Skip navigation

Reisverslag: Highlights van Marokko

Door: Jan en Nely Baars, Dinxperlo 
Highlights van Marokko



Aankomst in Marokko


Tegen twaalf uur in de avond zijn we op Schiphol. Vanaf half vier kunnen we inchecken volgens onze gegevens. We hebben dus nog tijd. Zo her en der hangen, lopen en zitten reizigers die vroeg in de ochtend zullen gaan vertrekken.
Nely nestelt zich in een stoel met de benen op de bagage en slaapt.
Ik blader nog wat in de Capitool reisgids over Marokko.
Zo af en toe komt er een nieuw stel vakantiegangers de hal in. Zouden het reisgenoten van ons worden? Het is de allereerste keer dat we een groepsreis maken. Tot nu toe hebben we alles altijd zelf uitgezocht. Hoe zal de groep zijn?
Om drie uur checken we in bij de doe-het-zelf incheckpaal. Het geeft wat afleiding omdat veel andere reizigers dit fenomeen nog niet kennen. Ik kan wat hulp bieden.
Om half zes komt onze zoon Arjen ons even bij de gate begroeten. Hij is als KLM-purser net terug uit Singapore.
Om zes uur gaan we de lucht in met de Transavia Boeing 737-800, vluchtnummer HV 5753.
Het toestel is niet vol.
Hoewel we af en toe even indommelen, weten we toch, als we eenmaal geland zijn in Marrakech , dat we een nacht doorgehaald hebben.
Het is warm en zonnig. Het vliegveld wordt gemoderniseerd. Hoge steigers zijn gebouwd. De Nederlandse arbeidsinspectie en Arbodienst zouden rillen van het gebrek aan veiligheidsmaatregelen.

Onze reisleidster loodst ons naar de bus. Twintig minuten later zijn we in hotel Ayoub in de nieuwe stad Gueliz . Deze naam is afgeleid van “ eglise ”. De katholieke Fransen hebben deze stad gebouwd.
Onze hotelkamer ziet er prima uit. We halen drinkwater in een winkeltje om de hoek.
Om half één rijden we met het hele gezelschap naar de oude stad voor de lunch.

Marrakech heeft ongeveer 1 miljoen inwoners. De kleur van de huizen is oker. Het is er druk. Auto’s en brommers leggen een blauwe damp over de stad.
Bij de Koutoubia moskee lunchen we op een hoog gelegen terras. We genieten van het uitzicht en het lekkere eten. Daarna lopen we naar Place Jemaa el-Fna .
We worden ondergedompeld in het stadsleven van Marokko: slangenbezweerders, handlezers, waterdragers, paardenkoetsen, fruitverkopers. Vanaf vier uur komen van alle kanten de handkarren aan die in een mum van tijd worden omgebouwd tot eethuisjes.



Marrakech


Na een goede nachtrust en een prima ontbijtbuffet gaan we onder leiding van een Engelssprekende plaatselijke gids naar de stad. We horen dat de huizen die oranje-oker kleur hebben om het felle zonlicht wat af te zwakken.
Zon schijnt er genoeg te zijn in Marokko, Dat zit ook al in de betekenis van de naam: Land waar je in de zon zit.
Marrakech betekent trouwens hetzelfde. De oude stad wordt omgeven door een muur met meer dan 200 torens, gebouwd in de 12 e eeuw. Eén van de paleizen achter deze muur is omgebouwd tot hotel. Het is het grootste hotel van Noord-Afrika. Een andere blikvanger van de stad is de Koutoubia-moskee uit de twaalfde eeuw met een minaret van 70 meter hoog. Deze toren bevat zes boven elkaar gelegen vertrekken. Bovenop zijn drie vergulde bollen te zien, die de drie godsdiensten van het boek symboliseren: Jodendom, Christendom en Islam. De hoogte van de toren is gelijk aan vijf keer de breedte.
De moskee is niet toegankelijk voor niet-moslims en dat terwijl er toch ruimte is voor 20.000 gelovigen.

Palmbomen zijn er genoeg in de stad. Volgens onze gids zijn er 180.000, die naar water hunkeren. Die wens gaat even later in vervulling, na ons bezoek aan de Tombeaux Saâdiens .
De Saâdische prinsen lieten tussen de 16 e en de 18e voor zichzelf prachtige grafmonumenten bouwen. Sinds het begin van de 20 e eeuw is het mausoleum opengesteld voor het publiek.
Overigens vind je geen inscripties in de sarcofagen, omdat volgens moslimtraditie alle mensen in de dood gelijk zijn.
De breedte van een graf is “een hand en vier vingers”. De dode wordt in zijligging begraven met het gezicht naar Mekka.

We gaan verder naar het Bahia paleis, dat in de 19 e eeuw werd gebouwd door twee machtige grootviziers.
De bouwstijl is een mix van Andalusische en Berber architectuur. Er is veel marmer in verwerkt. Volgens onze gids kostte 1 kg marmer in die tijd even veel als 1 kg suiker.
De appartementen van dit paleis werden vrijwel allemaal op de benedenverdieping gebouwd om de zwaarlijvige huismeester wat tegemoet te komen.

