Skip navigation

Reisverslag: Zuid-China

Door: Klaus Fischer, Amsterdam 
Zuid-China




Met KRAS.NL tweede helft oktober 2007 een veertiendaagse reis naar de twee meest zuidwestelijke provincies van China Sizhuan en Yunnan tegen de grens van Birma en Tibet. De KLM vliegt in tien uur direct naar de miljoenenstad Chengdu, een nachtvlucht. Tussen de middag het visum ophalen aan de Arke-Tui-balie op Schiphol – al inchecken, een raamplaats. Naar huis en rustig avondeten en alleen met handbagage anderhalf uur van te voren naar Schiphol: een luxe gevoel. We vliegen naar het Oosten, zes uur tijdsverschil. Twee uur ’s nachts gaat de zon op. Voorzichtig uit het raam kijken – we zijn al boven Kazakstan. Wonderlijke structuren van vlaktes, zandduinen en bergtoppen met sneeuw. Een goed verzorgde vlucht met genoeg drinken. Dertien uur Chinese tijd ontvangen door onze jonge Chinese reisleidster Echo. Onze vijfentwintig medereizigers moeten even wennen aan haar Engels, maar ze weet precies, wat ze wil en door haar herhalen weten wij, wat van ons verwacht wordt. Praktisch iedereen heeft – soms jaren geleden – al Noord-China bezocht. Een enthousiaste groep - je niet blind staren op kleine ongemakken - die horen bij het land. Echo heeft voor de hele reis de maaltijden, die niet in het basisprogramma zijn inbegrepen, voor ons gereserveerd. Ook koffergelden en water in de bus komen uit de centrale pot. Een rustige middag en avond in de omgeving van het hotel.
Chinezen zijn zeer bijgelovig met getallen: de hotelkamers beginnen allemaal met de geluksgetallen twee of acht. Kamer negen op de zevende verdieping wordt 8709 of 2709. In het begin is dit verwarrend. Vier is een ongeluksgetal en komt zelfs in telefoonnummers nauwelijks voor. De Nederlandse ambassade kon voor een koopje een vierde etage in Shanghai huren, maar wordt daarom door Chinezen gemeden. Op de kamer ligt geen Bijbel, maar het boekje “Stop Aids” met veel Chinese tekens en een paar decente tekeningen over condoom gebruik. Je moet het gebruiken en niet af laten glijden. Dan krijg je het gewenste gelukkige gezin met één kind – staat op de tekening. Reisleidster Echo vertelt, dat zij in de tachtiger jaren in haar klas allemaal enig kind waren. Jonge vrouwen zitten in China in de lift. Ze zijn een minderheid en stellen no nonsens eisen aan de toekomstige partner. Hij moet de vijf “C’s” hebben: 1. Cash-money, 2. Creditcard, 3. Car, 4. Condo (huisvesting), 5. Club (het juiste netwerk). Alles wordt bij de toekomstige schoonfamilie dubbel gecheckt op waarheidsgehalte.




De eerste volle dag met de bus een excursie naar Leshan: een zeventig meter hoog Boeddhabeeld, duizend jaar geleden uitgehouwen in de rots aan de rivier. De eerste lokale markt met veel groente en vis. Ank koopt haar eerste kilo granaatappels. ’s Avonds gezamenlijk lekker eten en een hele knappe variétéshow van wisselende maskers, rasmusici, acrobatische clowns en schaduwspelen.
De provincie Sizhuan is één van de twee hoofdverblijfplaatsen van de zwart-witte reuzenpanda. De volgende ochtend bezoeken we het fokcentrum, gesteund door het Wereld NatuurFonds. De kleintjes worden net gevoed, het kleuterklasje van een jaar oud heeft speelkwartier. Uitgelaten rollebollen vijf beertjes over elkaar heen. Elke buiteling wordt door de toeschouwers met gelach en juichkreten gevolgd. Vooral de Chinezen zijn dol enthousiast. Even een pandamop. Een kleine panda mag op zijn verjaardag drie wensen doen: 1. Een kleurenfoto van zichzelf, 2. Hij wil afslanken, 3. Bij een schoonheidsdokter afkomen van zijn zwarte ogen (Engels: black eye / Nederlands: blauw oog). In een zijdecentrum krijgt Ank een mooie streng borduurzijde. Ze weet al, wat ze ermee wil maken. Later een probleemloze binnenlandse vlucht naar Kunming, achthonderd kilometer verderop, weer een miljoenenstad, een reis van vijfhonderd naar negentienhonderd meter hoogte. De reisleiding had voor ons al tevoren onze bagage ingecheckt. In de hal worden meteen de instapkaarten uitgedeeld. Mijn lege thermosflessen kan ik op het vliegveld vullen met heet water.




