

ma-vr: 08.30 - 17.00 uur
za: 09.00 - 14.00 uur
2e Pinksterdag: 09.00 - 15.00u

Het toestel van South Chinese Airways, vluchtnummer CZ 346 staat al klaar als we bij Gate F 9 komen.
Twee mannen kijken ernstig naar de rechtervleugel. Zou er wat los zitten? Het probleem geeft hen in elk geval bijna twee uur werk, zodat we een uur te laat vertrekken.
Er zijn veel lege stoelen, zodat ik later een poosje in het middenvak kan liggen slapen. We vliegen bijna negen uur over de afstand van 7837 km .
Het is natuurlijk al weer gauw licht. We vliegen immers tegen de tijd in. De route gaat via het zuiden van Denemarken en Zweden in oostelijke richting. We vliegen ten noorden van Moskou naar Siberië.
Daar zijn de bergen bedekt met een dikke laag sneeuw. We hebben dan inmiddels zeven uur gevlogen.
En dan zien we de uitgestrekte Gobiwoestijn.
Voordat we Beijing bereiken vliegen we nog over een woest berglandschap
Op het vliegveld van Beijing staat Michel Lebon, onze reisleider. Hij heeft assistentie van de plaatselijke gids, die Tang heet. Haar naam betekent “suiker”. Maar wanneer je “Tang” op de verkeerde toon uitspreekt, heb je het niet over “suiker”, maar over “soep”. Het is onze eerste kennismaking met de Chinese taal.
We worden naar het Hong Run Hotel gebracht. Alles ziet er heel verzorgd uit. Nadat de koffers zijn uitgepakt gaan we met de groep dineren volgens het Chinese systeem: een grote ronde tafel voor tien personen. Op de tafel een glazen draaischijf (“Lazy Suzy”) met daarop heerlijke gerechten, die we na enige oefening echt met stokjes kunnen eten.
Als we na het eten teruglopen naar het hotel, zien we de eerste “Hallo-Chinees”, die “leal Lolex” te koop aanbiedt. De letter “r” is te moeilijk om uit te spreken.
In het hotel dragen we het toegangs- en fooiengeld ( € 140,= p.p.) af aan Michel.
Onze plaatselijke gidsen tijdens de reis zijn van de CITS, Chinese International Travel Service. Zij zorgen tijdens de reis ook voor een aantal verplichte nummers, zoals het bezoek aan de cloisonnéfabriek. Hier worden heel dunne ijzerdraadjes met grote nauwkeurigheid op vazen gelijmd, waarna de vaas met glazuur wordt bewerkt. De prachtige vazen zijn een specialiteit van Beijing.
De volgende stop is bij het mausoleum van Ding Ling. Via de Heilige Weg, waarlangs dieren staan die symbolische betekenis hebben ( o.m. paard: vooruitgang; kameel: volhardend; olifant: groot geheugen), komen we bij de Poort van de Eminente Gunsten. Daar staat een grote stenen schildpad. Als je zijn kop aanraakt wordt geluk jouw deel. Wie zijn schild aanraakt wordt rijk. Wie zijn staart aanraakt, krijgt of behoudt gezondheid. Nely kiest voor de staart.
We worden opmerkzaam gemaakt op de betekenis van kleuren aan de gebouwen. Rood, geel, groen en blauw zijn keizerlijke kleuren. Zwart, wit en grijs blijven over voor gewone mensen.
Langs de weg naar de Zaal van de Eminente Gunsten staat ook een erewacht van stenen menselijke figuren: militaire en burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders en ambtenaren.
De keizer hoefde na zijn aardse leven niet alleen naar het dodenrijk. Hij nam zijn voornaamste vrouw en één concubine mee, die levend werden begraven.
Een keizer leeft na zijn dood nog 10.000 jaren verder en dat staat gelijk aan eeuwig leven.
De graven van de dertien keizers zijn alle gericht naar het zuiden, omdat alle narigheid altijd vanuit het noorden komt.
De lunch gebruiken we in een “staats Van der Valk”. Daar kunnen 6000 mensen tegelijkertijd worden gevoed. De kwaliteit van het eten is uitstekend.
We hebben nu weer genoeg energie om naar de Chinese Muur te gaan, die 6700 km lang is. Met de bouw van deze Wanli Changcheng is men al in de vijfde eeuw voor Christus begonnen. In zijn huidige vorm werd de muur gebouwd door keizer Qin Shi Huangdi (3 e eeuw v.Chr.). Duizenden arbeiders verloren hierbij het leven en zo werd de muur ook een massagraf.
De Chinese Muur, die zich uitstrekt van de Gobi-woestijn tot de Oostchinese Zee moest het kwaad uit het noorden, de nomadische ruiters, tegen houden.
Het miezert een beetje als we over de muur gaan lopen. Er zijn flink steile stukken bij. We zijn echt niet de enigen op deze “ruggengraat van China”.
Het is een geweldige ervaring. Hoeveel mensen zullen ons in de voorbije eeuwen zijn voor gegaan?
Als we weer bij ons vertrekpunt zijn aangekomen, staan er opnieuw heel veel “Hallo-Chinezen” met allerlei souvenirs.
Michel heeft zich in korte tijd al laten kennen als iemand met een enorme kennis van het land. Hij hoeft geen boek te raadplegen.
Hij noemt het China van nu een radijs: een dun rood schilletje en de rest is wit. Want 85 procent van de bevolking werkt niet meer voor de staat. Het salaris van de Chinezen is niet hoog, maar allerlei tegemoetkomingen worden meestal in de officiële opgaven niet vermeld.
Eén op de vier Chinezen heeft een auto, meestal een bedrijfswagen.