We krijgen al wandelend uitleg over de koran en over de polygamie-regels . Een tweede vrouw trouwen is alleen toegestaan als de eerste vrouw ermee instemt. Desondanks ziet de gids in polygamie niet zoveel heil. Twee vrouwen betekent ook twee schoonmoeders. En dat is net iets teveel van het goede.

Vanwege de regen moeten we even terugrijden naar het hotel. Niemand had op regen gerekend toen we vertrokken uit het hotel.
Toch valt het even later weer mee als we door de soek lopen en onze stadswandeling afsluiten op het grote plein.



Berbertraditie: muntthee en Fantasia


We schrijven ons in voor de extra excursie naar een Berberfamilie, ongeveer 40 km buiten Marrakech . Het heeft vannacht gestortregend . Overal staan enorme plassen .
We rijden langs de 19 km lange stadsmuur van leem met daarin de gaten, die moeten voorkomen dat de muur gaat scheuren. De vogels zijn blij met die gaten waarin ze hun nesten bouwen.
De koninklijke tuin waar we vervolgens langs rijden heeft een oppervlakte van 49 ha . Ook hier zijn palmbomen genoeg.

De Berberfamilie die we bezoeken bestaat uit drie generaties. We mogen het hele huis bekijken en alles fotograferen. Ons bezoek wordt afgesloten met de theeceremonie. We krijgen muntthee met vers brood, honing en olijfolie.
Onze gastvrouw doet munt bij het hete water, schenkt glazen vol, die ze vervolgens weer in de theepot doet. Dan giet zeopnieuw thee uit, die ook weer in de pot gaat. Tenslotte krijgen we allemaal een glas “lange” thee. De pot wordt namelijk hoog boven het glas gehouden.
Een theezakje in de pot gaat toch vlugger. Maar we zijn hier niet om de dingen vlug te doen, maar om Marokko te leren kennen.

Na een hartelijk afscheid bezoeken we in het gebergte een zeer modderige markt. Daar wil iedereen graag verdienen aan de foto’s die we maken. De kapper zit bij een boom zijn klant te knippen. In een klein kamertje probeert een soort dokter de botten van een jongen die gevallen is, weer netjes in de goede volgorde te zetten. Maar dat mogen we niet fotograferen.
Het aantal kralenkettingen dat tegen een “special price ” wordt aangeboden is zo groot dat we vermoeden dat ze die de komende twintig jaar nog niet kwijtraken.

Voor vanavond staat Fantasia “ Chez Ali ” op het programma. Het is een folkloristische show, waarin Berbers ons kennis laten maken met hun tradities.
Het hele feest speelt zich af in een kasba, een tiental kilometers buiten Marrakech .
Buiten de kasba staan Berbers te paard ons op te wachten. Het schelle gefluit van de slangenbezweerder klinkt vanaf de toren. Uiteraard staat er een fotograaf klaar om ons met twee Berbermeisjes te vereeuwigen.
Overal zijn dans- en muziekgroepen hun kunsten aan het vertonen en hoewel we toegang hebben betaald, verdienen ze toch nog graag iets bij op het moment dat er een foto wordt gemaakt.
We drinken thee en wijn, zien de paardenshow vanaf een mooie plek, bewonderen de buik van een danseres en krijgen tot slot een fraai vuurwerk te zien.

Rita , onze reisleidster, geeft tijdens de terugreis naar het hotel op haar plezierige Vlaamse manier de informatie voor de volgende dag en zegt dat we vooral ons “zwemgerief” niet moeten vergeten.
Ook geeft ze een ervaring van een vorige reis door, toen een bejaarde dame zich in de woestijn plotseling met een skibril op, vertoonde. Ze wilde namelijk geen zand in haar ogen krijgen. Dus tip van KRAS.NL: neem je skibril mee naar de woestijn.





Casablanca


Ontbijt om 7.30 uur. De koffers moeten om 8.15 uur buiten de deur staan.
Dat met die koffers is prima geregeld. Je moet zelf aanwezig zijn om je koffers aan te wijzen die de bus in moeten. En verder ben je vrijgesteld van slepen met je bagage. Onze eerste stop is bij de prachtige Jardin Majorelle.
Deze tuin was voorheen eigendom van de kunstschilder Jacques Majorelle (1886-1962). Deze fransman was helemaal verliefd geworden op Marrakech. Later werden huis en tuin gekocht door de beroemde couturier Yves Saint Laurant. We mogen de weelderige tropische tuin door wandelen. De combinatie van kobaltblauw en de uitbundige planten is schitterend. En dan verlaten we Marrakech en gaan we op weg naar Casablanca , de derde grote stad van de Islam, na Mekka en Medina.

We rijden 250 km door de graanschuur van Marokko. Er kan hier twee keer per jaar geoogst worden al is de opbrengst van de oogst per keer wel minder dan bijvoorbeeld in Nederland.
We rijden een prachtige tolweg. De vergezichten zijn prachtig en de lucht is blauw. Tijdens de reis geeft Rita interessante informatie over de gebieden waar we doorheen rijden. Onze grpe luistert gedurende de hele reis met grote belangstelling.

