Skip navigation

Reisverslag: China Compleet

Door: Cor Vervoort 
Reisverslag China Compleet



Dag 1 Amsterdam - Beijing


We gaan met de trein naar Schiphol, waar we om 21.00u met een Boeing 777 van China Southern Airlines, vlucht CZ 0346 naar Beijing vertrekken.
De vluchtduur bedraagt 9 uur. De vlucht gaat via het noordelijke halfrond naar China.
De nacht aan boord verloopt rumoerig. Er is aan boord iemand ziek geworden. Later blijkt dat het Fred is, die deel van onze groep uitmaakt.
De piloot vraagt of er een dokter in het toestel aanwezig is. Grace, ook iemand uit onze groep, ontfermt zich over Fred. Na een tijdje komt het gelukkig allemaal weer goed.



Dag 2 - Beijing



Om 12.15u Chinese tijd landen we in Beijing. De zon schijnt en het is rond de 20º C. Het is in Beijing 6 uur later dan in Nederland.
We worden op het vliegveld opgewacht door onze Nederlandse gids Jan Joosten en zijn Chinese collega Lotus. Het trio is compleet met de chauffeur, die Wang heet.
Onze groep bestaat in totaal uit 31 mensen.
De bus brengt ons naar het Traveler Inn Hotel, waar we tijdens ons bezoek aan Beijing zullen logeren. Het hotel staat in een rustige buitenwijk van Beijing.
Twee dingen vallen direct op; schone straten en overal bouwactiviteiten.
Dit ongetwijfeld met het vooruitzicht op de Olympische Spelen, die er later deze zomer zullen plaats vinden.
We maken een korte wandeling door een volkswijk ‘hutong’ in de omgeving van het hotel.
’s Avonds eten we in de Tempel van de Aarde. In deze 600 jaar oude tempel is een restaurant gevestigd.



Dag 3 - Beijing


Om 8.00u vertrekt de bus voor een rondrit door Beijing. Nu pas wordt duidelijk hoe groot deze stad is, met zijn 15 miljoen inwoners.
De nieuwe futuristische stadions, waar op 8 augustus de Olympische Spelen van start gaan, zijn prominent in Beijing aanwezig. Het knalstuk is het Vogelnest.
In dit stadion, dat bijna 100.000 toeschouwers kan herbergen, zullen de atletiekwedstrijden plaatsvinden.
Hierna wordt een bezoek aan een cloisonnéefabriek gebracht. Hier worden met een techniek die al zo’n 1000 jaar oud is koperen voorwerpen, hoofdzakelijk borden en vazen, geglazuurd.
De mensen die hier werken, verdienen 500 Yuan per maand. Een Euro is bijna 11 Yuan.
De volgende bezienswaardigheid op het programma zijn de Ming-graven (Shisanling).
De graven stammen uit de Ming-dynastie (1368 – 1644). In dit gebied liggen 13 van de in totaal 16 Ming-keizers begraven.
Het oudste graf, dat van de derde keizer, stamt uit 1409. Het laatste graf uit 1644.
Een 7 kilometer lange heilige weg leidt o.a. door de Shen Gong Sheng (vermiljoen poorthuis) en het Stele Pavilion. In dit gebouw is een schildpad te zien met een stele op zijn rug. De zuil is geheel voorzien van Chinese karakters, en de oudste van zijn soort in China.
Er staat er een lange rij wachters gevormd door 24 stenen dieren met o.a. tijgers, kamelen en olifanten.
De Ming-keizers wilden de grootte van het Ming-rijk tonen, door een indruk te geven wat voor verschillende soorten exotische dieren in het toen al onmetelijke rijk leefden.
De bus brengt ons naar de eigenlijke graven, een paar kilometer verderop.
Hier ligt o.a. het graf van de derde keizer Changling, die regeerde van 1403 tot 1424.
We komen het complex binnen via de Poort of Eminent Favour (verheven genegenheid).
In de Hall of Eminent Favour zijn de schatten van Dingling tentoongesteld.
Er zijn gouden en zilveren voorwerpen te zien, die dienden als offergaven voor de overleden keizer. De schatten zijn afkomstig uit de kleine graftombe van Dingling, de 13 e Ming-keizer, die in 1620 gestorven is.
Helaas zijn een aantal grote graven tijdens de Culturele Revolutie (1966 – 1967) volledig vernield en daarmee voor het nageslacht verloren gegaan.
Via een authentiek offeraltaar komen we bij de Minglou (de zielentoren).
We beklimmen de toren, van waaruit we een prachtig uitzicht over het complex hebben.
Achter de toren ligt Bao Ding, de grafheuvel. Het eigenlijke graf bevindt zich 27 meter onder de grond in een grafcomplex, dat alleen via een geheime ondergrondse gang te bereiken is.
De lunch gebruiken we in een enorme vreetschuur, annex souvenirwinkel.

Hierna rijden we met de nodige vertraging naar de Grote Muur (Changcheng) in Badaling, 75 km ten noorden van Beijing.
Ook files zijn hier een inmiddels bekend probleem. Niet alleen op weg er naar toe, maar ook in de buurt van de muur is het een mierennest van duizenden mensen.
Met veel moeite weet onze chauffeur een parkeerplaatsje te bemachtigen.
Het is vandaag erg heiig, maar toch krijg je een goed idee hoe kolossaal het bouwwerk is. De muur slingert over bergruggen, zover het oog reikt.
We klauteren enkele kilometers over de muur. Door de hoge trappen en het grote hoogteverschil is dit geen eenvoudige klus.. Duizenden Chinezen maken uitgerekend vandaag een uitstapje naar de muur. Ondanks de vele toeristen geeft het een apart gevoel hier te mogen zijn.



Met de bouw van de Grote Muur werd in 221 tot 207 voor Christus, tijdens de Qin-dynastie begonnen.
Meer dan 300.000 arbeiders werkten aan de bouw van de muur. Velen verloren hun leven hierbij en werden in de muur begraven.
De muur moest bescherming bieden tegen de invallen van nomadische volkeren uit het noorden. Met name de Mongolen, die onder leiding stonden van Genghis Khan. De Mongolen, die meesters waren in het oorlog voeren met paarden, konden deze hindernis niet nemen.
Met name tijdens de Ming-dynastie werd de muur gerenoveerd en verbeterd.
De huidige muur die grotendeels in verval is geraakt, is maar liefst 6700 km lang. Ze behoort tot het UNESCO-wereld erfgoed.
Als we terug gaan naar de bus koopt Ad voor 500 Yuan twee Lolex-horloges. De Chinezen spreken steevast de r uit als een l.
Bij terugkomst in Beijing wordt er in een lokaal restaurant gegeten. Het restaurant ligt in dezelfde straat als ons hotel.
De plaatselijke Chinezen worden tijdens het eten en na het nuttigen van de nodige alcohol steeds luidruchtiger.
Het lijkt wel een wedstrijdje wie het hardste kan schreeuwen. Ondertussen gooien ze etensresten, servetten en sigarettenpeuken op de grond. De sfeer is er gezellig en ongedwongen.
Voor twee personen reken ik voor een prima maaltijd, inclusief drank en fooi 100 Yuan af.



