

ma-vr: 08.30 - 17.00 uur
za: 09.00 - 14.00 uur
2e Pinksterdag: 09.00 - 15.00u

Van de acht hotels die we deze rondreis aandoen, is hotel Ancon in Trinidad ongetwijfeld het minst. Een in vrolijke kleuren geverfde betonkolos, driesterren en all-inclusive. Persoonlijk ben ik niet zo'n liefhebber van deze formule. 's Avonds moeten we voor een dichte deur staan wachten totdat er plaats is in de eetzaal. Er zijn wel enkele specialiteitenrestaurants, maar daar moet je om 13 uur voor reserveren, een tijdstip waarop wij het schitterende Trinidad bekijken.
Voor het slapen gaan, voor de dansshow, bemachtig ik een mojito en neem plaats op het terras bij het zwembad. Talloze kleine steekvliegen strijken neer op de onbedekte benen, armen en gezichten van mij en mijn medereizigers. All-inclusive.
Het communisme (of socialisme) in Cuba heeft zichtbaar zijn langste tijd gehad. De hoogbejaarde leiders Fidel en Raúl Castro zullen het niet lang meer maken. Raúl heeft in zijn toespraak in Camagüey (op de nationale feestdag op 26 juli) al toenadering gezocht tot de Verenigde Staten. Natuurlijk werd die handreiking hooghartig genegeerd. De VS volharden star in hun belachelijke handelsembargo waarmee ze alleen de gewone Cubanen treffen. Het communisme (of socialisme) past niet in een warm land als Cuba, bij de vrolijke Cubanen die hun vrijheid koesteren. Het land verkeert zeker niet in een isolement (zoals Noord-Korea) en trekt terecht veel toeristen. De Cubanen willen daar allemaal een graantje van meepikken. En geef ze maar eens ongelijk. De helden uit het verleden en het heden worden liefdevol gekoesterd. Om de zoveel meter zie je de prachtkop van Che, stimulerende spreuken of een beeld van een historisch figuur.
Wie Cuba wil bezoeken moet dat tamelijk snel doen. Binnen enkele jaren zal het systeem bezwijken. Dat is goed nieuws voor de Cubanen, slecht nieuws voor toeristen. Het 'romantische' Cuba, met oldtimers, weinig verkeer en betrekkelijk lage prijzen zal verdwijnen en plaatsmaken voor een liberaler systeem. Cuba zal dan nog steeds prachtig zijn, maar minder uniek.
Goedbeschouwd is hotel Ancon (zie: 10) het enige minpunt geweest van een schitterende vakantie. Ter plekke en achteraf kun je erom lachen. Ergernis is onnodig. En de politiek op nummer 9? Ik heb u verzekerd dat binnen enkele jaren het tij keert in Cuba.
Vanaf nu dus alleen maar hoogtepunten.
Liefhebbers van oude auto's komen ruimschoots aan hun trekken in Cuba. Regelmatig zie je zo'n prachtige Amerikaanse auto uit de vijftiger jaren voorbijrijden. Sommige zien er als nieuw uit, andere lijken vergaan en rijp voor de sloop. Als Amerika vrede sluit met Cuba zullen deze oldtimers ongetwijfeld uit het straatbeeld verdwijnen.
In ons prachtige eerste hotel Ambos Mundos in Havana bezoek ik kamer 511, waar Hemingway de eerste hoofdstukken van For whom the bell tolls schreef. Zijn schrijfmachine staat er nog. Twee tijdschriften liggen geplastificeerd op het bed en er hangen foto's van de markante kop van de Nobelprijswinnaar. Kalk dwarrelt van het plafond.
's Avonds brengt de lift ons naar het dakterras voor het diner (we krijgen drie keer gratis diners omdat ze een fout hebben gemaakt met de kamers). Die lift is bijzonder, een gietijzeren open constructie, met een heuse liftboy erin. Soms verplaatst het personeel bedden erin en moet je via de trap naar boven. Een hele klim.
Vanuit de lift zie ik opeens een collega, waarvan ik niet weet dat zij in Cuba is. Op bijna achtduizend kilometer van huis!
Verderop in de rondreis zie ik haar nog eenmaal, op het eiland Granma bij Santiago de Cuba.
In hoeveel landen ben ik nu geweest? Ik ben de tel kwijtgeraakt. Nog nooit ben ik in een land geweest met zo weinig autoverkeer als Cuba.
Ik herinner me nog scherp het oversteken van een straat in een ver land (Marokko? Egypte? Je kunt ook te veel reizen...). Het scheelde weinig of ik keerde in een bodybag terug naar Nederland. Al het verkeer denderde meedogenloos voort en niemand leek zich iets aan te trekken van regels.
Alle tijd om over te steken in Cuba. Die ene olditimer, vrachtwagen, fietstaxi of zelfs een afgedankte Nederlandse bus rijdt bedaard naar een onbekende bestemming.
Overal zie je lifters. Ze wapperen met bankbiljetten om de schaarse automobilisten te verleiden. Vanuit de luxe touringcar die ons door Cuba rondreed, zie ik duidelijk de boze blikken van die lifters als onze chauffeur, zoals altijd, gewoon doorrijdt.
We bezoeken een begraafplaats in het nieuwe gedeelte van Havana, de Necropolis Cristobal Colon. Een uitbundige katholieke begraafplaats met talloze beeldhouwwerken, kapellen en grafmonumenten.