Het valt op dat de akkers van de Marokkaanse graanschuur nog heel veel stenen bevatten, waardoor het werken met machines vrijwel niet mogelijk is.
Na de oogst grazen schapen en geiten de restjes weg die zijn blijven staan. Volgens Rita zijn zij de “kuisploeg”.

Om twee uur in de middag staan we aan de Atlantische Oceaan. De bus blijft staan bij de “Amerikaanse ambassade” oftewel Mac Donald. We zijn vrij om te gaan lunchen of te wandelen. Wij kiezen voor een lange wandeling en wat eten uit de tas. Casablanca is een stad van grote tegenstellingen tussen arm en rijk. De rijken wonen heel riant. De prins van Jordanië bezit hier ook een gigantisch paleis. De armen moeten zien rond te komen van ongeveer € 100 per maand.

Blikvanger is de enorme moskee van Hassan II . Die is gebouwd ter ere van zijn 60 e verjaardag. Alle inwoners van Marokko hebben aan de moskee mee betaald, die anderhalf miljard euro’s heeft gekost.
We zullen de moskee morgen uitvoerig bekijken. Wij genieten nu van een wandeling langs het brede strand in een stralende zon.

Na ons bezoek aan de Notre Dame van Lourdes , een katholieke kerk, nemen we een kijkje bij het paleis van de koning. Er ontstaat paniek als we eraan komen. Een soldaat komt aangerend om ons te vertellen dat we niet verder mogen dan de bovenste trede van de trap. Daar mogen we foto’s maken en dan moeten we weg wezen. En dat doen we. We gaan de nieuwe medina in en worden dan verrast door een gigantische stortbui. We vluchten naar een theehuis en bezorgen de mannen die daar samen zijn toch wel enige schrik door met veel dames naar binnen te komen. Daar zijn theehuizen tenslotte niet voor.
Er valt een zwaar gordijn van regen. Eén boom krijgt zo veel water te verwerken dat hij topzwaar wordt en omvalt; precies tussen twee auto’s in. Rita belt de chauffeur van de bus. We worden gehaald en gaan door een enorme verkeerschaos naar het hotel. Elke weggebruiker is ervan overtuigd dat hij voorrang heeft en wurmt zich met de auto door de kleinste gaatjes. Het lijkt wel of alle vijf miljoen inwoners van Casablanca ineens ergens naar toe moeten via “ons” kruispunt. Onze chauffeur Houcine is een onverstoorbare en vriendelijke vakman. Zijn rijstijl is klasse! Ons hotel “Transatlantique” is ook klasse.




Casablanca en Rabat


Om 8.30 uur vertrekken we naar de grote moskee. Na de moskee van Mekka is dit het grootste religieuze bouwwerk ter wereld. In de gebedsruimte kunnen 25000 mensen een plaats vinden.
De schoenen moeten wel uit. Het zal bij een groots Islamitisch feest een hele klus zijn om die weer terug te vinden.
Wij krijgen een plastic tas mee om de schoenen bij ons te houden.
De versieringen in het gebouw zijn schitterend. Het plafond is gemaakt van cederhout. In de muren is marmer, onyx en travertijn verwerkt.
Boven in de moskee zijn twee verdiepingen, waar 5000 vrouwen kunnen bidden zonder door de mannen gezien te worden. Die mannen schijnen heel gauw door vrouwen afgeleid te zijn. En dan kun je het luisteren naar de uitleg van de koran wel vergeten. Vandaar die scheiding.
De gebedsruimte beneden is 200 x 100 meter . Het centrale deel van het dak kan in drie minuten open geschoven worden.
De moskee is voor het grootste deel boven de oceaan gebouwd. In de koran staat namelijk
geschreven:”De troon van God was op het water”.
Beneden is het badhuis voor de rituele reiniging. Daar staan 41 fonteinen.
Op het plein kunnen 80.000 gelovigen samenkomen. De minaret is 200 meter hoog. Twee laserstralen met een bereik van 30 km geven de richting van Mekka aan.

Onderweg naar de hoofdstad Rabat vinden we weer een mooie plaats om koffie te drinken.
In Rabat gaan we eerst lunchen, We voegen ons bij Ger en Clasien en eten het nationale gerecht “tajine”, een stoofschotel met balletjes vlees.

In Rabat komt Yoesoef aan boord. Hij is onze verplichte stadgids. We gaan de paleiswijk in waar het paleispersoneel woont, dat goed betaald wordt.
We wachten op de wisseling van de wacht. We hadden gedacht strakke exercitie te zien, maar we zien sloffende, uit de pas lopende soldaten, die elkaar een hand geven als ze wacht overnemen.

We gaan verder naar het mausoleum van Mohammed V. Het is gebouwd in opdracht van koning Hassan II. Het is na de Taj Mahal in India het grootste mausoleum ter wereld.
In het mausoleum staan drie sarcofagen. Ernaast zit een imam verzen uit de koran te reciteren.
Bij de vier ingangen staan soldaten op wacht; voor de hoofdpoort soldaten te paard.

Tot slot van deze dag wandelen we door de fotogenieke straatjes van Rabat. We drinken de Marokkaanse whisky (muntthee) en eten amandelkoekjes.