Er wordt hard gewerkt in China: “Als ik niet slaap, werk ik en als ik werk slaap ik niet”.
Beijing is de hoofdstad van China en heeft 15 miljoen inwoners. Er rijden 85.000 taxi’s. Het openbaar vervoer is heel goedkoop. Huizen zijn duur en de grond is altijd van de staat.
Beijing is een heel moderne stad. Ook de “gouden poorten” van Mac Donald zijn al nadrukkelijk aanwezig.
De Chinezen zijn altijd heel ijverig geweest. Ze gingen op ontdekkingsreis en kwamen al vóór Columbus in Amerika. Maar toch kwam er een moment dat een keizer China weer op slot deed. De openheid was voorbij.
De eerste keizer van China liet karrensporen voor ossenwagens aanleggen. De bestuurders van deze wagens liet hij betalen voor het gebruik van deze wegen. Zo werd hij de uitvinder van het rekeningrijden.
De keizer wist alles en kon alles. Daarom werden edelen en geleerden gearresteerd. Boeken werden verbrand. Wie wat wilde weten kon bij de keizer terecht.
Zo’n keizer wil natuurlijk graag onsterfelijk zijn. Daarom moesten 1500 jonge mannen de Oostchinese Zee op om het onsterfelijkheidskruid te gaan zoeken. Ze vonden het niet en beseften heel goed dat dat het einde van hun eigen leven zou kunnen betekenen. Dus gingen ze niet terug en ze peddelden door tot ze een eiland vonden. Daar bleven ze. Zo werden ze Japanners.
Tijdens de verhalen van Michel rjjden we verder door de prachtige stad Beijing. Het verkeer is een chaos en de chauffeurs zijn ware acrobaten. We rijden langs het Olympisch Dorp en het stadion. Alles had al klaar moeten zijn maar vanwege de strenge winter zijn nog niet alle bouwactiviteiten voorbij.
We sluiten deze bijzonder geslaagde dag af met het eten van Pekingeend en al het lekkers dat daarbij geserveerd wordt.
Het is immens druk op het Tian án Men-plein, het Plein van de Poort van de Hemelse Vrede. Duizenden Chinezen staan in een kilometers lange rij om Mao te zien liggen in het mausoleum. Op grote afstand zullen ze voorbij de kist lopen en slechts een glimp van hem opvangen.
Het is een gigantisch plein, dat we indringend hebben leren kennen uit de tv-beelden van 1989, toen studenten in opstand kwamen tegen het Chinese regime
Aan het plein staat ook de Hal van het volk, waarin 4100 afgevaardigden plaats kunnen nemen.
We maken een groepsfoto met op de achtergrond de foto van Mao. Daarna gaan we naar de Verboden Stad, die precies op de eigen Chinese 0-meridiaan ligt. Op die meridiaan ligt trouwens ook het Olympisch dorp. Zo belangrijk zijn de spelen voor China.
Aan de bouw van de Verboden Stad werkten duizenden arbeiders. Eén miljoen mensen haalden van overal in China bouwmateriaal. In veertien jaar was de stad klaar.
De vloer is drie meter dik. Onderaardse tunnels hebben dus geen kans. Bovendien is die dikke vloer een bescherming tegen aardbevingen.
Er is trouwens wel vaak brand geweest. Vandaar dat er veel grote waterpotten staan voor bluswerkzaamheden.
In de Verboden Stad speelden eunuchen een belangrijke rol. In ruil voor aanzien en rijkdom stonden ze een belangrijk lichaamsdeel af.
De laagste eunuch was de eunuch van de pot. Er was namelijk geen toilet in het paleis en de keizerlijke ontlasting moest toch worden afgevoerd.
Maar er was voor een eunuch wel een mogelijkheid om langzaam in rang op te klimmen en zich vervolgens intensief bezig te houden met de concubines van de keizer.
Bij die concubines waren vijf rangen. Van de laagste rang waren er 9 x 9 = 81. Er waren er 3 x 9 = 27 van de vierde rang, negen van de derde rang, vier van de tweede rang en één van de eerste rang.
In totaal 122 concubines.
De eunuchen bepaalden wie bij de keizer mocht slapen.
In ruil voor veel geld wilde de concubine graag bij de keizer slapen en zo mogelijk een zoon voor de keizer baren.
Door al dat baren stonden er heel wat aanstaande keizers in de wachtrij, wat natuurlijk weer gevaarlijk was voor de zittende keizer.
Veel van de keizers kwamen om door aanslagen, ( geslachts-) ziekten en ongezond leven.
De ideale concubine had een bleke huid, een kleine mond, lang haar, grote ogen, slanke handen met lange nagels. Ze was kleiner dan de keizer en had lotusvoetjes die tussen teen en hiel niet groter waren dan ongeveer 8 cm . Om die reden werden de voeten van meisjes afgebonden of werden de tenen gebroken. De ideale leeftijd van een concubine was van 15 tot 25 jaar. Daarna deed ze niet meer mee.
Het was de taak van de keizer om de verbinding te maken tussen aarde en hemel. Hij was verantwoordelijk voor het goede weer. Om dat te regelen ging hij naar de Taoïstische tempel Tian Tan, de Tempel van de Hemel, die voltooid werd tijdens de Ming-dynastie.
Hier bad de keizer tot zijn voorouders om een goede oogst.
De Taotempel is vol symboliek. Het is een cirkel (hemels) op een vierkant vlak (aards). De keizer is immers de verbinding tussen hemel en aarde.
Het altaar van de hemel is het centrum van de wereld. Wie op de ronde altaarsteen staat, mag in stilte een wens doen, die in vervulling zal gaan.