Dag 4 - Beijing


Vandaag blijven we in Beijing. Het regent en het is behoorlijk fris, jammer dan.
Als eerste staat het immense plein van de Hemelse Vrede (Tiananmen-plein) op het programma. Het plein heeft een oppervlakte van 44 ha en kan een half miljoen mensen herbergen.
Op dit plein riep Mao op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China uit. Deze plek is gemarkeerd door een gigantisch portret van Mao. Ook is het plein bekend van die ene student, die in 1989 bij studentendemonstraties, in zijn eentje een tank probeerde tegen te houden.
Midden op het plein staat het mausoleum van Mao. Voor het mausoleum staat het Monument van de Volkshelden, dat in 1958 voltooid werd.
Nadat er op het plein een groepsfoto is gemaakt, wandelen evenals duizenden Chinezen, naar de Verboden Stad. We betreden de Verboden Stad via een brug en de Poort van de Hemelse Vrede.
Volgens Jan, valt het vandaag erg mee. Vaak zijn er wachttijden van enkele uren, om binnen te kunnen komen.
Gelukkig is het ondertussen opgehouden met regenen. Met de bouw van de Verboden Stad (Zijincheng), werd in 1420 door keizer Yongle begonnen.
Vanuit dit enorme complex regeerden, tussen 1420 en 1920, vierentwintig keizers uit de Ming- en Dingdynastieën. Ze woonden er met hun concubines, eunuchen, hofhouding en familieleden.
Ik ben volkomen overdonderd, de vele paleizen, ontvangsthallen en verblijven van de concubines. We hebben weliswaar de hele voormiddag, maar om dit alles goed te bekijken heb je ongetwijfeld meerdere dagen nodig.
Door de ontelbare pleintjes, tuinen en binnenplaatsen wordt je orientatievermogen danig op de proef gesteld.

In de verboden stad is de film ‘The Last Emperor’ opgenomen. Deze klassieker gaat over het leven van de laatste Chinese keizer, Aisin Gioro Pu Yi.
Deze keizer leidde tijdens de 2 e wereldoorlog onder de Japanse overheersing een marionettenregering. Als straf werd hij, na de oorlog, zeven jaar gevangen gezet.
Hij werd door Mao vrij gelaten en kreeg een baan als tuinman.

De daken op het complex zijn geeloranje van kleur. Dit was de exclusieve kleur van de keizer.
Degene, die het tijdens het bewind van de keizers, het in zijn hoofd haalde geeloranje kleding te dragen, werd zwaar gestraft. De doodstraf was hierbij geen uitzondering.
Via de noordelijke poort verlaten we de Verboden Stad. We worden zowat besprongen door een horde souvenirverkopers.
Ondertussen is nagenoeg de hele groep in het bezit van een Rolex. De prijs is inmiddels gedaald tot 20 Yuan, waarschijnlijk nog meer dan de helft te veel. Ad heeft de smaak duidelijk te pakken en heeft ook een horloge met een zwaaiende Mao gekocht.
We gaan met de bus naar een restaurant vlakbij het plein van de Hemelse Vrede.

Na de lunch ga ik nog even terug naar het plein om wat foto’s te maken.
In verband met de onrust in Tibet worden veel Chinezen bij het betreden van het plein gefouilleerd. Toeristen worden duidelijk geen strobreedte in de weg gelegd.
Overal staat politie die nauwlettend het publiek in de gaten houdt.
Op het plein beoefenen veel Chinezen het nationale volksvermaak, vliegeren, waar ze maar geen genoeg van kunnen krijgen.

Daarna brengt de bus ons naar de Tempel van de Hemel. In de bus blijkt de eerste Rolex al stuk te zijn, grote hilariteit.
De Tempel van de Hemel is het mooiste voorbeeld van Ming-architectuur in China. Het gehele complex omvat 267 hectare.
De keizer kwam hier drie maal per jaar om te bidden en te offeren.



- In de lente werd gebeden voor een goede oogst
- In de zomer voor regen
- In de winter om te danken voor de oogst
We betreden het complex via de zuidelijke poort. Het eerste wat bij binnenkomst in het oog springt is het vijf meter hoge ronde offeraltaar,
Voor de keizer was het hoogste nummer in rangorde de negen. Daarom is de gehele geometrie rond het altaar gevormd door nummer negen of een veelvoud daarvan. Voorbeelden zijn het aantal terrassen, niveaus, trappen en treden.

De blauwe kleur van de daken, staat voor de kleur van de hemel. Groen is de kleur van de aarde.
Tijdens onze aanwezigheid hebben de Chinezen meer belangstelling voor onze reisgenote Maya Wildevuur, dan voor hun eigen cultuur.
Maya is kunstenares en inderdaad een bijzondere verschijning, met haar hoed van kunststofbloemen en fleurige kleding.
De Chinezen kunnen er maar geen genoeg van krijgen. Hele hordes lopen achter Maya aan, om maar met haar op te foto te kunnen.
Ten noorden van het offeraltaar ligt de Echo Muur. De muur heeft een doorsnede van 65 meter. Door de bijzonder akoestische eigenschappen van dit complex, is de naam door de toeristen gegeven. Het ronde gebouw binnen de contouren van de muur, is de rustplaats van de hemelse God.
Het meest imposante gebouw is de Hal voor het Gebed. Hier werd gebeden en geofferd voor een goede oogst. Het gebouw heeft een marmeren terras, dat uit drie niveaus bestaat.
Enorme houten pilaren ondersteunen het dak, zonder dat er cement of spijkers gebruikt zijn. Het gebouw is 38 meter hoog en 30 meter in diameter. Een heel speciale constructie voor een gebouw dat in 1420 gebouwd werd.
In de Hal voor het Gebed werden levende dieren, zoals schapen geofferd.
Bij het verlaten van de tempel valt er authentiek chinees volksvermaak te bewonderen, zoals kaarten, schaken en dansen.
Een groepje vrouwen houdt zich bezig met tai chi, een eeuwenoude Chinese bewegingskunst.
We gaan terug naar het hotel, veel tijd om te eten is er niet. Dus houden we het bij een broodje uit de supermarkt.
Om 19.00u gaan we met de bus naar het Rode Theater. Er is een spectaculaire wervelende show te zien, met veel Chinese dans en muziek; The Legend of Kungfu.



Dag 5 - Beijing


Om 8.30u gaan we met de bus naar het Zomerpaleis (Yiheyuan). Opnieuw is het erg heiig.
Smogvorming in Beijing is helaas de normaalste zaak van de wereld.
Lichtelijk paniek bij Ad, het horloge met de zwaaiende Mao heeft een probleempje; het zwaait niet meer. Eigen schuld Ad; had je maar terug moeten zwaaien.