Ons hotel staat in Kenitra, ongeveer 30 km buiten Rabat. Ieder heeft een kleine bungalow tot zijn beschikking. De liefhebbers kunnen een duik in het zwembad nemen. Niemand maakt gebruik van die mogelijkheid.
Wij zijn blij dat de verwarming in de kamer is ingeschakeld, want het is best fris.




Volubilis, Moulay Idriss, Meknès en Fes


Gisteravond kwam er tijdens het diner een theeschenker langs onze tafels, die muntthee aanbood. Hij maakte daar een hele show van en kwam later de rekening presenteren. Dat laatste viel niet bij iedereen in goede smaak. Daar was van tevoren geen melding van gemaakt door onze theekunstenaar.

Na een prima ontbijt gaan we op weg naar Volubilis, een voormalige Romeinse nederzetting.
In 1755 is dit gebied door een enorme aardbeving onder het puin terecht gekomen.
In het begin van de 20 e eeuw is men begonnen met de opgravingen. Zo kunnen wij vandaag heel interessante bouwwerken bekijken zoals het huis van de werken van Hercules, de triomfboog op de “decumanus maximus”, prachtige mozaïekvloeren en de basilica, een grote hal die door de Romeinen gebruikt werd als beurs, markt en gerechtshof.

In de verte zien we het stadje Moulay Idriss als een reusachtige dromedaris tegen de bergen liggen. In een prachtig decor ligt de helderwitte stad op twee rotsformaties, met daar tussenin het graf van Idriss met zijn groene pannendak.
De kleur groen heeft altijd iets met koningen en moslims te maken, wordt ons tijdens deze reis duidelijk.

Idriss I was een nakomeling van Ali, de schoonzoon van Mohammed. Hij stichtte de eerste Arabisch-Islamitische dynastie in Marokko.
Zijn graf is alleen toegankelijk voor moslims. Alle moslims die naar binnen gaan moeten eerst onder een balk door, zodat ze in elk geval een buiging maken op deze heilige plaats.
We kijken nog even wat rond in de smalle straatjes van de stad, waar we voortdurend met onze rug tegen de muur moeten om de volgepakte ezeltjes doorgang te verlenen.

In Meknès krijgen we weer een nieuwe stadsgids. Nadat we drie muren zijn gepasseerd zijn we in het hartje van de stad bij de enorme graanopslagplaatsen en de paardenstallen van de koninklijke zwarte garde.

We mogen van een afstand de grafkamer van Moulay Ismail zien. Daar staan twee klokken die geschonken zijn door Lodewijk XIV, nadat hij geweigerd had om zijn dochter aan Moulay Ismail uit te huwelijken.
We wandelen verder door de straatjes van Meknès tot bij de metaal- en textielbewerkers. Die mensen werken bepaald niet onder gunstige omstandigheden.

We zullen vannacht in Fes in hotel Nouzha slapen. De straten en fonteinen van de stad zijn schitterend verlicht. De koning is in de stad. Het is dus niet vanwege ons bezoek dat alles er zo feestelijk uitziet, maar het is toch mooi meegenomen.
Na het diner gaan we nog een keer de stad in om foto’s te maken.



9200 Straatjes


Opvallend bij onze reis is dat iedereen zich zo correct aan de afgesproken tijden houdt. We kunnen na het ontbijt dan ook precies om half negen wegrijden. Het is mooi zonnig weer maar nog wel wat fris.
We bezoeken het koninklijk paleis, dat 87 ha beslaat. Ook hier staat de wacht er heel ontspannen bij.
Fes is de oudste koningsstad en door de Unesco tot werelderfgoed verklaard. We wandelen door de Jodenwijk, die te herkennen is aan de balkonnetjes aan de huizen.
De Islamieten houden niet van balkonnetjes. Ze besteden liever aandacht aan de binnenplaatsen. Ware schoonheid zit van binnen!
De winkeltjes in deze wijk zijn allemaal heel klein. Zo hoeft er minder belasting betaald te worden.
Ik heb nieuwe oplaadbare batterijen in mijn camera gedaan. Mij kan vandaag niets gebeuren.
Denk ik! Wat ik niet weet is dat die batterijen eerst opgeladen hadden moeten worden.
Dus geen foto’s? Onze gids geeft even opdracht aan een winkelier en voor 30 dirham heb ik andere batterijen zodat ik al het moois kan fotograferen.
We sjouwen de medina door en drinken “gemengd” koffie. In dit koffiehuis is men gewend aan vrouwen.
We bekijken een karavanserai en een heel oude universiteit.
We laten ons door de straatjes van de groente, van het vlees, van de wevers en van de leerlooiers voeren.
De mensen die het leer moeten verven doen dat onder erbarmelijke omstandigheden. De ververs staan in een verfbad en halen de huiden ook door het bad heen. Buiten de stadsmuur liggen de huiden te drogen.