Een leuke dag in Kunming. Eerst de excursie naar het Stenen Woud, honderd kilometer verderop in Shilin: door water uitgesleten wonderlijke kalksteen formaties. We klimmen twee uur tussen grillig gevormde steenzuilen/wanden door gezamenlijk met duizenden Chinezen, die niet willen wachten en nog nooit van ritsen hebben gehoord. ’s Middags naar het Stedelijk Museum, pas tien jaar oud en royaal opgezet. Veel te zien van dinosaurussen tot bronstijdsculpturen. Avondeten in het oudste gebouw van Kunming en dan een volksdansshow in de stadsschouwburg. Yunnan is een provincie met zesentwintig minderheden. Een tiental doet onder professionele leiding mee aan een wervelende show met vijftig deelnemers. In twee uur worden we heengeleid door schepping, zon, aarde en pelgrimage. Zeer hoge kwaliteit. Het doet me denken aan het Nederlands Internationaal Danstheater, maar nog kleurrijker en met meer artiesten. Voldaan naar bed.




Een reisdag naar Dali, de oude hoofdstad van Yunnan, vierhonderd kilometer naar het Westen. Een avontuurlijke WC-stop halverwege. Voor omgerekend vijf cent mag je op een hurktoilet zonder deurtjes je behoefte doen. Het is handig, als je dan zolang je adem kunt inhouden. Op de velden zien we alle stadia van rijstaanbouw: er wordt twee maal per jaar geoogst, de lege schoven blijven als mannetjes op het land staan. Het stro wordt later als mest over de grond uitgespreid. Afwisselend worden rijst en sojabonen aangeplant. Ons hotel in de oude stad is een soort paleis geweest van een rijke Bai-familie. De minderheid de Bai’s prefereren de kleur wit: witte huizen, kleding en hoofdtooi. Het ziet er mooi uit.




In de ochtend naar het Erhai-meer op bijna tweeduizend meter hoogte. We varen naar een eiland met een mooi, oud tempelcomplex. Leuk is de wandeling met Ank weg van de stalletjes aan de oever: alles krisKRAS.NL door elkaar gebouwd, elk concept ontbreekt. Bij een stalletje koop ik voor twee euro het “Rode boekje van Mao” uit 1967 in een Duitse vertaling: drieëndertig hoofdstukken, samengesteld uit redevoeringen van de “Grote Roerganger”. Ik herinner mij begin zeventiger jaren sommige leerlingen in de klas in de weer met het Nederlandse “Rode Boekje voor Scholieren”. Ik zal de driehonderdvijftig pagina’s lezen, maar ik word zeker geen volgeling. Enkele medereizigers worden een privé huis ingelokt, op thee getrakteerd en op een astronomisch hoge rekening vergast. De tussenkomst van de reisleiding beperkt de schade enigszins. Een uitgebreide vegetarische lunch met perfect uitzicht op de drie pagodes, die teruggaan op de boeddhistische tradities hier. In de avond naar een spectaculaire show in Dali. De animo is niet zo groot - de thuisblijvers hebben zich tekort gedaan. In de show staan de stad Dali met het meer, de pagodes, de wit besneeuwde vierduizend meter hoge berg aan de oever en de liefde bij de minderheid de Bai’s centraal. Ertussendoor acrobatische acts. We krijgen zo nog een keer het dagprogramma van Dali in showvorm terug.