Het oude zomerpaleis, dat in de zomer als verblijfplaats van de keizers uit de Verboden Stad diende, dateert uit de 12 e eeuw.
Het 290 ha grote complex bestaat voor het grootste gedeelte uit een meer en prachtige tuinen.
Daarnaast zijn er verblijven voor de keizer, zijn concubines en de hofhouding.
In 1860 werd het complex tijdens ‘de opiumoorlog’ door de Engelsen en Fransen plat gebrand. Er werden veel kostbaarheden gestolen, die nu o.a. in het British National Museum te zien zijn.
Indien de mogelijkheid zich voordoet kopen rijke Chinezen in het Westen deze kostbaarheden terug en schenken ze aan Chinese musea.
In 1888 werd het complex door de keizerinregent Cixi herbouwd. De sluwe meedogenloze vrouw bracht het van een lage rang concubine tot keizerin. Ze werd keizerin omdat de keizer op jonge leeftijd overleed.
Cixi was 48 jaar aan het bewind en overleefde haar enige zoon. Uiteindelijk werd haar neefje keizer. Hij was de laatste keizer van China.
Met name het Paleis van het Eeuwige Leven is de moeite waard. In dit paleis handelde de keizer de staatszaken af. Voor het gebouw staat een mythisch hybride beest; Kylin.
Langs het Kunmingmeer is er een 728 meter lange wandelgalerij met veel schilderijen.
Op het meer ligt een ‘marmeren boot’, die onder het bewind van Cixi gebouwd is. Het geld dat daarvoor uitgegeven werd, was eigenlijk bestemd voor het vernieuwen van de Chinese marine.

Hierna staat een bezoek aan een oude traditionele volkswijk ‘hutong’ op het programma. Helaas verdwijnen de hutongs in sneltreinvaart. De grond is nodig voor de bouw van prestigieuze en futuristische gebouwen.
Met riksja’s maken we een ritje door de smalle straatjes. Hier valt het dagelijkse leven van de Chinees te aanschouwen, zoals het nog niet zolang geleden was.
We bezoeken de plaatselijke markt en tot slot gaan we een origineel hutong-huis binnen.
Het huis is klein en eenvoudig ingericht. De woning is voorzien van elektriciteit en stromend water. Het nadeel is dat men aangewezen is op een openbaar toilet.
Voor de verwarming hebben de bewoners een stinkende kolenkachel tot hun beschikking. Deze mensen leiden absoluut geen armmoedig bestaan.
De huidige bewoners wonen al meer dan 40 jaar in dit huis. Chinezen blijven hun leven lang in hetzelfde huis wonen.
De 69-jarige bewoonster verteld, dat door de grondschaarste die er in Beijing heerst, de waarde van haar optrekje zo’n €200.000 bedraagt.
Daarna zijn we vrij. Mieke en ik bezoeken de Tibetaanse Lama Tempel (Yonghegong).
In 1694 werd het complex als paleis door keizer Kangxi gebouwd. In 1744 werd het gebouw veranderd tot een tempel voor de monniken uit Tibet en Mongolië.
De grootste bezienswaardigheid is de 18 meter hoge Maitreya Boeddha. Het beeld werd uit een blok sandelhout gemaakt.
Dankzij premier Zhou Enlai, werd de tempel tijdens de Culturele Revolutie een totale vernieling bespaard. In 1981 werd de tempel weer voor bezoek geopend.
Ten slotte doen we nog wat boodschappen voor de lange treinreis van morgen. Voor bij de koffie kopen we een stukje kleurrijk Chinees gebak.

We passeren een school, waar nagenoeg alleen maar vaders hun meestal enige kind ophalen.
’s Avonds eten we opnieuw in het volksrestaurant, waar we deze week al eerder gegeten hebben.



Dag 6 - Beijing - Datong


Vandaag is het de verjaardag van Mieke. Om 8.00u staat de bus voor de deur van het hotel, voor een laatste rit door Beijing om ons vervolgens af te zetten bij het station. We gaat met de trein naar Datong in de provincie Shanxi, een afstand van 500 km.

Onze koffers zijn gisterenavond om 22.00u opgehaald, zodat we nauwelijks bagage bij ons hebben. Het station van Beijing is het grootste van China, zwaar bepakte reizigers overal om je heen, waar je ook maar kijkt.
De trein vertrekt om 10.15u, gelukkig mogen we een kwartier van te voren op het perron. Alles is beter dan die warme stinkende vertrekhal.
Als de trein tot stilstand is gekomen wringt de zwaar bepakte menigte zich de trein in. Velen kopen pas een treinkaartje in de trein, wat tot nog meer oponthoud leidt.
Bij onze van te voren gereserveerde plaatsen aangekomen, blijken deze door een aantal Chinezen ingenomen te zijn.
Nadat we van Lotus afscheid genomen hebben, is ze toch even met ons de trein in gegaan om onze plaatsen aan te wijzen. Ze maakt er korte metten mee en een mum van tijd zijn de Chinezen van onze plaatsen af.
We zitten in een eenvoudig treinstel, op een smal bankje, met z’n drieën naast elkaar. De banken zijn duidelijk niet voor ons maar voor Chinese lichaampjes gemaakt.
Nadat we vertrokken zijn, wordt het landschap kaal en bergachtig. Even lijkt de zon nog door de smog heen te breken, maar daarna wordt het snel mistig en begint het te regenen.
Er is onderweg niet veel te zien; een kaal dun bevolkt gebied afgewisseld met grijze troosteloze dorpjes met slechte huizen. Verassend om te zien hoeveel kolenmijnen, hoogovens en energiecentrales er in dit gebied zijn.
Een ding hebben ze gemeen; de uitstoot van dikke pluimen vuile zwarte rook.

Ondertussen regent het gestaag door. Zo nu en dan stopt de trein in een dorpje. Als je het raam open doet komt de verstikkende geur van verbrande kolen direct naar binnen. Mensen duwen elkaar bijna omver als ze de trein uitgaan. De instappende passagiers vertonen het identieke gedrag. Iedereen duwt en het gaat nooit snel genoeg.
Bij een op kolen gestookte boiler kunnen we in de trein warm water halen om er zelf koffie of thee van te zetten. Je moet het wel een paar rijtuigen verderop halen, wat een hele toer is.
De Chinezen hebben ondertussen van de trein een grote zwijnenstal gemaakt. Alles wordt op de grond gegooid verpakkingsafval, sigarettenpeuken, etensresten en wat niet meer.
Omdat er veel met water geknoeid wordt is het gangpad afwisselend nat, plakkerig en glad. Mannen spugen in het gangpad en kinderen staan er te plassen.
Na een paar uur zijn de aanwezige toiletten compleet verstopt. Er zit zoveel troep tussen de toiletdeuren dat ze niet meer dicht kunnen. Geen probleem voor de Chinezen enige vorm van schaamte kennen ze niet. Chinezen zijn er vindingrijk wanner het er om gaat een slaapplaatsje te vinden. Een Chinees zit op het toilet, naast een dampende hoop, op het wasbakje te slapen.