Het restaurant waar we de lunch gebruiken, zouden we zelf nooit hebben kunnen vinden. Ook hier weer vind je de ware schoonheid van binnen. Toch wel handig, zo’n gids die de weg weet.
En dan vervolgen we onze tocht weer, terwijl we door vier man bij elkaar gehouden worden.
Want in die 9200 straatjes kun je gauw “verloren raken”.
We eindigen onze zwerftocht door de stad bij een modeshow van Marokkaanse kleding. Vlakbij is een piepklein particulier schooltje, waar we met de kleine kinderen”Frère Jaques”zingen. Men verwacht wel een kleine bijdrage. Aan die verwachting voldoen we natuurlijk.



Erfoud


Vandaag gaan we naar het zuiden, naar Erfoud in het woestijngebied, niet ver van de Algerijnse grens. We hebben een rit van 450 km voor de boeg.
Saai?
Helemaal niet!
Het wordt een prachtige rit door de cederwouden van het Midden Atlasgebergte.
Volgens reisleidster Rita kunnen we vandaag “de matras draaien”. We zijn op de helft van de reis.
Onderweg is er een koffiestop in Ifrane, waar in 1922 de laatste leeuw werd geschoten of aangetroffen. Ter herinnering daaraan ligt er een enorme stenen leeuw in het centrum.
We drinken onze koffie en proberen bij twee banken te pinnen. Er komt geen geld. Later nog maar eens proberen.
We stappen in de bus en vervolgen onze weg. En dan zien we de eerste sneeuw op de bergen.
Vandaag rijden we hoog tot de Col du Zad ( 2207 m ).
We kijken tijdens de rit onze ogen uit naar het prachtige landschap.

Midelt ligt op de grens van de Hoge en de Midden Atlas. Deze plaats wordt tot het zuiden van Marokko gerekend. Tijdens het Franse protectoraat werd het een Franse garnizoensstad.
De stad ligt aan de voet van de 3737 m hoge Jbel Ayachi, op 1500 m hoogte.

Het is beslist geen slaapverwekkende tocht. Hier en daar zijn nomadententen te zien. Ook zien we verlaten dorpjes. De huizen zijn gemaakt van leem en stro. Als bindmiddel is paardenurine gebruikt.

De Tunnel du Légionaire is een doorgang in de rotsen, die door het vreemdelingenlegioen is gerealiseerd. Het is een verlaten gebied. Waar dan ineens toch weer een souvenirverkoper vandaan komt is een raadsel. Het lijkt wel of ze zo uit een spleet in de grond naar boven komen. Een bus vol toeristen is voor zo’n koopman natuurlijk een feest. En in onze bus zitten een paar mensen die bij wijze van ontwikkelingshulp van iedereen wat kopen. De man doet dus goede zaken. Wij kopen een dromedaris die van palmbladeren is gevouwen. Een mooi stukje huisvlijt.

El Rachidia. Hier moeten we forel eten, is het advies van Rita. En zo’n advies wordt door de meesten wel opgevolgd.
De Vallée du Ziz is een schitterend stuk woeste natuur. Haarspeldbochten, gorges en later halfwoestijn tot Erfoud, waar we om 18.00 uur aankomen in El Ati Hotel****. Het is een prima hotel met fraaie kamers.



Zonsopgang in de Sahara


De wekker gaat om 4.45 uur. Wie wil kan op excursie naar de zonsopgang in de zandduinen van de Sahara (Merzouga). Wij willen dat wel.
Met vier landrovers vertrekken we om 5.30 naar de Dunes de Sable. Het is nog pikdonker. Door gidsen worden we naar een hoge duintop gebracht om de zon vanuit Algerije op te zien komen. Gisteren hadden we de pikzwarte lucht in het oosten gezien.
Het heeft de afgelopen dagen flink geregend in de woestijn. Er was een ware wolkbreuk na jarenlange droogte.
Het is een mooi schouwspel om de zon op te zien komen. De lucht kleurt rood en dan komt de zon boven de horizon. We krijgen nu een goed beeld van de enorme zandvlakte waar we in staan.
Onze gidsen brengen ons weer veilig naar de Landrovers en proberen ons aan het eind van de tocht nog weer de (on)nodige souvenirs te verkopen.
De mooie ogen van deze jongens en het feit dat ze aan hun eigen zonen doen denken, verleiden Rensriek en Ieteke tot forse aankopen tegen hoge prijzen. Ze hebben er een goed gevoel over.
Als iedereen weer is terug gekeerd bij de landrovers, krijgen we koffie, brood en noten.

De berberfamilie waar we vervolgens naartoe gaan, geven ons de gelegenheid om alles te fotograferen wat we maar willen.
Ze wonen in een tent van dikke bruine kleden. Ze leven van geiten en natuurlijk van toeristen.

Om 9.30 uur zijn we terug in het hotel. De koffers moeten naar buiten en dan kunnen we ontbijten.

Onze eerste stop is vandaag bij een steenhouwerij, waar men fossielen uit gesteente haalt of bewerkt in gepolijste platen. Het zagen van het marmer gaat elektrisch, maar heel langzaam:
1 cm per uur.
De reis gaat verder langs eeuwenoude irrigatiewerken. In vroeger tijden hebben slaven 30 meter diepe putten gegraven om bij het grondwater te komen. Die putten staan onderling met elkaar in verbinding. Zo zijn de khettara’s ontstaan, onderaardse kanalen die naar de oase leiden. Daar komt het water vanzelf omhoog of het wordt via putten omhoog gehaald.