Om die reden is het erg druk bij de altaarsteen. Willen we onze wens kunnen doen, dan moeten we de tactiek van de Chinezen toepassen: gewoon een ander even weg duwen.
In het Red Theatre bezoeken we een fantastische show: The Legend of Kungfu.
Om half acht gaan we met de hele groep dineren. Het is zoals elke dag overvloedig en bijzonder lekker. We krijgen veel voorgeschoteld wat we nog nooit gezien of geproefd hebben. De Chinese namen van de gerechten zeggen ons ook niets. Maar we tasten gewoon toe met onze twee eetstokjes. Daar zijn we al best handig in geworden.
We beginnen vandaag in Hutong, de oude stadswijk van Beijing. Het is een eenvoudige buurt, waarin vooral de oudere mensen graag willen blijven wonen. De smalle straatjes zijn overvol, maar wel schoon. En daarmee is het zoveelste vooroordeel over China gesneuveld.
In de boekjes die we vooraf hadden gelezen werd gemeld dat China vies zou zijn, hotels als in Oostbloklanden zou hebben, het eten zou niet geweldig zijn, koffie niet te drinken en toiletten heel smerig.
Onze ervaringen zijn precies tegengesteld. Waarschijnlijk geven die reisboeken de situatie van jaren geleden weer. En misschien is het ook wel spannender om met dergelijke verhalen thuis te komen.
In de Hutong nemen de buurtcomités een belangrijke plaats in. De leden worden gekozen en zijn herkenbaar aan een rode band om de arm. Ze houden letterlijk en figuurlijk hun straatje schoon.
Ze zorgen voor veiligheid, kinderspelen, kinderopvang, ouderenzorg, controleren de opstelling bij de bushalte, sussen ruzies en proberen soms meisjes aan de man te brengen.
Dat houdt natuurlijk ook een enorme sociale controle in.
De ijzeren driehoek waarop de Chinese samenleving berust, is : woonvergunning, werkvergunning en politioneel dossier. Er blijft heel weinig geheim.
Het keizerlijke zomerpaleis, Yihe Yuan, werd tijdens de Qing-dynastie door de keizer gebruikt om de Verboden Stad te ontvluchten.
Vooral de naam van keizerin Cixi wordt met deze grootse buitenplaats in verband gebracht. Geld om deze plek tot een paradijs te maken werd onttrokken aan de schatkist.
De keizerin liet een marmeren radarboot bouwen, waardoor de kas van de marine totaal leeg gezogen werd. Zo was zij uiteindelijk verantwoordelijk voor de val van de Qing-dynastie in 1911.
Cixi kreeg ooit van de Duitse keizer een Mercedes aangeboden. Ze was totaal niet ingenomen met het geschenk. De chauffeur moest namelijk vóór haar zitten en dát kon natuurlijk bij een keizerin. De Mercedes staat er nog steeds, en mag helaas niet gefotografeerd worden.
De keizerin at graag uitgebreid. Het liefst een diner met 128 gangen.
Ze nam dan van elke gang drie hapjes. Als een eunuch mee mocht genieten, moest hij negen keer bedanken.
Er waren geen vaste eettijden. Wel moest het voedsel na bestelling door de keizerin onmiddellijk opgediend worden. Er moest dus een list bedacht worden: het eten werd warm gehouden. Daarvoor waren er vierhonderd koks in dienst.
Officieel werd na iedere maaltijd al het overgebleven voedsel vernietigd. In werkelijkheid bleef het bewaard totdat er voedselvergiftiging optrad.
Een speciale wens van de keizerin was gevulde taugé. Probeer dat maar eens voor elkaar te krijgen.
Na het diner gaan we naar het immense treinstation van Beijing. We waren benieuwd, omdat we gelezen hadden dat het op dat station altijd zo’n geweldige chaos was. Je zou moeten vechten om de trein binnen te komen.
Niets daarvan. We wachten in een grote wachtkamer tot ons treinnummer aan de beurt is en dan worden we keurig naar het perron gebracht. De treinstewardessen staan in de houding naast hun coupé.
In alle rust kunnen we naar binnen.
Onze trein is de nachttrein van 21.24 uur naar Xi’an, een afstand van 1200 km . We hebben een mooie coupé. Alles is uitstekend verzorgd. Toch is de nacht niet het toppunt van ontspanning. Ik slaap onrustig.
Om zes uur staan we op om naar het voorbijtrekkende lösslandschap te kijken dat gevormd is door de Gele Rivier. Het is een gebied waarin nog 14 miljoen grotwoningen voorkomen.
De lösslaag is op sommige plaatsen wel 2000 meter dik. Er wordt hier veel gierst verbouwd.
Om 8.30 uur komen we aan op het station van Xi’an. We lopen 500 meter naar het Diamond International Hotel, waar ons een voortreffelijk ontbijtbuffet wacht.
Onze plaatselijke gids Cherry, staat al klaar om ons mee te nemen naar de stad. Haar Chinese naam betekent “wolkje”.
Als we in de bus plaats genomen hebben zien we dat een koopvrouw een grote zak appels laat vallen. De appels rollen weg en van alle kanten snellen de mensen toe om te helpen. Dat denken we tenminste. Maar de werkelijkheid is anders. Iedereen graait zoveel als hij of zij kan pakken bij elkaar om zelf mee te nemen. We kijken verbijsterd toe. De gebeurtenis ergert me enorm en ik stap de bus uit om de zak appels aan de vrouw te betalen. Ze is overstuur van wat er is gebeurd. “Wolkje” vertelt aan haar waarom ik haar geld geef. Ze bedankt me door haar tranen heen: “xie, xie!”