Rond 17.00u arriveren we in Datong. We worden opgewacht door onze gids Kevin.
Omdat de Chinese namen voor ons niet uit te spreken zijn, hebben alle gidsen een westerse naam aangenomen. Kevin is begonnen als Richard, daarna werd het Kevin en voor de Duitsers is hij Hans.
Het regent nog steeds en vele straten in deze grauwe, grijze stad staan blank. Volgens Kevin is het uitzonderlijk dat het hier in deze tijd van het jaar regent. Dit gebied dat aan de rand van de Gobi-woestijn ligt, is normaliter berucht om de vele zandstormen, die hier voor komen.
We verblijven in het Taihechun Hotel. Voor de liefhebbers ligt er op de kamer een erotisch pretpakket klaar. Deze service wordt uiteraard tegen betaling aangeboden.
Ook vanavond blijkt weer dat de Chinese nieuwsvoorziening erg eenzijdig is. Satelliettelevisie met toegang tot buitenlandse televisiestations kennen ze niet.
Er is een Engelstalig chinees station CCTV-9. Als men over de Dalai Lama bericht, spreekt men steeds over de Dalai Lama kliek. Deze wordt afgedaan als de aanstichter van de onlusten in Tibet.
In de loop van de avond worden we diverse malen gebeld door Chinese dames, die geen engels spreken, maar wel hun diensten willen aanbieden.
Als Mieke na enkele keren de telefoon opneemt is het gesprek meteen afgelopen en hebben we er verder geen last meer van.



Dag 7 - Datong - Taiyuan


De dag begint problematisch. Het ontbijt bestaat uit een Chinees ontbijt met vele ondefinieerbare zaken, waar nauwelijks smaak aan zit.
Omdat de aanwezige Chinezen hun borden bomvol laden, is er voor ons nog nauwelijks iets over. Jan is het helemaal beu en gaat zelf op rooftocht. Hij komt terug met een grote kan warm water en zakjes Nescafé, zodat we in ieder geval koffie hebben.
De bedoeling was om 8.00u te vertrekken, maar het hotelpersoneel is niet te bewegen onze koffers in de bus te laden.
Kijkers genoeg maar geen aanpakkers. Jan en Kevin lopen zich behoorlijk op te fokken, maar ook dat maakt totaal geen indruk.
Het duurt even maar tegen 8.30u kunnen we vertrekken. Vanuit de bus is te zien dat overal op straat en in parken mensen tai chi beoefenen.
Ofschoon Datong 3 miljoen inwoners heeft, is het een typische plattelandsstad met veel gebouwen uit de communistische periode. Een heel verschil met het futuristisch uitziende Beijing.
Als eerste staat een Negen Drakenscherm op het programma. Het op enkele minuten afstand gelegen scherm is een van de grootste van China.
Het scherm met vuurspuwende draken is in 1392 gebouwd, en stond oorspronkelijk voor een paleis uit de Ming-dynastie.
Het paleis werd verwoest, maar het scherm is gespaard gebleven. Het scherm is 45 meter lang, 9 m hoog en 2 m breed. Het bevat de afbeeldingen van 550 draken.
Eens diende het scherm om de boze geesten buiten het paleis te houden.
Daarna gaan we naar de Yungang-grotten. De grotten liggen 16 km ten westen van Datong.
Op weg er naar toe passeren we een grote kolenmijn. Alles in de omgeving zit onder een dikke laag roet.
De mijnwerkers wonen in wijken met vervallen huizen, maar volgens Kevin worden de huizen op korte termijn door appartementencomplexen vervangen.

De grotten bieden, met daarboven een vervallen deel van de Chinese Muur, een onvergetelijke aanblik. In totaal staan er zowel binnen als buiten 51.000 boeddhistische beelden. Ze variëren in grootte tussen de 2 cm en de 17 meter.
De beelden zijn hier in het zachte zandsteen uitgehouwen, omdat Datong eens aan de fameuze zijderoute lag. Langs deze weg is het boeddhisme vanuit India naar China gekomen.





Onze gids Kevin wijst het beeld aan, waarvan premier Zhou Enlai tijdens het staatsbezoek van de Franse president Pompidou een stuk afsloeg, om hem te tonen hoe de beelden opgebouwd waren.
Nadat de beelden uitgehouwen waren, zijn er in de beelden gaten geboord. In de gaten werd voor de stevigheid stro gestopt en vervolgens met leem aangesmeerd.
Daarna werden ze beschilderd. Het voordeel van leem is, dat het niet zo sterk zuigt als zandsteen, zodat de beelden veel gemakkelijker te beschilderen waren.
Een groot probleem is echter dat als gevolg van kolengruis, afkomstig van de naburige kolenmijn, de beelden zwart geworden zijn.
Tot op heden is er nog geen methode gevonden om de beelden te reinigen.
Nadat we de lunch in Datong gebruikt hebben, rijden we naar het zuiden in de richting van Taiyuan. Onze eerst volgende bestemming is de Hangende Tempel, Xuankongsi. Een afstand van 75 km.
Net buiten Datong is de weg afgesloten in verband met de aanleg van een spoorwegemplacement. We maken een lange omweg over smalle modderige binnenwegen en het duurt minstens een uur voordat we weer op de hoofdweg terug zijn.
De weg gaat door een armmoedig gebied, waar de meeste huizen uit leem opgetrokken zijn.
Als we de kloof met daarin de Hangende Tempel binnen rijden, zien we al snel de tempel die als het ware tegen de rotswand aangeplakt is.
De boeddhistische tempel, die meer dan 1400 jaar oud is, werd in de kloof gebouwd als een plaats om te kunnen bidden voor bescherming tegen overstromingen.
De houten tempel is zo goed bewaard gebleven, omdat de overhangende rotswand het gebouw tegen de regen beschermd. Tevens staat de tempel slechts enkele uren per dag in de zon.
Langs een smalle trap met lage hekjes klimmen we omhoog. Dezelfde smalle trap leidt door het slechts enkele meters brede gebouw heen. Vanaf boven is er een prachtig uitzicht over delen van de tempel en de kloof. Als je hoogtevrees hebt, is het natuurlijk allemaal een stuk minder.








We trekken verder naar het zuiden, waar Taiyuan onze eindbestemming voor vandaag is.
Een 300 km lange rit, die gelukkig grotendeels over een prachtige snelweg gaat.
Onderweg kopen we bij een tankstation enkele flesjes Chinees vuurwater met 56% alcohol. De prijs bedraagt 3 Yuan voor een flesje van 100 ml !
Om 21.00u arriveren we in het Shan Xi Hua Yuan Hotel, waar we een nacht zullen verblijven.
We eten in het hotel. Zoals steeds tot nu toe prima kwaliteit voor de prijs van 60 Yuan per persoon.



Dag 8 - Taiyuan - Pingyao


Vandaag is onze eindbestemming het zuidelijker gelegen Pingyao een afstand van 100 km.
Allereerst bezoeken we de Jinci Tempel op 25 km afstand van Taiyuan.
Het complex is een fraaie combinatie van oude tuinen en fraaie architectuur uit de Song-dynastie (960 – 1279).
De belangrijkste gebouwen zijn het theater en de Hal van de Heilige Moeder. In de hal staan 43 gekleurde sculpturen van klei uit de Song-dynastie. De leidende sculptuur is de heilige moeder Yijiang. De overige 42 sculpturen vertegenwoordigen haar hofhouding.
Rechts van de Hal van de Heilige Moeder staan twee cipressen waarvan er eentje half omgevallen is. Ze zijn naar schatting 3000 jaar oud.
Ook is er een speciale tempel, waar vrouwen kunnen bidden, die onvruchtbaar zijn.