Een jonge man laat zich in een put zakken en komt twee putten verderop weer boven. Dat is een waar huzarenstukje zonder trap.

Na de koffiestop gaan we door naar Tinerhir, een fotogeniek gebied met schitterende panorama’s. We wandelen door de kloof van de Todhra. De wanden zijn loodrecht en 300 meter hoog.
Alpinisten kunnen zich op deze rotsen uitleven en dat doen ze dan ook.

Onze laatste stop is Palmeria, de 35 km lange oase van de Todhra. We worden hier rondgeleid door Mohammed, die ons ook even laat zien hoe je snel een palmboom in klimt.
Hij vertelt dat specialisten het stuifmeel van de mannelijke palmboom meenemen naar een vrouwelijke boom om die te bevruchten.

Onder de olijfbomen zijn vrouwen olijven aan het uitsorteren. We stellen voor om even te helpen. Dat levert veel vrolijkheid op en snelgevulde tonnen.

Mohammed vertelt ons ook hoe een berberjongen aan een vrouw komt.
Als hij bij een feest zijn oog op een meisje heeft laten vallen, vertelt hij dat aan zijn moeder. Die gaat het meisje keuren, bijvoorbeeld in de hamam. Als alles in orde lijkt, arrangeert de moeder van de jongen een bijeenkomst met de moeder van het meisje. Als dat klopt wordt er een “feestje” georganiseerd waar thee gedronken zal worden.
De jongen neemt een brok suiker van ongeveer een kilo mee. Als het meisje vervolgens thee zonder suiker schenkt, gaat het huwelijk niet door.

Onze gids vraagt nog even of we misschien het verschil weten tussen een dromedaris en een vrouw. We zeggen dat we het niet weten en dan is het antwoord van onze gids:
“Met een dromedaris trek je door de woestijn. Met een vrouw trek je door het leven”.

Op weg naar het hotel kan er gepind worden, maar niet door Hendrik, want zijn pas wordt ingeslikt. “Had ik maar naar je geluisterd, zegt hij even later tegen me. Op grond van vroegere ervaringen hadden we hem geadviseerd om nooit te pinnen als de bank niet open is”.
Hendrik gaat een slapeloze nacht tegemoet.



Kasba’s


Het pasje van Hendrik is weer terug. Rita heeft de vorige avond al contact met de directeur van de bank opgenomen. Die kan de kluis echter niet eerder dan de volgende morgen open maken.
Er was een technische storing en daarom verdween de pas. Maar nu is alles weer in orde.

Vandaag staat de weg van de duizend kasba’s op het programma.
We wandelen eerst over de palmeria, die door de uitblijvende regen aan het wegkwijnen is.

Heel indrukwekkend is de Amerhidil-kasba, die gerestaureerd wordt. We krijgen een bijzonder aardige rondleiding door een goede verteller met gevoel voor humor.
Tijdens de koffiepauze kunnen we genieten van de zon.

Het eindpunt is vandaag Ouarzazate. We krijgen een bungalow met een grote woonkamer en twee slaapkamers, keuken, badkamer en toilet. Ze zijn alleen wat zuinig met lichtpunten. Om te kunnen lezen moeten we ons in rare bochten wringen.
We hebben nog even tijd om bij het zwembad te zitten. Maar als de zon achter de bergen verdwijnt is het al heel gauw koud. We wandelen nog even naar de stad om de watervoorraad aan te vullen.



Waar ligt Breda?


Ouarzazate is het uitgangspunt voor een tocht door de Anti-atlas naar het zuiden. Hier blijkt weer de enorme rijvaardigheid van Houcine. Er staan vandaag heel veel haarspeldbochten op het programma. En naast de weg is het behoorlijk diep.
Maar voordat we vandaag kunnen vertrekken, merk ik dat mijn camera weg is. Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn camera meegenomen heb. Zou iemand anders hem per ongeluk meegenomen hebben ? Ik vraag rond en ren weer terug naar ons huisje. Weer rondvragen. Niemand weet iets. Dat kan ook niet, want de camera zit gewoon in mijn rugzak. In een van de vele vakjes. Zulke dingen gebeuren ook onderweg
Toch vertrekken we op tijd.
Onderweg zorgt Rita altijd voor voldoende foto- plas- en koffiestops. Het is een heerlijk ontspannen reis. We zijn blij dat we deze reis geboekt hebben.
Na de koffiepauze in de zon gaan we naar Zagora en Tamegroete.
Tamegroete heeft een zaoeia. Dat is een zetel van een broederschap die godsdienstlessen geeft bij een maraboet.
Een maraboet is een plaats waar een heilige begraven is.
Bij de maraboet kloppen zieken drie maal met een klopper op de deur van het graf en spreken dan hun wens uit.
Mij wordt gevraagd om dat even voor te doen, maar ik vergeet een wens te denken. Veel effect zal die handeling dan ook niet hebben.