Misschien heeft ze gedacht: Rare lui, die toeristen.
Xián is de oudste stad van dit gebied, al meer dan 3000 jaar oud. De muur om de stad is 600 jaar. Xi’an had van oudsher een uitgebreide zijdecultuur en lag dan ook aan het begin van de beroemde zijderoute.
Elfhonderd jaar is Xi’an de hoofdstad van China geweest. Het is ook vanuit deze stad dat het communisme vaste grond in China kreeg.
In de eerste jaren van het communisme verhuisden veel Chinezen ook “vrijwillig verplicht” naar de provincie Xi’an.
We treffen in Xi’an ook de graven van 114 keizers aan. Nog geen tien procent van die graven is geopend.
Men is bang dat er te ruw gegraven zal worden en dat er veel materiaal verloren zal gaan.
Wij gaan de Pagode van de Grote Wilde Gans bezoeken met de gebouwen daar om heen. Volgens de legende zou een wilde gans in een periode van hongersnood hier naartoe gevlogen zijn om de hongerige monniken te voeden. Volgens sommigen was die gans boeddha zelf.
Als we het terrein bekeken hebben en met een paar reisgenoten over het boeddhisme praten, begint de grond onder ons plotseling te golven. Een aardbeving!
Mensen komen gillend uit de pagode naar beneden. Anderen knielen op straat en bidden.
Ook wij zoeken een open plaats op waar we niet door eventueel vallende stenen geraakt kunnen worden. De pagode beweegt wel, maar blijft staan. Grote stofwolken komen uit de toren tevoorschijn.
Vooral de Chinezen zijn in paniek. Er volgens nog twee stevige naschokken. Het voelt bij ons alsof we duizelig zijn, alsof we niet goed worden.
We beseffen op dat moment nog niet dat er ’s avonds al 5000 doden gemeld zullen worden. Wij bevinden ons op ongeveer 600 km van het episch centrum.
Later blijkt de aardbeving de zwaarste te zijn in 32 jaar. De kracht is 7,8 op de schaal van Richter.
De meeste slachtoffers vallen in de provincie Sichuan. Negenhonderd scholieren vinden de dood onder de puinhopen van hun school.
Ik praat met een Amerikaan uit San Francisco, die al veel aardbevingen heeft mee gemaakt. Maar nu is hij heel bang.
We vervolgen onze tocht. Om aan ons “wolkje” en haar werkgever tegemoet te komen, maken we een “verplichte”excursie naar een jade-werkplaats. Leuk om te zien en behoorlijk duur.
Als we bij ons hotel terugkomen, blijkt er ook in Xi’an schade te zijn aan de 14 kilometer lange stadsmuur. Bij de bogen naar het station zijn stukken uit de muur gevallen. De treinen rijden niet meer, Duizenden reizigers zitten bij hun bagage op het stationsplein.
In een deel van de stad is de stroom uitgevallen. Scholieren staan allemaal buiten. Mensen zitten op straat omdat er gewaarschuwd is voor naschokken.
Om zeven uur gaan we met de hele groep naar een restaurant voor de “hotpot”. Vóór je op tafel staat een pannetje met water dat aan de kook gebracht moet worden. Vervolgens mogen de gerechten daarin worden gekookt. Het lijkt een beetje op fonduen. Het is een gezellige bezigheid, maar je krijgt niet echt veel binnen. En daarom hebben we het recept ook maar niet gevraagd.
Na thuiskomst lopen we nog even naar het station. De treinen rijden kennelijk weer. CNN geeft het laatste nieuws: 7000 doden.
Het Confucianisme was de staatsfilosofie van de 5 e eeuw voor Chr. Tot 1911. De stichter, meester Kung, was een wereldverbeteraar in een periode dat China nog niet was verenigd. Meester Kung was intelligent, kritische en heel direct. Zijn leerlingen hebben zijn gedachtegoed opgeschreven.
Er zijn ongeveer 3000 regels, onder meer:
* Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat hield ook de klassenmaatschappij in stand. Deze
regel kwam veel later ook de Jezuïeten goed uit.
* Voorouders moeten worden vereerd.
De familienaam is ook veel belangrijker dan de eigennaam. In China wordt de familienaam
ook altijd eerst genoemd.
*Je bent verplicht om je zelf steeds verder te verbeteren.
* Kinderen moeten hun ouders dienen.
Al reizend pakken we steeds meer over China op, dank zij Michel, die zijn informatie op een heldere en plezierige manier aan ons door geeft.
En zo komt ook Mao aan de beurt die in 1949 partijleider werd. Onder zijn bewind vond de Culturele Revolutie plaats (1966-1976). Daardoor is veel waardevols verloren gegaan. Toch is Mao voor velen nog steeds de grote leider. Zijn portret hangt nog altijd aan de noordzijde van het Tian’an Menplein.
De Bende van Vier organiseerde aanvallen op intellectuelen. Deze bende waarvan ook Mao’s vrouw deel uit maakte, nam in feite de macht over in China. Uiteindelijk kwam het tot een proces tegen hen in 1981. Mao’s vrouw pleegde zelfmoord tijdens het uitzitten van haar straf.
In 1978 komt Deng Xiaoping op als leider. Hij komt met economische hervormingen en zet de deuren naar het buitenland open om weer frisse lucht binnen te laten. Hij beseft echter heel goed dat er met die frisse wind ook “vliegen en muggen binnen konden komen”.
Hij voert de éénkind-politiek en de verantwoordelijkheidspolitiek in.
Door slechte planning was er in China een enorm gebrek aan voedsel ontstaan. De boeren kregen daarom hun land terug om voedsel te produceren.
