaan zitten. Voorzichtig werden er contacten gelegd met de Indiase treinreizigers; we waren toch wat teleurgesteld in de gebrekkige kennis van de Engelse taal in dit land, terwijl dat onder andere de regeringstaal en een officiële landstaal is. Drie stapelbedden boven elkaar, de bedden niet al te lang, een smal gangpad en steeds heen- en weergeloop. Nadat de conducteur onze kaartjes goedgekeurd had, kwamen de verkopers van de catering langs; milktea, ,milkcoffee, samosa’s, curries, fruit, chips, snoep, tijdschriften, ze bleven maar komen.
Toen we de trein instapten was het erg benauwd binnen, maar ’s nachts hadden we onze deken hard nodig en concentreerden ons allemaal op de slaap. Helaas bleek ’s ochtends dat de trein ruim 5,5 uur vertraging had door de zeer dichte mist rond Delhi; inderdaad was het daar erg slecht weer geweest met veel regen en dichte mist en temperaturen van maximaal 6°C overdag, en ’s nachts rond het vriespunt ! Zo reden we op een sukkeltempo door de mist westwaarts en kwamen om één uur ’s middags aan in de hoofdstad.
Ook hier eerst een discussie met de kofferdragers, het was grijs en erg fris, maar het weerzien met onze eigen chauffeur en busboy was erg hartelijk. En zo reden we via de ambassadewijk van Delhi, met de uitgebreide Nederlandse ambassade, naar het stadsdeel Gurgaon naar het hotel West End Inn, gelegen ergens langs een ringweg, vlakbij een groot Shiva-standbeeld. Het maakte ons niets uit, we wilden lunchen, kregen goede kamers in de nieuwe vleugel van het hotel en dan douchen en rusten… De lunch was nogal chaotisch maar het dinerbuffet eenvoudig en goed.
Een groepslid stak een dankbare speech af voor onze begeleiders Raj, Michel, Trilocham Singh en Sonu die ons een onvergetelijke reis verzorgd hadden in een ongelooflijk land; onze verwachtingen waren velerlei overtroffen; de geweldige hotels, de armoede, de Taj Mahal, de vele bedelaars, de adembenemende taferelen aan de Ganges, de heilige koeien, de rose stad Jaipur, de vele paleizen en forten, de alomtegenwoordige chaos, het smakelijke eten, de slechte wegen, de kama-sutratempels van Khajuraho, het onbekende Orchha, het drukke wegverkeer, de vriendelijkheid van de meeste Indiërs …
Jammer genoeg gingen we een zware nacht en dag in, met een flinke vertraging van Royal Jordanian, het zou erg mistig geweest zijn in Amman, om uiteindelijk via Amman en Rome in Amsterdam aan te komen.
Maar een onvergetelijke kennismaking met een onbegrijpelijk land was het !!!!

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.