Vervolgens wandelen we door de ondergrondse kasba. Hier is het in de zomer beter uit te houden dan in het felle zonlicht en de hoge temperaturen.
We bekijken de bibliotheek uit de 17 e eeuw die heel belangrijk is voor islamitische studies. De 80 jarige bibliothecaris schreeuwt bij ieder boek waar het over gaat. De meeste van zijn “zinnen” bestaan uit één woord.

In Zagora lunchen we in een prachtig restaurant. Het is onvoorstelbaar dat je zo’n prachtig gebouw met zo’n fraaie tuin in de woestijn aantreft.
Een stenen richtingaanwijzer in de stad geeft aan dat we nog 52 dagen per kameel verwijderd zijn van Timboektoe.

Op de terugreis naar het hotel stoppen we nog even op een marktplein, waar een koopman me vraagt of ik een kaartje kan tekenen van Nederland, waarop Breda is aangegeven. Daar woont een vriend van hem die hij graag wil bezoeken. Hij wil graag de route vanaf Schiphol naar Breda weten.
We kennen dit kunstje. Het gaat er natuurlijk om dat we in zijn winkeltje terecht komen. Dat zijn we niet van plan.
Daarom vraag ik hem om papier buiten te brengen. Ik teken het kaartje, waar hij niet echt in geïnteresseerd is. We worden uitgenodigd om toch vooral even in zijn winkel te komen. We doen het niet. Bananen zoeken we; geen sieraden, potjes en pannetjes.
Als we langs de overkant van het plein terug gaan naar de bus, staat hij daar weer. Hij heeft aan deze kant ook een winkel en is vast van plan om ons iets te verkopen.
Het doosje met bijzondere sieraden gaat open. Twee leuke voorwerpen hebben onze belangstelling: een ketting met een zuigsteen voor de baby, die op moeders rug gedragen wordt en een “berber tomtom”. Dat is een driehoekig sieraad dat, gericht op de sterren, aangeeft in welke richting je gaat. De tomtom kost 400 dh.
Ik peins er niet over, hoewel het een mooi sieraad is.
Wat ik dan wil bieden? Ik bied 50 dh. De wanhoop in de gebaren van de koopman is haast schokkend. Het spelletje gaat nog even door totdat we in de bus zitten. Hij is met ons meegelopen. En de prijs zakt. We worden het uiteindelijk eens over 150 dh. Volgens onze chauffeur een redelijke prijs. En als het niet zo is? Dan hebben we toch mensen blij gemaakt: de koopman en ons zelf.



Filmsterren en geitenbomen


Vandaag gaan we van Ouarzazate naar de kust. We zien onderweg het Marokkaanse Hollywood, de Atlasstudio’s.
Deze hoog ommuurde studio’s beslaan 30.000 m2 woestijn en geven aan heel wat inwoners van Ouarzazate werk. Mensen staan in de rij om een figurantenrol te krijgen.
Ook de Andromedastudio’s zijn in deze streek gevestigd.

Onze eerste echte stop is Ait ben Haddoe. Deze ksar, een versterkt dorp, ligt tegen de zandstenen heuvel op de linkeroever van de Wadi Mellah
Op dit moment is het een bescheiden stroompje. We bereiken de overkant over zandzakken die in het water gelegd zijn.
Ook deze ksar is een filmlocatie geweest. Onze 78 jarige gids, die een soort Esperanto spreekt (hij gooit namelijk alle talen door elkaar), vertelt dat hij ook in een film heeft gespeeld. Volgens hem had hij een hoofdrol.
Hij heeft niet zoveel tanden meer in zijn mond en laat vol trots zien dat hij een dromedarisgebit heeft.

De huizen van de ksar zijn heel eenvoudig. Er is een plekje om te slapen en een plekje om te koken. En verder leeft men op het dak.
Er wonen nu weer tien families in de ksar, die op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat.
Men is druk aan het restaureren. In de toekomst zullen veel families weer terugkeren naar hun gerestaureerde huis.

We klauteren tot boven op de heuvel, waar de agadir staat, waarin vroeger het graan werd bewaard. Als we weer voorzichtig naar beneden gaan krijgen we van een bewoonster amandelen aangeboden.

De tocht gaat verder. Eerst dachten we dat de oude gids nooit meer op zou houden met praten, maar Rita heeft kans gezien om de enorme woordenstroom te stoppen.
De omgeving blijft indrukwekkend. Het decor van onze tocht is het Hoge Atlasgebergte en het glooiende landschap dat ervoor ligt.

Een bijzondere boomsoort die we vandaag te zien krijgen is de argania. Het is een unieke en belangrijke boom voor Noord-Afrika. De hoogte is maximaal zes meter.
Het hout is heel hard en uitermate geschikt voor houtskool. Kamelen en geiten vinden de blaadjes en de vruchten erg lekker. Uit de pitten van de vruchten wordt argania-olie geperst.
De vitaminerijke olie wordt gebruikt in de cosmetica en is een ant-rimpelmiddel. Het is een medicijn tegen arteriosclerose, waterpokken en reumatiek.
De argania-olie wordt ook in de keuken gebruikt in salades en tajines. En tenslotte wordt de olie ook toegepast als lampolie.