China beslaat ongeveer 10 % van het aardoppervlak. Daarvan is ongeveer 10% geschikt voor landbouw. Eén procent van het aardoppervlak moet dus een kwart van de wereldbevolking van voedsel voorzien.
De boeren mochten van Deng Xiaoping weer zelf gaan bepalen wat ze op hun grond zouden verbouwen.
Zo werd er op het lössplateau, waar we met de trein over reize, vooral gierst verbouwd. Verder: druiven, perziken, granaatappels.
De boeren werden dus zelfstandig. Daardoor steeg de productie, waarvan een deel aan de staat moest worden afgedragen.
De boeren vallen niet onder de éénkind-politiek.
De grootste attractie van Xi’an is het terracottaleger, Qing Bingmajong.
In 1974 werden brokstukken van levensgrote stenen militairen en paarden ontdekt door boeren die een waterput probeerden te slaan.
Dit terracottaleger is een onderdeel van een gigantische graftombe, die de eerste Chinese keizer, Qin Shihuang Ling heeft laten bouwen.
Achthonderdduizend mensen zijn gedurende 36 jaar dagelijks bezig geweest om het grafcomplex tot stand te brengen.
Elke stenen mensfiguur is ongeveer 1.80 m lang. De mannen met het knotje zijn soldaten, die met de platte pet zijn luitenant en de figuren met een vleugel op het hoofd zijn generaals.
Het is een imponerende opstelling van figuren die al meer dan 2000 jaar geleden zijn gemaakt.
Anderhalve kilometer verder staat een grote heuvel, die vermoedelijk de grafheuvel is van keizer Qin Shihuangdi. Dat grafcomplex zou ook 48 graven van bijvrouwen omvatten die levend met de keizer werden begraven, evenals veel arbeiders die aan het complex hadden meegewerkt.
Als we weer in de bus zitten, verdelen we onze aandacht tussen Michel, die interessante informatie geeft over Chinese gebruiken, en het verkeer, dat erop gericht lijkt te zijn om de anderen altijd een slag voor te zijn. Men passeert links en rechts en alleen als het echt niet anders meer kan, wordt er geremd. Voetgangers en fietsers zijn vogelvrij.
Ook de politieagenten worden niet warm of koud van deze chaos. De agent die dienst heeft als verkeersregelaar op een kruispunt, voert een heel strakke show op.
Toch weer even luisteren naar Michel. Hij wijst op mensen die de snelweg vegen. Omdat het nauwelijks aanwezige vuil kennelijk niet te gauw verwijderd moet worden, heeft de man een steel met twee takken daaraan. Zo’n straatveger is iemand die werkeloos is. Overigens wordt de term werkeloos niet gebruikt. Men spreekt over “wachters op werk”.
Even krijgen ze steun van de overheid en dan worden ze aan het werk gezet.
Omdat niet iedereen even gelukkig is met zo’n overheidsbaan, proberen velen, eventueel met hulp van de familie, een eigen bedrijfje op te zetten.
Wie in China wil trouwen, heeft toestemming van zijn werkgever of van het buurtcomité nodig. Ook het zwanger worden moet gebeuren met medeweten van deze instanties.
Het liefst trouwt men in het jaar van de draak. Dat brengt geluk.
Boeren en minderheden mogen meer dan één kind hebben.
Overigenszijn de tegenwoordige Chinese kinderen net kleine keizertjes. Bijna de helft van het gezinsinkomen wordt aan hen besteed.
Omdat beide ouders werken, zijn opa en oma de eigenlijke opvoeders. Zij brengen de kinderen naar school, halen hen op en brengen hen vervolgens weer naar allerlei andere activiteiten.
Chinezen willen graag het allerbeste ergens in zijn. Heel veel kinderen hebben daarom op hun vrije dag extra les. Vanaf hun vijfde jaar krijgen de kinderen huiswerk mee naar huis. De meeste leraren verdienen meer met het geven van bijles dan met hun gewone taak. Op lerarendag geven ouders aan de leraar van hun kind een ruime gift; vaak van duizenden yuan.
Bij de Moskee van de Zuivere Waarheid beëindigen we ons bezoek aan de stad. Je zou dit gebouw nooit als een moskee herkennen. Het heeft helemaal geen Arabische uitstraling.
Moslims worden gerespecteerd in China. Hun kinderen worden tweetalig opgevoed, Chinees en Arabisch. De éénkind-politiek geldt niet voor moslims.
Hierna gaan we dineren in het prachtige Sunshine Beauty City Grand Theatre. We eten dumpling. Dat zijn kleine deeghapjes in allerlei vormen, gevuld met noten of vlees. Ze moeten in saus gedompeld worden.
Het diner wordt opgeluisterd door een harpiste, die een horizontale harp bespeelt.
Na het diner volgt een fantastische show, die terug wijst naar de Tang-tijd, en vooruit wijst naar een glorieuze toekomst van de Chinese beschaving.
Het is een prachtige combinatie van muziek, dans en schitterende kleding.
Vooral het acrobatische nummer met de diabolo’s is perfect en imponerend.
Om zes uur loopt de wekker af. Evenals gisternacht heb ik ook vannacht weer sms-jes ontvangen van lieve familieleden, die geen erg hadden in het tijdsverschil van zes uur. Niettemin worden de berichten op hoge prijs gesteld.
Nog één keer ontbijt in dit mooie hotel en dan vertrekken we naar Sjanghai.
Op de straat zitten honderden Chinezen te wachten naast hun bagage totdat ze van de trein naar het westen gebruik kunnen maken. Door de aardbeving zijn verschillende spoorverbindingen niet meer bruikbaar. De televisie laat nog steeds beelden van de enorme verwoesting zien.