Ben laat door een groepje fotograferende meisjes zeven foto’s van zichzelf maken. Uiteindelijk wil hij er maar vijf kopen. De dames voelen zich ernstig tekort gedaan.
Ze zijn erg boos en volgen Ben tot bij de bus. Ondertussen doen ze hun beklag bij Jan en Kevin. Een les voor de volgende keer, een Chinees probeert je steeds op te lichten. Het is elke keer maar voor een paar euro maar toch.
De meeste van ons hebben het ondertussen al aan de levende lijve ondervonden. Er wordt te weinig geld terug gegeven, als je in de bus zit merk je dat er iets anders in je plastic tasje zit als wat je gekocht hebt, er is te weinig, het is kapot en ga zomaar door.
De lunch gebruiken we in het Kang Zhuang restaurant. Kang Zhuang is een reusachtig groot restaurant met watervallen en tropische planten.

Daarna bezoeken we een landhuis uit de Qing-dynastie. Het in 1755 gebouwde landhuis behoorde eens toe aan de zakenman Qiao Zhi Yong, die rijk werd in de thee- en tofuhandel.
Het landhuis heeft 313 kamers en een oppervlakte van 4175 m². Sinds 1986 is het landhuis een museum. Er zijn diverse gebruiksvoorwerpen en een miniatuur optocht ondergebracht.
Een toiletbezoek is hier minder prettig. Bij het betreden van het mannentoilet slaat de pislucht op je luchtwegen. De vloer is een grote plas urine. Een Chinees zit op zijn hurken, zonder enige schroom, zijn behoefte te doen. De deur die waarschijnlijk niet goed sluit staat wagenwijd open.

Zoals overal in China waar toeristen komen, wordt er rond de bezienswaardigheden een enorme hoeveelheid meuk aangeboden. De uiteindelijk verkoopprijs is vaak slechts 20% van de vraagprijs. Voor 50 Yuan kopen we een paar porseleinen schoentjes.
Opnieuw gaat de tocht verder door een troosteloos gebied met vieze dorpjes. Aan weerszijde van de straat is alles zwart van het kolengruis. De grond in de dorpen is compleet doordrenkt met afvalolie, als het gevolg van het vele gesleutel aan krakkemikkige vrachtauto’s.
Aan de kant van de weg zien we vaak kleine heuveltjes, met hier en daar een grafsteen.
De bewoners begraven hun familieleden op hun eigen stukje grond, wat trouwens op elk tijdstip door de Chinese overheid ingevorderd kan worden.
Ondertussen is het gaan regenen en in een mum van tijd is onze bus zo zwart als roet.

Vandaag bezoeken we als laatste de boeddhistische Shuanglin Tempel in Qiaotou. De oudste delen van deze tempel zijn 1500 jaar oud.
In totaal zijn er 2000 beschilderde sculpturen, die gemaakt zijn tijdens de Song- en Yuan-dynastieën.
In Pingyao worden we afgezet aan een van de toegangspoorten van de stad. Het stadje is omringd door een zes kilometer lange verdedigingsmuur uit de Ming-dynastie.
De muur is een van de weinige in China, die volledig intact is. Ook de huizen en gebouwen in Pingyao zijn extreem goed bewaard gebleven. Daarom staat het stadje in zijn geheel op de Unesco-lijst voor culturele erfgoederen.
Met golfkarretjes worden we naar het authentieke Chang Yi Feng Hotel gebracht, waar we twee nachten zullen blijven.
Het kost even tijd, maar na drie of vier keer vragen hebben we zelfs warm water in onze authentiek ingerichte hotelkamer. Het is er klein maar bijzonder knus en gezellig.



Dag 9 - Pingyao


Voor het ontbijt maak ik een korte wandeling door het stadje. Tegenover ons hotel is een Chinees met twee emmers bezig een riooltank leeg te scheppen. De man giet vervolgens de emmers leeg in een strontkar, die door een paardje getrokken wordt.

Ondertussen heeft onze gids Jan het gepresteerd, de hele deur van zijn kamer uit het kozijn te slopen. Jan had niet in de gaten dat de deur naar binnen open ging en niet daar buiten. Jan dacht dat hij opgesloten zat, en zag geen andere mogelijkheid dan de deur in te trappen.
Met de hulp van een paar reisgenoten zit de deur gelukkig weer snel op zijn plaats.
Allereerst maken we een stadswandeling door het antieke stadje. Daarna bezoeken we de eerste bank van China.
Deze bank werd gesticht door Li Daquan, eigenaar van de Xiyuncheng verfstoffenwinkel.
In 1823 werd de winkel veranderd in de Rishengchang Draft Bank, met als eerste directeur Lei Lutai.
De bank was erg succesvol omdat voorkomen werd, dat grote hoeveelheden goud en zilver van de ene Chinese stad naar de andere vervoerd moesten worden.
Met name tussen 1736 en 1820 trok de bank veel kapitaal naar zich toe. De bank stond bekend om zijn eerlijkheid en het nakomen van afspraken.
Na 108 jaar werd de bank in 1932 opgeheven.

Na bij de verdedigingsmuur een kijkje genomen te hebben, drinken we koffie. Vervolgens wandelen we naar het Gerechtsgebouw, dat in 1386 gebouwd is.
Er is te zien waar de rechter zat. Wanneer er recht gesproken werd, zaten de verdachte en de aanklager op hun knieën voor hem.
Als aan het einde de rechter met een geelrode pijl naar de verdachte gooide, betekende dit de doodstraf. Een geelzwarte pijl betekende een lagere straf.
Verder zijn er in het complex de martelkamers te bezichtigen. Het meest angstaanjagende martelwerktuig is een houten kar met spijkers, waarop de veroordeelden door de stad gereden werden.
Tenslotte nemen we een kijkje in de gevangenis, die tot 1960 in gebruik was.
Na de lunch zijn we vrij en de meeste van de groep gaan shoppen. Menigeen komt als een zwaar beladen pakezel bij het hotel terug.
Mieke koopt voor Yuan 80 een Chinese jurk. Als we teruggaan naar het hotel begint het te regenen. Toch hebben we een prachtige dag achter de rug.
Omdat het als maar blijft regenen dat het giet, eten we in het hotel. Opnieuw prima kwaliteit en keurig verzorgd. De kosten bedragen 60 Yuan per persoon.