Vandaag de reis naar Lijiang van tweeduizend naar vierentwintighonderd meter hoogte. Bezoek aan een lokale markt. Ank koopt bij een stalletje voor omgerekend tweeënhalve euro vijftig strengetjes borduurzijde in alle kleuren van de regenboog. Bezichtiging van drie Bai privé-huizen oplopend van armoedig tot welgesteld. De huizen zien er schilderachtig uit, maar zijn voor onze begrippen primitief en vuil. In Lijiang is het ongekend koud – we hadden een extra laagje kleding goed kunnen gebruiken.
In de ochtend met de groep naar een mooi park, idyllisch gelegen aan een mooi meer en opgesierd met verschillende oude gebouwen. Ernaast het nieuwe stadsmuseum. We krijgen een goed beeld van de Naxi minderheid met hun eigen pictografische schrift. De vrouwen zijn de baas, maar zij moeten alleen de kinderen opvoeden en doen al het werk. De mannen besteden hun tijd aan studie, muziek, spelletjes en religieuze bezigheden. In de ceremonies zijn Tibetaanse invloeden duidelijk aanwezig. Hun cultuur wordt “Dongba” genoemd. De middag vrij: uitrusten, schrijven, wandelen door de oude binnenstad, sinds 1997 op de werelderfgoedlijst.
Ank toont interesse bij een weefstalletje. Ze krijgt een kluwen zijde van de bezitster cadeau en is overgelukkig. Ik moet aan de uitspraak denken: “The best things in life are for free”. ’s Avonds in een klein theater een leuke show over de Dongba-cultuur. Er wordt gedanst maar ook uitleg gegeven over hun muziekinstrumenten, schrift en leefwijze. Een goede aanvulling op het museum in de ochtend. De van oorsprong Oostenrijkse Amerikaan Joseph Rock heeft in de twintiger en dertiger jaren hun cultuur op de kaart gezet. We kunnen foto’s uit die tijd zien. Tien uur zaterdagavond een bijna leeg warenhuis, dat ons de plaatselijke gids heeft aangewezen. De luxe herenbroeken-afdeling. Twee broeken voor mij worden onmiddellijk gratis ingekort en gestoomd. De twee employees willen onze fooi niet aanvaarden, maar we houden voet bij stuk. Ze zijn er duidelijk mee verguld. Na twintig minuten staan we weer buiten. Ik zie dat in Nederland nog niet zo snel gebeuren.




Bezoek aan de Jade Draak Sneeuwberg, vijfendertighonderd meter hoog, voor mij één van de hoogtepunten van de reis. Langs een meer en haarspeldbochten naar een kabelbaan. Een open gondel voor twee personen. Tot de top nog volop vegetatie. Een ongewoon perspectief: we kijken over de rand van bovenaf in de kruinen van de bomen. Het weer is niet optimaal, maar “Elk nadeel heb zijn voordeel”: heerlijk rustig boven, nauwelijks Chinezen. Niet ver van het bergstation een yak-kudde. De beesten zijn kleiner dan ik dacht, ter grootte van Schotse Hooglanders. Bij een yak-stier is net de keel doorgesneden. Ze beginnen de vacht af te stropen. Zijn genitaliën hangen al over een paal heen. Ik moet aan Midas Dekkers denken met zijn verhaal over het penisbotje: de egel heeft het en verder elk zoogdier, alleen de mens niet. Die heeft met zijn hersenen genoeg tijd de penis opdracht te geven, dat hij zin heeft in vrijen. De andere zoogdieren kunnen door dat kleine botje zonder ingewikkelde romantiek direct in actie komen, als zich de gelegenheid voordoet. Bij de yak-stier heb ik het botje niet kunnen ontdekken. Als de slachters zien, dat ik interesse heb, maken ze onder luid gelach met de genitaliën in de handen een obscene rondedans. Van een Engels sprekende Tibetaan hoor ik, dat er maar enkele keren per jaar geslacht wordt. Verderop een Tibetaanse tempel met vele gebedsmolens en een omwikkelde steenhoop en stokken met vlaggen in de wind, Tibetaanse heiligdommen. Weer beneden een oud Naxi-dorp in vol bedrijf. De mensen leven hier, zoals drie generaties geleden in boerendorpen in Oostenrijk. Een oudeherenorkestje speelt voor ons Naxi-muziek. Een enkeling van de groep durft hen op hun uitnodiging op ritme-instrumenten te begeleiden. De buitenwijken van Lijiang zijn mooi opgebouwd na de grote aardbeving van 1996 met vierhonderd doden. De bewoners van de oude binnenstad werden naar de nieuwe villa’s verhuisd en hun oude huizen kwamen vrij voor restaurants en winkels.