Onze buschauffeur moet een alternatieve route bedenken om de menigte te omzeilen. We maken weer bijzondere staaltjes van Chinese rijstijl mee. Wanneer het verkeer in twee rijen stil staat, gaat men gewoon over de doorlopende streep naar de rijbaan van de tegenliggers totdat het helemaal vastloopt en één van beiden besluit om de ander voor te laten gaan.
Het is onbegrijpelijk dat we niet meer verkeersongelukken zien.
Onderweg stoppen we bij een park waar een groot monument is geplaatst als herinnering aan de oude zijderoute, die tot bloei kwam tijdens de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 na Chr.).
Xi’an was het begin van deze route.
Het monument is meters lang en stelt een karavaan voor.
Vlak bij het monument zijn Chinezen bezig met hun lichaamsbeweging. Ze dansen met linten en waaiers en maken muziek met grote trommen en bekkens. De oudere mensen in China besteden veel aandacht aan hun lichamelijke conditie.
Om 11.30 vliegen we met een Boeing 757 naar Sjanghai, waar we twee uur later op het nieuwe vliegveld aankomen, dat aangelegd is in verband met de Olympische Spelen.
We krijgen een nieuwe plaatselijke gids. Ze heet Yi, een leuke, vlotte meid, die trots is op haar stad.
De koffers worden naar het hotel gebracht en wij gaan met de zweeftrein met een snelheid van 430 km per uur (!) naar het centrum van Sjanghai. En daar zoeken we de tempel op van de Jade Boeddha.
Ons hotel voor de komende drie nachten is het Zhao An Hotel. Ook hier hebben we weer een prima kamer. Het diner is erg smakelijk en kleurrijk. We eten onder meer gestoomde broodjes met vlees en azijnsaus, veel soorten groente, kip, varkensvlees en ….. modderkruipers en stukjes kwal.
Sjanghai heeft 18 miljoen inwoners met een permanente verblijfsvergunning. Daarnaast wonen er nog zo’n 7 miljoen mensen met een tijdelijke vergunning.
In oktober van het vorige jaar heeft Sjanghai ook nog eens 4 miljoen toeristen ontvangen.
Dat allemaal bij elkaar geeft een hele drukte in de stad. Daarom worden particuliere auto’s zoveel mogelijk geweerd uit de stad door een hoog bedrag te vragen voor een rijvergunning.
Gelukkig heeft Sjanghai een goed functionerende metro.
Het oostelijk deel van de stad is gedurende de laatste tien jaar verrezen. Hoge, moderne wolkenkrabbers bepalen de skyline van deze miljoenenstad aan de Huangpujiang, een 80 km lange zijrivier van de Jangtse.
Tot 1993 speelde Sjanghai geen rol bij de plannen om de economie van China te hervormen. In hoog tempo heeft men dat verzuim goed gemaakt.
Het oude Sjanghai is gebouwd door vervolgde Chinezen, die zich in vroeger tijden in de moerassige delta van de rivier vestigden.. Ze bouwden catamarans en gingen daarmee op zee vissen.
De bodem waarop Sjanghai is gebouwd, is zo drassig dat de gebouwen op palen van 90 meter lengte rusten.
Vijfentwintig jaar geleden had Sjanghai geen enkel viaduct, slechts één brug en 125 gebouwen hoger dan vijf verdiepingen.
Nu is het een woud van wolkenkrabbers.
Om toeristen te informeren hangt men rustig t.v.’s met flatscreen en computers bij een busstation. Ze worden niet vernield.
Op de rit naar de Yuentuin wijst Michel ons op de grote gebouwen die we passeren: de t.v. toren, het Auroragebouw, het voetbalstadion en het enorme zwembad.
Onze lunch is vandaag een Mongoolse barbecue, die uitstekend smaakt. We bekijken een kasjmierweverij en wandelen en winkelen daarna langs en in de omgeving van de rivier.
We besluiten de dag in het Circustheater waar een voortreffelijke acrobatiekshow wordt gegeven, die met één woord kan worden weer gegeven: FANTASTISCH.
Om negen uur vertrekken we voor een extra excursie naar Zhujiajiao, een buitenwijk of voorstadje van Sjanghai. Het is een uurtje rijden. Het weer is prachtig.
Als we op onze bestemming zijn aangekomen zien we vier mannen, die proberen een grote bank van de bovenverdieping naar beneden te laten zakken. Wanneer stort de hele stellage die ze gebouwd hebben in elkaar? Het ziet er niet zo stevig uit. Tegen ieders verwachting in lukt het en ons applaus wordt in dank aanvaard.
Intussen hebben we alweer de nodige “Hallochinezen”om ons heen met “Lolex”.
Hun volhardend aanbieden van hun koopwaar levert hen nog heel wat yuans op. Eerst wordt één nep-Rolex voor 400 yuan aangeboden. Maar na heel veel theater koop ik uiteindelijk vier klokjes voor 100 yuan. En nu maar hopen dat ze vanavond nog steeds lopen.
We gaan de tempel van Boeddha binnen. Of we het gastenboek willen tekenen. Natuurlijk willen we dat. En dan zien we de truc. Achter je naam mag je invullen welk bedrag je van plan bent om te offeren. En zo helpen we de boeddhistische tempel in stand houden. Er zijn trouwens nog meer figuren op dit tempelcomplex aanwezig, die iets in hun offerblok gedeponeerd willen zien.
We maken een leuk tochtje met gondels door de waterwegen van dit plaatsje. Auto’s kunnen hier niet komen.