Dag 10 - Pingyao - Xi’ an


Paniek in de tent, een groot deel van het wasgoed dat gisteren ingeleverd is om te laten wassen is niet terug. Ook hebben een aantal mensen de verkeerde dingen terug gekregen.
Een van de dames heeft een veel te grote onderboek wat automatisch betekent dat iemand anders een veel te kleine terug gekregen moet hebben. Het wassen was behoorlijk aan de prijs. Een aantal mensen hebben voor een paar broeken en wat T-shirts 250 Yuan betaald. Zo ongeveer de waarde van een hele Chinese kledingwinkel
Tot overmaat van ramp zijn de nodige kledingstukken spoorloos. Volgens het hotelpersoneel was de kleding echter niet ingeleverd.
Na veel praten en dreigen met schadeclaims blijkt de kleding nog in het washok te hangen en eenvoudig vergeten te zijn. Door de regen was men niet in staat de kleding te drogen.
Als we het hotel verlaten regent het nog steeds. Het is slechts 7ºC, gisteren hebben we veel geluk gehad. Vandaag is het niet zo erg omdat we een complete reisdag voor de boeg hebben.
De golfkarretjes brengen ons terug naar de bus, die ons naar Xi’ an zal brengen, een afstand van 500 km.
Bij het betreden van de bus vraagt Maya aan Jan om bij de eerst volgende pinautomaat te stoppen. Na haar inkoopgedrag van de laatste dagen, krijgt ze van Jan voor vandaag een pinverbod opgelegd.
Op weg naar Xi’ an klaart het langzaam op. We volgen de snelweg, er is nauwelijks verkeer hooguit een paar vrachtwagens.
Het troosteloze landschap hebben we achter ons gelaten. We rijden door een gebied met frisse groene kleuren.
Ergens halverwege de reis steken we de Gele Rivier over en rijden de provincie Shaanxi binnen.
Xi’ an is een stad met bijna 7 miljoen inwoners en het kost onze chauffeur de grootste moeite het hotel te vinden.
Ten einde raad wordt onze nieuwe gids Cathy gebeld, die we vervolgens op een grote kruising oppikken.
Om 16.30u arriveren we bij het New Henderson Hotel, waar we afscheid nemen van Kevin en de chauffeur. Zij gaan zo snel mogelijk weer terug naar Datong.
Na het eten maken we een wandeling door de stad. De temperatuur is aangenaam en de winkels zijn tot laat in de avond open.
Xi’ an is veel meer westers en veel kleurrijker dan de steden die we de afgelopen dagen gezien hebben. Wat een verschil, eindelijk een beetje gezelligheid op straat!



Dag 11 - Xi’ an


Het is een prachtige dag. Vandaag staat een van de hoogtepunten van deze reis op het programma; het terracottaleger.
Het terracottaleger is de grootste archeologische ontdekking van de vorige eeuw en inmiddels als Unesco-werelderfgoed geregistreerd.
Als eerst gaan we naar een fabriekje, waar de terracottakrijgers op de authentieke manier gemaakt worden.
Gedemonstreerd wordt hoe de klei in mallen gepakt wordt. Daarna wordt de figuur uit de mal gehaald, waarna met de hand verdere details aangebracht worden.
Ten slotte worden de beelden in een oven gedurende 7 tot 10 dagen bij 900 ºC gebakken. We kopen er een generaal voor Yuan 240.

In 1974 vonden boeren, die tijdens een droge periode een bron sloegen,het hoofd van een terracottakrijger.
Het hoofd werd vernield omdat men dacht met een boze geest te maken te hebben.
In 1979 werd het huidige museum geopend. De boer, mijnheer Yang, die het terracottaleger gevonden heeft, kreeg als beloning 49 Yuan van de Chinese overheid. Voor die tijd was het een enorm bedrag.
De man kon er drie zaklampen van kopen en dan te bedenken dat niemand in die tijd over een zaklamp beschikte.
Het terracottaleger stamt uit de tijd van keizer Qin Shi Huangdi, de eerste keizer van een verenigd China.
De wrede keizer leefde van 259 tot 210 voor Christus en ligt begraven in een grafheuvel met een ondergronds paleis. De grafheuvel ligt 1½ km verwijderd van het terracottaleger.
Het graf is nog niet geopend, omdat men nog niet in staat is de eventuele vondsten goed te conserveren. Bovendien zijn er in de grafheuvel kwikdampen aangetroffen, waarschijnlijk ter bescherming van het keizerlijk graf.
Het terracottaleger moest de keizer na zijn dood beschermen, daarom was het leger volledig bewapend. Aan het hoofd van de groep stond steeds een officier
De beschilderde krijgers staan opgesteld in groepen, steeds in sleuven van 5 meter diep. Eens waren de sleuven met een houten dak overdekt.
Door rebellerende legers en door toedoen van de natuur zijn de legers vernield, is het dak ingestort en is alles onder een dikke laag zand verdwenen. Daarom liggen de krijgers met hun paarden in duizenden stukken door elkaar.


Tot nu toe is slechts een ongeschonden exemplaar gevonden. Tot op heden zijn 8000 krijgers gevonden, waarvan er ongeveer 2000 opgegraven zijn.
Na het opgraven oxideert de oorspronkelijk kleur, waardoor ze een grijs uiterlijk krijgen. De beelden zijn tussen de 175 en 215 cm hoog en zijn 100 tot 300 kg zwaar.
Na aankomst op het complex bekijken we in de filmzaal een 360º film, die een goed beeld geeft over het ontstaan van het terracottaleger.
Ik koop er een boek over de geschiedenis van het terracottaleger dat ter plaatse gesigneerd wordt door de nu 82-jarige boer, mijnheer Yang, die het terracottaleger ontdekt heeft.
Daarna gaan we de immense hal van ‘pit 1’ , 230 bij 62 meter, binnen met daarin de opgravingen die op een diepte van 5 meter liggen.
Een deel is opgegraven en gerestaureerd, een ander deel is blootgelegd en weer andere delen zijn in z’n geheel niet aangeraakt.
In het deel dat bloot gelegd is goed te zien hoe schots en scheef de beelden door elkaar liggen. Het grootste deel is niet opgegraven, men wacht hiermee totdat men technieken ontwikkelt heeft om de kleur van de beelden te stabiliseren.
Achter in de hal is te zien hoe met veel moeite de verschillende scherven en delen bij elkaar gezocht worden, om er weer een compleet beeld van te maken.
We eten in het museumrestaurant, waarna we naar pit 2 en 3 gaan. Pit 3 is heel apart omdat hier een commandocentrum te zien is met officieren en paarden.
Verder is er in deze kuilen nog niet veel opgegraven. Wel is hier de tot nu toe enigste onbeschadigde krijger tentoongesteld.
In het bijbehorende museum zijn 2 bronzen karren te zien, die elk door 4 paarden getrokken worden.
Deze combinaties zijn in de buurt van de grafheuvel gevonden. De karren en paarden bestonden uit 7000 losse fragmenten. Met veel moeite zijn ze gerestaureerd. Men heeft aan deze klus 7 jaar gewerkt.

Ten slotte is er in het theehuis een thee proeverij. Ik ga opnieuw terug naar pit 1. Je bent ten slotte niet dagelijks in de gelegenheid het ‘Achtste Wereldwonder’ te bekijken.



De volgende stop is de Lentetuin met de Huaqing Chi waterbronnen, aan de voet van de Li Shan berg. De bronnen zijn meer dan 3000 jaar geleden aangelegd .
Tijdens de Tangdynastie werden ze gebruikt door de keizer en zijn concubines.
Keizer Xuanzong liet in 747 een bad bouwen voor zijn favoriete concubine Lady Yang. Later pleegde zij op verzoek van de keizer zelfmoord. De raadslieden van de keizer adviseerden hem dit te doen, omdat hij anders niet meer aan regeren toe kwam.
In de omgeving van de Lentetuin is te zien hoe de Chinese overheid korte metten maakt met de oude volkswijken.
Bulldozers hebben een heel gebied plat gewalst om plaats te maken voor moderne hoogbouw. Enkele gelukszoekers zoeken nog wat koper en sloopafval bij elkaar om op die manier aan de kost te komen.
De bus brengt ons in sneltrein vaart terug naar het hotel. Onderweg attendeert Jan ons op een aantal mensen met bordjes, die bij de binnenkomst van Xi’ an op de vangrail zitten. Het is de Chinese versie van onze TomTom, tegen betaling wijzen ze de weg in de stad.

m 18.30u worden we weer opgehaald voor een bezoek aan het Shaanxi Grand Opera House, om er te genieten van muziek en dans uit de Tangdynastie.
Onze plaats is op enkele meters afstand van het podium. De show is inclusief diner.
Er wordt dumpling opgediend, een groot assortiment van hapjes, gestoofd in een soort bladerdeeg.
De hapjes zijn in de vorm van leuke figuurtjes o.a. een aapje, varkenskopje, inktvis, vogeltje en een noot. Heel verzorgd en prima van smaak.