Helder weer vandaag. We kunnen de stralend witte bergtoppen van vijfenvijftighonderd meter hoogte zien – betoverend. Op weg naar het noorden. Echo vertelt over haar familie: de ouders mochten wegens de Culturele Revolutie hun schoolopleiding niet afmaken. Werken in een fabriek. Inwonen bij de grootouders. Na tien jaar een klein appartement van de fabriek in een slechte wijk. Gebrek aan voeding. Nu zijn de ouders gepensioneerd (vrouwen met vijftig, mannen met vijfenvijftig). Ze hebben een nieuw appartement met een hypotheek op het salaris van Echo. Nu hebben ze het goed. We vragen telkens om een fotostop: de Yangtse-rivier beneden, de witte toppen boven. Bij een stalletje een stenen xylofoon, eigenlijk een lithofoon. Ik val als een blok voor de heldere, zuivere, metaalachtige klank. Ik zie mijn kleinkinderen in Oostenrijk al ermee spelen. Vier kilo steen negenduizend kilometer van huis – niet zo verstandig. Bezichtiging van de Tijger-kloof. De rivier wringt zich hier met reusachtige hoeveelheden water tussen twee bergketens van vijfduizend meter door. Vanaf de rivierbedding rijzen de steile hellingen op korte afstand bijna vierduizend meter omhoog tot de witte toppen. Adembenemend. Weinig andere bezoekers. Verder lopen langs de kloof is niet geoorloofd, maakt een grimmig kijkende wachtpost duidelijk. Met een medereiziger stap ik op hem af en met gebaren: wij … verder lopen. Hij wijst op het bord naast hem vol met Chinese karakters. Wij: schouders ophalen … niet begrijpen. Hij wijst op grote rotsblokken van een paar kubieke meter, die op het pad liggen, en maakt het gebaar van vallende stenen. Mijn medereiziger gebaart: verder te lopen en wijst op zijn zonnescherm tegen de vallende stenen. Nu lachen we met zijn drieën. We hebben elkaar, zonder een woord gesproken te hebben, aan het lachen gemaakt. We rijden over een pas aangelegde nieuwe weg door naar Zhongdian. In 1950 werd dit deel van Tibet bij de Chinese provincie Yunnan getrokken. We zijn nu op een hoogvlakte van vijfendertighonderd meter. Volgens onze plaatselijke gids zijn we in Shangrila/het paradijs beland.




Een stralende morgen in Zhongdian. Er zijn hier in het noorden haast geen buitenlandse toeristen. Bezoek aan het grote boeddhistische kloostercomplex op de hellingen van de berg. Het is bijna helemaal gerestaureerd en herbergt zevenhonderd monniken van zes tot negentig jaar. Tijdens de Culturele Revolutie werd het vernield en was het gesloten. De kleurrijke leslokalen en tempels ruiken naar ranzige yak-boter. We kunnen in de grote hal het ochtendgebed van de monniken bijwonen: één voorzanger – antwoord van de groep. Oude Tibetaanse lekenbezoekers vallen op hun knieën als blijk van verering. De Oostenrijkse katholiek Klaus en de Joodse Amerikaanse naast me zijn onder de indruk van het Heilige. De jonge monnikjes op de achtergrond lijken niet helemaal bij de les. Bezichtiging van een Tibetaanse boerderij, ruim opgezet. Onder het vee, eerste verdieping wonen, in de winter verwarmd door de dieren, tweede verdieping drogen en opslag van de veldvruchten. Mooie stevige lemen wanden en een grote houten veranda voor het slapen in de zomer. Elk huis heeft een eigen huiskapel. Een lekkere lunch met Tibetaanse hotpot, een stoofgerecht op een houtskoolvuurtje. Naar een meer in de buurt: in de herfst grazen op de drooggevallen bodem paarden, runderen en varkens. We kunnen erdoorheen lopen: blauwe hemel, de ijle lucht van vijfendertighonderd meter hoogte, rondom de witte bergtoppen van vijfduizend meter. We zijn in Shangrila/het paradijs beland. In de vrije tijd de oude stad met een mooi tempelcomplex, een Tibetaans diner in een ruimte verwarmd met open houtskoolvuur en een show in het plaatselijke theater. Bij het binnengaan, krijgen we witte Tibetaanse sjaals uitgereikt. Volksdansen, een modeshow met prachtige kostuums en een soort Chinees Schlagerfestival. De meestal Chinese bezoekers gaan helemaal uit hun dak, als de Chinese “Anton uit Tirol” optreedt. Je loopt dan naar voren en hangt hem je witte sjaal om. Wij nuchtere Hollanders bekijken het geheel met gemengde gevoelens. Een superdag.