We voeden ons op een terrasje met een rijstbal, waarin ze een minimaal stukje vlees verstopt hebben. Het is niet echt een maaltijd om over naar huis te schrijven. Maar het bier is heerlijk koel.
De rest van de middag hebben we ter vrije besteding. We maken een flinke wandeling in de omgeving van ons hotel.
In de avond gaan we varen op de rivier die door Sjanghai stroomt. De wolkenkrabbers aan beide oevers zijn prachtig verlicht op zaterdag en zondag. De rest van de week is men zuinig met energie.
Om half drie moeten we klaar staan om naar het vliegveld te vertrekken. We hebben dus nog ruim de tijd om gedurende de morgen Sjanghai verder te verkennen.
Met de metro gaan we naar Jinmao Observatory 88. Voor 70 yuan gaan we met de lift naar de 88 e etage van deze wolkenkrabber.
Met een snelheid van 9 meter per seconde gaan we omhoog om op 430 meter hoogte over de stad uit te kijken.
Naast ons zien we bouwvakkers op bijna 500 meter hoogte bezig. Als ik ernaar kijk staat het water in mijn handen.
Hoe hoog die wolkenkrabber gaat worden is nog niet helemaal zeker. Het moet de hoogste van China worden en daarom wacht men nog even hoe hoog de hoogste wolkenkrabber van Taiwan gaat worden. Met een forse antenne op het dak kan Sjanghai dan winnen.
Op onze hoge uitkijkpost krijgen we een gratis parel, die tegen betaling van € 20 aan een kettinkje gemaakt kan worden. Hetzelfde wordt gedaan met een diamantje. Slimme jongens, die Chinezen.
Om aan de andere kant van de rivier te komen, maken we gebruik van de Bund Sightseeing Tunnel. Voor 40 yuan gaan we in een cabine onder de rivier door. Van de tunnel heeft men een attractie gemaakt met mooie lichteffecten.
En dan gaan we weer naar een tempel. Naar de tempel van Mc Donald met de gouden poort. Een keertje frietjes na alle Chinese maaltijden smaakt ook wel weer.
Om half drie vertrekken we naar een ander vliegveld dan waar we zijn aangekomen. Ook dit is een uiterst moderne luchthaven. Het toestel heeft vijf kwartier vertraging zodat we pas om 19.15 uur vertrekken. Ons reisdoel is Guilin. Daar zullen we verblijven in Guilin Fubo Hotel. We zijn nu in Zuid-China. De temperatuur is 28 graden Celsius.
Het is miezerig weer en dat blijft de hele dag zo. Dat is jammer want we gaan een riviercruise maken door een prachtig gebied. Volgens onze gids huilt de hemel vreugdetranen over onze aanwezigheid. Wij zouden graag willen dat die emoties wat in bedwang waren gehouden. Maar het is niet anders.
Het wordt toch een mooie tocht, al blijven de bergtoppen die op veel Chinese schilderijen te zien zijn vaak verscholen in de regenwolken. We passeren kleine dorpjes en vissers op bamboevlotten. Handelaars op bamboevlotten varen tot vlak voor de boot. Net als we denken dat ze overvaren zullen worden, gooien ze het roer om en proberen ze naast de boot varend, hun koopwaar aan de man te brengen.
Aan boord wordt een eenvoudige lunch geserveerd. Daarbij drink ik een merkwaardig drankje, peniswijn. Als je gewend bent aan het idee, is de smaak toch heel aangenaam.
In Yangshuo gaan we van boord. De vissers met aalscholvers worden natuurlijk door iedereen op de foto gezet.
En dan gaan we op weg naar ons hotel, het New West Street Hotel. We worden begeleid door (natuurlijk) “Hallo-Chinezen”. We hebben belangstelling voor hun koopwaar en als ze blijven roepen dat alles “cheep, cheep” is en we de prijs stevig hebben laten zakken, gaan we met een Kiplingtas en een zijden (?) t-shirt naar huis. We worden er allemaal gelukkig van.
Het miezert, maar de temperatuur is aangenaam. We hebben genoeg aan de paraplu die we hebben meegenomen. Als we hem niet bij ons hadden gehad, was er voor € 1 een te koop. Aanbod genoeg.
Er komen elektrische wagens voor zes personen om ons naar het boerenland te brengen.
De souvenirverkopers uit het plaatsje laten ons niet zo maar gaan. Op hun scooters rijden ze in de optocht mee. Bij elke stop staan ze weer klaar met hun handel. En altijd is er wel weer iets wat sommigen onder ons nog niet hebben.
We stoppen bij een heel oude boerderij, waar we kunnen zien hoe de mensen wonen en werken. De bewoners zijn niet alleen bezig met het nu, maar ook met de toekomst. In een van de kamers staan namelijk al de twee doodkisten die voor hen bestemd zijn. Dat is heel gewoon in China.
We krijgen een goed beeld van deze agrarische streek. Het is een prachtig landschap.
Na de lunch gaan we reuzenpanda’s bekijken. Maar voor het zo ver is staan we samen met de Chinezen stil bij de gigantische aardbeving, die op dat moment al zeker 30.000 doden heeft geëist.
Een journalist maakt een foto van ons voor zijn krant. Waarschijnlijk houden we allemaal onze handen voor de oren, want hier betekent twee minuten stilstaan bij een ramp, dat er een oorverdovend lawaai is van sirenes en toeterende vrachtauto’s en bussen. Toch is het een heel emotioneel moment. We beseffen heel goed wat een enorme ramp China is overkomen en dat ook wij slachtoffer hadden kunnen zijn.
Er volgen in China nu nog drie dagen van nationale rouw.