Daarna begint de show, werkelijk een unieke ervaring. Het is de all-in prijs van Yuan 280 pp meer dan waard.



Dag 12 Xi’ an - Nanjing


Vanmorgen eerst even naar de supermarkt in de buurt van ons hotel. We moeten wat eten inslaan voor de 1200 km lange treinreis naar Nanjing, die voor vannacht op het programma staat.
Om 8.30u staan we voor de deur van de supermarkt als deze opengaat. Op commando buigen alle personeelsleden in de richting van de binnenkomende klanten.
We gaan met de bus naar de Grote Ganspagode, die in 648 is gebouwd. In de pagode worden boeddhistische relikwieën bewaard. In de tempel woont nog steeds een zestigtal monniken.
Boeddhisme en islam kwamen naar Xi’ an, omdat het aan het einde van de zijderoute lag.
Om te offeren steekt Mieke een aantal wierookstokken op, waarbij ze wordt geholpen door een monnik.
Daarna een ‘commercial break’, een bezoek aan een jadefabriek. Een aantal belangrijke personen zoals de presidenten Clinton, Bush Sr en Pompidou zijn ons voor geweest, zo getuigen de foto’s aan de wand.
Jade heeft voor de Chinezen een beschermende en magische kracht. Sieraden en voorwerpen van jade blijven daarom in de familie en worden doorgegeven van generatie op generatie.
Daarom is de achterkant van de olympische medailles, die deze zomer in China uitgereikt worden, met jade ingelegd.
Er zijn twee soorten jade. De kwaliteit die in de bergen gevonden wordt en de andere soort die uit de rivieren komt. De laatste soort is de beste kwaliteit, omdat deze het hardst is.
Maya past een jade armbad aan en informeert naar de prijs. Het antwoord is 200.000 Yuan. De armband is veel te klein, maar de verkoopster blijft maar herhalen dat het sieraad perfect past. Maya besluit hem maar terug te leggen.
Hierna maken we een wandeling over de stadsmuur. De muur is 13,8 km lang en 12 meter hoog. Het deel dat wij bezoeken is 600 jaar oud.
De muur is door een keizer uit de Ming-periode gebouwd, om de geest van de draak in de stad te houden.
De lunch bestaat uit de ‘hot pot’ een mengsel van groente, ei en vlees, dat we individueel op een brander met kokend water moeten koken. Het goedje wordt met kruiden op smaak gebracht. Al met al een hachelijke onderneming. Helaas is het geen succes en zeker niet voor herhaling vatbaar.
Daarna wandelen we naar de in 742 gebouwde Grote Moskee. Door de eeuwen heen is de moskee steeds verbouwd en verder uitgebreid.
Als niet-moslims mogen we de moskee niet betreden.

Ten slotte winkelen we nog wat in de omgeving, drinken koffie bij Starbucks en werpen een laatste blik op de fraaie Klokkentoren.
De bus brengt ons naar het station. Even als in Beijing is het hier een drukte van jewelste. Het bekende advies bij elkaar blijven en op je spullen letten.
Eenmaal het station binnen mogen we zelfs plaats nemen in de Soft Seat Lounge.
Iets speciaals is het vrouwentoilet. De vrouwen zitten naast elkaar boven een brede goot!
Om 18.00 u vertrekt de trein. Met andere Mieke en Wim delen we een slaapcoupé. Twee mensen slapen boven, twee beneden.
Alles ziet er netjes uit, wat een verschil met onze vorige treinreis. In de verste verte niet de zwijnenstal die we eerder meegemaakt hebben.
Nadat we vertrokken zijn, rijden we door een groen bergachtig gebied. Koolzaad kleurt de vele kleine akkertjes prachtig geel.
Voordat we onze slaapplaats opzoeken, drinken we een stevige borrel. Tegen elke verwachting in slaap ik prima. Enkele keren wordt ik wakker van schreeuwende Chinezen en dicht vallende deuren als de trein ergens op een station stilstaat.

N.B. Op 12 mei wordt het midden van China getroffen door een zware aardbeving. Duizenden mensen komen hierbij om het leven. In Xi’ an vallen 26 doden als gevolg van het natuurgeweld.



Dag 13 - Nanjing


Om 8.00u arriveren we in Nanjing. Nanjing is een van de steden, die afgelopen winter als gevolg van hevige sneeuwval 20 dagen zonder elektriciteit zat.
We worden begroet door onze nieuwe gids Wuh.
Na een korte rit zet de bus ons af bij het Mandarin Garden Hotel, waar we een nacht zullen verblijven.
Allereerst staat er een voortreffelijk ontbijtbuffet voor ons klaar. Na het ontbijt maken Mieke en ik een korte wandeling naar de Qinhuai rivier.
Daarna staat het Sun Yatsen Mausoleum op het programma. Dr Sun Yatsen werd in 1866 geboren. Hij werd in 1912, na een korte oorlog, de eerste president van een verenigd China.
Dr Sun was evenals Chiang Kaishek een nationalist. Dr Sun wordt door de communisten als vader van het moderne China beschouwd.
Hij was slechts 4 maanden president en is in 1925 in Beijing aan leverkanker overleden. In 1929 werd zijn stoffelijk overschot in het Mausoleum begraven.
Een 323 meter lange trap met in totaal 400 treden, leidt ons naar de crypte van Dr Sun. Een marmeren kist met zijn afbeelding markeert de plaats waar hij begraven ligt.
Op de weg terug zien we een grote vaas, waarin grote gaten zitten. Dit is een gevolg van de beschietingen tijdens de Japanse invasie in 1937.
Vervolgens maken we een korte rit naar de Linggu Tempel, die in hetzelfde park ligt.
De tempel werd tussen 1381 en 1383 gebouwd door de eerste keizer van de Ming-dynastie.
Tijdens een brand 150 jaar geleden werd de tempel verwoest, maar later met de originele stenen herbouwd.
Er is een collectie wassenbeelden beelden van belangrijke personen en militairen, die naast Dr Sun, in 1911 een belangrijke rol speelden bij de machtsovername.