Amelia Goyri de la Hoz, pas 24, stierf in 1901 met haar pasgeboren dochter in het kraambed. Ze werd begraven, met haar dochter aan haar voeten. Toen de tombe enkele jaren later geopend werd, trof men haar lichaam onaangetast aan, met de baby, in haar armen. Haar ontroostbare echtgenoot heeft het graf drie keer per dag bezocht, zijn leven lang.
Amelia, de wonderbaarlijke, is inmiddels beschermvrouwe van zwangere vrouwen en pasgeborenen. Haar graf is een pelgrimsoord voor (vooral) toekomstige moeders. Ze vragen haar zegen en brengen haar bloemen en vertrekken zonder ooit het graf de rug toe te keren.
In Santa Clara zien we het monument, museum en mausoleum gewijd aan Ernesto 'Che' Guevara. Smaken verschillen. Het beeld van een strijdbare Che, met zijn arm in het gips, is een voorbeeld van socialistisch-realistische kunst en kan mij niet bekoren. Ook het bas-reliëf, met passages uit een brief van Che, maakt op mij een opgezwollen en protserige indruk.
Voordat we het museum betreden, moeten we onze camera's afgeven. Het museum biedt een helder en liefdevol beeld van de ontwikkeling van Che. In vitrines zien we onder andere zijn uniform, horloge en pijp. Veel foto's, maar waar is dan toch het beroemde portret van Korda?
Het mausoleum tenslotte lijkt op een grot. Che is hier in 1997 'thuisgekomen'.
Wat het complex en het plein buitengewoon indrukwekkend maakt, is de immer (uit luidsprekers) klinkende muziek. Liederen waarin Che wordt bezongen.
Cuba is doordrenkt van muziek en dans. Werkelijk overal treden groepen op. In bars, restaurants, hotels of gewoon buiten. Dat gebeurt natuurlijk om de toeristen te gerieven. Er klinkt applaus, de pet gaat rond en cd's worden verkocht. Het geld stroomt binnen. Terecht, want de kwaliteit van deze bands varieert van redelijk tot uitstekend. Sommige titels hoor je wel heel vaak (Guantanamera en Besame Mucho), maar er is genoeg variatie. In instrumenten en in vocalisten (een kok, met de pollepel nog in zijn hand, zingt ergens de sterren van de hemel).
Noteert u even? Van Deboson, Cuaerteto Renacer en Campecino hebben wij de cd's gekocht. Voor maar 10 euro per stuk. Ons favoriete nummer is Che Guevara. Hoe kan het ook anders?
In het Palacio de Valle in Cienfuegos begeleidt een krakerig zingende mevrouw zichzelf aan de piano. Vergane glorie, maar prachtige vergane glorie.
'Ik heb nog nooit zoiets moois gezien. Het land rond de rivier staat vol bomen, zeer fraai en groen en anders dan die bij ons. Elke boom draagt bloemen en zijn eigen soort vruchten. Er zijn vele vogels, groot en klein, die heel lieflijk zingen, en er zijn vele palmen die verschillen van de palmen in Guinee en Spanje. Sommige zijn van gemiddelde lengte, zonder schors, met zeer grote bladeren. De Indianen bedekken hun huizen met deze bladeren. (...) Stroomopwaarts is het groen een lust voor het oog. Ik kan het niet verdragen die bossen en vogels te verlaten en terug te keren. Het eiland is het mooiste dat ogen gezien hebben, vol geschikte aanlegplaatsen en diepe rivieren. De zee lijkt nooit wild te zijn, omdat de vegetatie bijna tot aan het water reikt. Het eiland is vol prachtige bergen die zich niet lang uitstrekken, maar wel hoog zijn. De rest van het land is hoog, vergelijkbaar met Sicilië.'
Uit het dagboek van Columbus, zondag 28 oktober 1492
Elke Nederlander die vindt dat de multiculturele samenleving onhaalbaar is, zou een kijkje moeten nemen in Cuba. Alle mogelijke tinten leven, zonder zichtbare problemen, naast elkaar. De oorspronkelijke inheemse bevolking heeft zich vermengd met de kolonisten, slaven en anderen.
Iedereen leeft buiten, op een luidruchtige maar vrolijke manier. Schijnbaar zonder stress.
Het gemiddeld inkomen is laag (circa 20 euro per maand), maar er is relatief weinig armoede (3%). Dankzij de gratis medische zorg zijn er niet veel specifieke armoedeziekten en is de levensverwachting gemiddeld zes jaar hoger dan andere landen in de regio.
Toeristen betalen met de convertibele peso. Cubanen zijn verzot op dit toeristengeld, want het stelt ze in staat bepaalde luxegoederen aan te schaffen. Nergens heb ik zo graag fooien gegeven als in Cuba. Aan een hartelijke muzikant, ober, portier, chauffeur, gids en nog vele anderen.
Een kamermeisje schreef onder andere: 'Ik hoop dat u de decoratie van uw kamer op prijs stelde. Hopelijk heeft u een leuke vakantie in ons land gehad. De kortste afstand tussen twee mensen is de vriendschap.'
Heeft u vragen of opmerkingen? Mail me!
jjsoetekouw@hotmail.com

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.