Van het Chinese reisbureau moeten we nu op de hoogte gebracht worden van het verschil tussen echte en namaakparels. Dus maken we een korte excursie naar een parelbedrijf. Het zou natuurlijk ook heel mooi zijn als we de nodige sieraden aanschaffen. Voor ieder van ons is wel een verkoopster beschikbaar. En wie goed luistert hoort steeds: “cheep, cheep”.
De Ludi Yan, de Rietfluitgrot, die we daarna bezoeken, werd tijdens de inval van de Japanners in 1940 gebruikt als schuilplaats door de inwoners van Guilin.
De grot is een onderdeel van een gangenstelsel in de Guangmingheuvel. Stalagmieten en stalactieten zijn mooi verlicht.
En dan is het al weer bijna avond. Sommigen van de groep laten zich onder handen nemen door masseuses. Ze komen herboren (lees: gebeukt en geslagen) terug. Wij wandelen door het fraai aangelegde park.
Na het voortreffelijke diner moeten we naar het station. We nemen de slaaptrein naar Guangzhou, vroeger Kanton genoemd.
De nachtrustervaringen in de groep zijn heel divers. Sommigen hebben heerlijk geslapen, anderen, onder wie ikzelf, hebben nauwelijks een oog dicht gedaan. Overigens is er op de trein niets aan te merken. Om 9.10 uur hebben we een afstand van 800 km afgelegd in 12 uur.
In ons hotel, Hotel Landmark Canton, krijgen we op de 39 e etage een prima en zeer uitgebreide brunch en een prachtig uitzicht.
Onze kamer ligt op de 22 e etage met een schitterend zicht op de Zhu Jiang, de Parelrivier.
In de bus vertelt onze plaatselijke reisleidster, van wie de Chinese naam “zwaluw” betekent, over de stad. Er wonen 9 miljoen mensen. En ook hier is het verkeer een chaos. Scooters en brommers (allemaal elektrisch) mogen niet in het centrum van de stad rijden.
De bevolking van dit gebied heeft in de loop van de geschiedenis veel te lijden gehad van vreemde overheersers. Velen zijn dan ook uit China vertrokken naar andere werelddelen. Veel Chinezen die in Nederland wonen komen ook uit dit gebied.
De taal is Kantonees en dat verschilt heel sterk van de officiële landstaal, het Mandarijn.
Het Mandarijn-Chinees is een toontaal met vier tonen. Het Kantonees gebruikt er zes.
Er bestaan nog veel meer dialecten in China. Ze zijn in te delen in zeven grote groepen, die allemaal weer subdialecten bevatten.
Schrijven doen Chinezen met karakters, eigenlijk een soort beeldschrift. Het is door alle Chinezen te lezen, ook al spreken ze het allemaal anders uit.
De familietempel van de Chen-cla is ons volgende reisdoel. De tempel is niet groot, maar wel heel mooi. In feite is het ook een gasthuis voor familieleden uit de hele wereld.
China kent maar 450 familienamen. De meest voorkomende is de naam Wang. Die wordt gedragen door 93 miljoen Chinezen.
Wie weet hoeveel “Wangen”er zitten op de Qingpingmarkt, die we vervolgens gaan bezoeken. Het is wel duidelijk dat hier een grote variëteit aan kruiden en eetbare waren is.
Je kunt hier gedroogde zeepaardjes, zeenaalden, pezen, gedroogde kikkers en paddestoelen kopen. Of de honden en katten hier ook voor consumptie worden aangeboden, weet ik niet.
Van Chinezen zegt men wel dat ze alles eten wat poten heeft, behalve een tafel en een stoel. Wij hebben in ieder geval steeds heerlijk gegeten, ook al wisten we niet altijd wat ons werd voor gezet.
Ons afscheidsdiner is een mooie gelegenheid om officieel afscheid te nemen van Michel, die ons op een voortreffelijke manier door het land heeft geleid. Zijn kennis is gigantisch. En hij heeft ons een heel ander China laten zien dan wij vóór onze reis in gedachten hadden.
Het was een geweldige ervaring. Alles was tot in de puntjes geregeld. Compliment voor Michel en ook voor KRAS.NL!
Op het vliegveld van Ghangzhou melden we ons met onze bagage. We blijven ruim onder het toegestane gewicht van de koffers.
We worden door een begeleidster op zeer hoge hakken door lange gangen naar de vertrekhal gebracht. Zo te zien gaat er bijna niemand naar Beijing.
Onze groep stapt in alle rust het vliegtuig binnen. Zo leeg ?
Maar dan komen de Chinezen en hoewel de meeste Chinezen heel klein en slank zijn, krijg ik een enorme bonk Chinees naast me, die ook bijna mijn plek in bezit neemt. Mijn vriendelijke “ni hao” levert geen reactie op. Ach, hij is pas de eerste onvriendelijke Chinees die ik tegen kom.
In Beijing verlaten we het toestel voor een tussentop van een uur. We gaan de trap af en worden naar een bus verwezen, die ons twintig meter verplaatst, waarna we weer een trap op mogen naar de transithal.
Het zal een lange dag worden: drie uur vliegen van Guangzhou naar Beijing, een uur wachten en dan nog tien uur naar Amsterdam.
Zo vliegen we met vlucht CZ 345 van China Southern Airlines terug naar Nederland. Het toestel is ook nu niet vol. We zien niet veel, want we hebben een plaats boven de vleugel. We zullen de tijd moeten doden met lezen en cryptogrammen.
Eigenlijk zou de andere kant van de aardbol niet zo ver weg moeten zijn, want we willen best nog eens terug naar China.
Dus: Zaijian : Tot ziens.

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.