Op diverse plaatsen zien we argania’s, waarin geiten geklommen zijn om alles wat niet geoogst is op te eten. En wat de geiten weer laten vallen wordt zorgvuldig geraapt om veevoeder te bereiden.

In de Soussevallei, die erg vruchtbaar is, zien we uitgestrekte sinaasappelplantages.
Opvallend zijn ook altijd de Berberbegraafplaatsen. Kleine steentjes geven aan waar een lichaam begraven is. Stenen met een opschrift kent men niet.
Als we om 18.00 uur bij Bahia Sud Hotel aankomen, hebben we een lange, maar interessante reis achter de rug.

Tijdens de bustocht heeft een aantal mensen besloten dat ik Rita zal moeten toespreken bij het afscheid. Daar zal ik vanavond dus wat voorbereidingen voor moeten treffen.
We houden ook nog wat tijd over om te “flaneren” op de drukke boulevard van Agadir.



Agadir


Als iedereen in de bus zit, bedank ik Rita namens de groep. Ik benoem haar kwaliteiten en gebruik veel van de geestige uitdrukkingen die ze zelf tijdens de reis heeft laten horen.
Rita wil de toespraak graag hebben, maar omdat ik slechts trefwoorden op papier heb staan, zal ik die later via de e-mail aan haar toesturen.
Ook Houcine en Mohammed betrek ik in de dank.

Nog één keer gaan we met Houcine en Mohammed naar de stad. Het ommuurde gedeelte gaan we nog even binnen om eventueel wat souvenirs aan te schaffen. Daarna rijden we door naar de heuvel die boven de stad uitsteekt. Vanaf de top hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving.
Waar we nu staan was voorheen de oude stad Agadir. Op 29 februari 1960 legde een zware aardbeving de stad in 15 seconden in puin. Het episch centrum van de aardbeving was de plaats waar we nu naar de omgeving kijken.
De nieuwe stad is verderop herbouwd en heeft dan ook niets van de charme van de andere steden die we hebben bezocht. Toch is de stad bij toeristen zeer in trek, vanwege de aangename temperaturen en het mooie strand.

Onder aan de heuvel stappen we uit de bus om via het strand naar het hotel te wandelen.
We halen lekkere broodjes bij de bakker en genieten van de zon bij ons zwembad.
Het is prachtig weer. De lucht is strak blauw.
Ik neem een duik in het zwembad. Een tweede gast volgt. De anderen blijven liever op de kant.

Om half acht gaan we met Ger en Clasien eten in restaurant Le Drôme aan de Avenue Hassan II. Het eten is perfect. Degene die ons binnen heeft gepraat is eigenlijk docent Arabische litteratuur. Maar in het onderwijs kan hij niet aan de slag komen. Om meer kansen te creëren op de arbeidsmarkt studeert hij nu rechten naast zijn werk.



Afscheid


De laatste volle dag in Agadir. Die zullen we zo goed mogelijk benutten. We lopen naar het strand en dan een flink stuk in zuidelijke richting. Het is prachtig weer. Het zeewater heeft een plezierige temperatuur, maar de oceaan is wel vrij wild.
Na een milkshake bij Mac Donald gaan we weer terug langs het strand naar de vissershaven.
Onderweg komen we Ger en Clasien tegen. We besluiten om samen verder te gaan.
Al gauw worden we gesignaleerd door een Marokkaan, die ons aanbiedt om de weg te wijzen naar de haven. We vinden dat niet zo nodig, want we kunnen zelf ook lezen.
De dienstbaarheid van de man is echter bijzonder groot en hij begeleidt ons naar de vishal. Het is toch eigenlijk wel leuk dat hij ons wat vertelt over de vissen die daar liggen. Hij weet ook een goed visrestaurantje. Dat is natuurlijk van hemzelf. Nu hoeven we zelf geen keuze te maken uit de meer dan honderd piepkleine eettentjes met lange tafels daarvoor.
Er komt een prima gegrild vismaal op tafel, vooraf gegaan door een schotel met tomaten en uien.
De maaltijd wordt op Marokkaanse wijze besloten met een glas muntthee.

Het diner zullen we met een groot aantal van de groep gebruiken op het strand. Maar omdat er geen wijn geschonken wordt in het restaurant dat gekozen is, kiest een deel van de groep ervoor om verder te gaan. Wij blijven en brengen met elkaar de laatste avond in Marokko door.
Morgen om 11 uur vliegen we terug naar Nederland.



Tenslotte


Ons vooroordeel over een groepsreis zijn we kwijt. De reisleidster was perfect. We kregen goede informatie. Rita was zorgzaam voor degenen die toch wat last kregen van de ingewanden. De hotels waren goed. Het eten was goed.
Houcine en Mohammed zorgden voor een veilige reis en een schone bus.
Het is ons geweldig goed bevallen. Voor 2008 hebben we al een nieuwe reis geboekt.

Jan en Nely Baars
De Meibrink 19
7091 ZH Dinxperlo
jegbaars@hetnet.nl


Ook zin in vakantie na het lezen van dit reisverslag? Bekijk het reisaanbod naar Marokko

Kadobon winnen?

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.