De busreis terug naar Lijiang. Weer langs de witte toppen van de Tijger-kloof. In de stad hebben we nog drie uur vrij. We bezoeken nu bij mooi weer nog eens het park: heerlijk rustig flaneren langs het meer met fantastisch uitzicht op de sneeuwberg. Een orkestje speelt, offeren in een tempel, zitten in het schrijfcentrum van de Naxi-cultuur. Echt relaxen in een spookjesomgeving. Een uitgekiend afscheidsdiner. Een één uur durende binnenlandse vlucht terug naar Chengdu. Stom, stom stom. Ik blijk toch weer een mesje in mijn handbagage te hebben. No problem. Ik word teruggebracht naar de incheckbalie en de rugzak wordt alsnog als bagage ingecheckt.
Probleemloze terugvlucht naar Nederland met een raamplaats. Ik heb de Oeral vier uur vliegen van Schiphol van boven af gezien. De KLM houdt niet van teveel overgewicht bij de bagage. Daarom is de lithofoon over de handbagage verdeeld.




Slotbeschouwing:
Onze reis van twintigduizend kilometer, waarvan ruim vierduizend in China, zat goed in elkaar. De treinreizen waren vervangen door binnenlandse vluchten. Onze chauffeur Ling heeft ons vlot en veilig door de chaos van de Chinese wegen heengelootst. De twee zuidwestelijke provincies Sizhuan en Yunnan zijn toeristisch zeer in opkomst en hebben genoeg te bieden op het gebied van natuur, cultuur en minderheden voor mensen, die Peking, Xian en Shanghai al kennen. De hotels waren goed, de Chinese bedden soms aan de erg gezonde kant. Het ontbijt was vaak Chinees, maar op verzoek van de reisleiding kwamen er soms Europese gerechten bij. Het eten op uitgekiende locaties was gevarieerd, meestal was er een keuze uit pittigere en milde gerechten naast elkaar. Voor achttien lunches en diners, die niet in de reissom waren inbegrepen, hebben we zeven euro/zeventig yuan per keer betaald. Het weer was wisselvallig, maar heeft ons niet in ons programma belemmerd. Hoewel de bestemmingen tussen de vijfentwintigste en eenendertigste breedtegraad lagen, was de temperatuur niet subtropisch, maar rond de vijftien graden. Kunming, Dali, Lijiang en Zhongdian liggen op tweeduizend meter of hoger. Een extra laagje thermokleding kan geen kwaad.
Er werden op vrijwillige basis op vijf plaatsen culturele avondvoorstellingen aangeboden voor gemiddeld twintig euro per persoon en voorstelling. We hebben ze alle vijf bezocht. Elke uitvoering was anders van karakter en bood en leuke/goede/interessante aanvulling op het dagprogramma.
De mooiste openbare WC tijdens de reis was in het Panda-centrum in Chengdu: misschien wordt in China voor de beertjes wel beter gezorgd dan voor de mensen.
De groep medereizigers in de leeftijd van zevenenveertig tot zeventig, allemaal geoefende verre-landen-reizigers, bleven vriendelijk. Reisleidster Echo met haar vijfentwintig jaar was met haar instructies duidelijk en kon ons gemakkelijk aan. Haar Engels was geen belemmering voor ons en haar Chinese achtergrond was heel leuk/nuttig voor inside-informatie en had bij de communicatie met de “Inlanders” vaak voordelen.
Bedankt Echo, bedankt KRAS.NL, bedankt medereizigers – we hebben en leuke en interessante reis gehad!


Ook zin in vakantie na het lezen van dit reisverslag? Bekijk het reisaanbod naar China

Kadobon winnen?

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.