Als we terug in de bus zijn begint het te regenen. In de bus vertelt onze gids Wuh over Mao en de tijden van de Culturele Revolutie. Wuh heeft deze periode als kind aan den levende lijve meegemaakt. Een moeilijke tijd met grote armoede.
Na de middaglunch rijdt de bus naar de brug over de Yangzi Rivier. Met de trein zijn we vanmorgen al over de dubbeldeks brug gereden.
De brug is door Chinezen, zonder de hulp van de Russen, tussen 1960 en 1969 gebouwd.
Als we terug zijn in het hotel blijkt dat in de trein de bagage van Ben opengebroken is, knap vervelend.
We eten tot besluit een hamburger bij Burgerking, China verandert in sneltreinvaart.



Dag 14 Nanjing - Suzhou


De dag begint met een bezoek aan een parelfabriek. De excursie gaat van start met een korte uitleg en we krijgen te zien hoe de zoetwateroesters buiten, in grote bassins gekweekt worden.
De schelpdieren zitten in een zakje dat onder het wateroppervlak hangt. Het geheel wordt drijvende gehouden met tempexballen.

De oesterschelpen worden iets geopend, waarna er embryonaal oestervlees naar binnen geschoven wordt. Als reactie hierop gaat het immuunsysteem van de oester aan de slag.
De verontreiniging wordt ingekapseld en beetje bij beetje wordt er een parel gevormd. Afhankelijk van de grootte kan het 20 jaar duren voordat de parel volgroeit is.
Een medewerkster van het bedrijf vist een oester uit het bassin, waarna deze geopend wordt. De oester blijkt een 20-tal parels te bevatten.
De verschillende kleuren van de parels zijn afhankelijk van de mineralensamenstelling van het water. Mieke koopt een parelketting met jade en 2 oorbellen voor 1600 Yuan.
Enkele mannenkreten als de dames hun inkopen doen:
- Hier kom ik nooit meer terug
- Laten we oesters gaan eten
- Laten we de groep opdelen in shoppers en non-shoppers

Hierna staat het Nanjing Historisch Museum op het programma. Het meest indrukwekkend is de collectie jade. Er zijn stukken bij van 4500 jaar voor Christus. Het topstuk is een jade lijkwade. Stukjes zijn aaneen geregen met zilverdraad. De lijkwade stamt uit de 2 e eeuw van onze jaartelling en is gevonden in Tushan.
Een nadeel is dat het object slecht verlicht is. Zoals we in vele andere vitrines kunnen zien, worden lampen die stuk gaan, eenvoudig weg niet vervangen. Geen Chinees die zich hier druk over maakt.
Volgens Jan was het, tijdens zijn bezoek afgelopen jaar, al niet veel beter.
Daarnaast zijn er veel porseleinen, aardewerk en bronzen voorwerpen te zien.
Ook staat er een groot weefgetouw, dat door 2 mensen bediend wordt. Met het apparaat worden stoffen op een authentieke manier geweven.
We lunchen in de voormalige Britse ambassade, die in 1949, na de vlucht van Chiang Kaishek naar Formosa, het huidige Taiwan, gesloten werd.
We nemen na de lunch afscheid van onze gids Wuh. Wuh heeft bij zijn afscheid nog een raadsel. Waarom hoopt hij dat we weer eens terugkomen? Het antwoord is simpel; hij hoopt dat hij dan weer een dikke enveloppe krijgt.

Met de bus rijden we naar Suzhou een afstand van 200 km, alles snelweg.
Op het eerste deel van de reis is een groen landschap met mooie huizen te zien. Er liggen in dit gebied veel vijvers waarin oesters en vis gekweekt worden.
Langzaam krijgt de vieze, verstikkende rook die door vuile fabrieken uitgestoten wordt weer de overhand.
Het regent weer en ook Suzhou is zo’n typisch communistisch opgezette stad, waarvan je niet bepaald vrolijk wordt.
Via een aantal achteraf straatjes komen we bij het Gusu Hotel.
We shoppen wat in de buurt…..alweer! Mieke koopt voor 230 Yuan 2 prachtige Chinese blouses.
We eten met 4 andere mensen uit de groep in een kantonees restaurant. De serveerster geven we een stevige fooi. Het meisje heeft de avond van het haar leven…zo lijkt het ten minste.



Dag 15 - Suzhou - Shanghai


Allereerst gaan we onder leiding van onze nieuwe gids David naar de Lingering Tuin.
De tuin is 350 jaar oud en behoorde eens toe aan een rijke familie. De meeste rijke families zijn in 1949 uit China gevlucht. Hun bezittingen werden in beslag genomen tijdens het Mao bewind. Omdat de tuin van de Staat was, is deze tuin tijdens de Culturele Revolutie niet ten prooi gevallen aan de vernielzucht van de Rode Gardisten.
De tuinen werden aangelegd als verblijfplaats en ter ontspanning van de concubines. Deze mochten zich immers nooit op straat vertonen.
Elke Chinese tuin is een microkosmos. In de tuin zijn prachtige bonsaibomen te zien.

In de bus verteld ook David over Mao Tse Tung. Hij vertelt dat hij tijdens de Culturele Revolutie nog op school zat. Daar werd de leerlingen verteld dat het in China goed was, iedereen had werk en te eten.
In het Westen was iedereen arm en moest bevrijd worden van het kapitalisme. Volgens David veranderde dit beeld snel toen in de 80-jaren de eerste westerlingen naar China kwamen.
De volgende bezienswaardigheid is een zijdefabriek; Suzhou no 1 Silk Mill.
Zijde in China is al 5000 jaar bekend. Suzhou is het centrum van de zijde-industrie. De karavanen met zijde gingen via Xi’ an, de Gobiwoestijn, Afghanistan en Turkije naar Europa. Deze route was beter bekend als de zijderoute.
De zijde wordt gemaakt van de cocon van de moerbeiboomvlinder. Een cocon staat garant voor 1400 meter zijde. Om een draad te kunnen vormen zijn 8 cocons nodig.
In de praktijk is zijde gemakkelijk te onderscheiden van kunststof. Zijde geeft bij verbranding een witte rook en ruikt naar verbrand haar. De rook van kunststof is altijd zwart.
Voordat de zijde gesponnen kan worden, wordt de cocon in heet water, dat zout en raapolie bevat, onder gedompeld.
In het bijbehorende museum en in de fabriek is te zien hoe de cocon, handmatig, semi-automatisch en geheel machinaal tot een draad gesponnen wordt.
Na de lunch wandelen langs een van de zijkanalen van het Grand Canal. Dit met de hand gegraven kanaal loopt van Suzhou helemaal naar Beijing. Het kanaal is 1800 km lang en over vele eeuwen uitgegraven.
De eerste 85 km werd in 495 voor Christus opgeleverd.
De stad heeft een uitgebreid netwerk van kanalen. Van de duizenden stenen bruggen, die de oevers met elkaar verbonden, zijn er circa 170 overgebleven.
Helaas moeten we constateren dat de kanalen vandaag de dag niet veel anders zijn dan open stinkende riolen.
We wandelen door de pittoreske volkswijk naar het Kunqu Opera Huis. Het operahuis is 900 jaar oud en daarmee het oudste van China.

Op het moment van het bezoek oefent een groep oude mannen en vrouwen een Chinese opera.
Daarna gaan we naar Shanghai een stad met 22 miljoen inwoners. De afstand bedraagt een kleine 100 km.
Suzhou wordt verlaten via Singapore Industrial Estate. Wat een verschil met het oude gedeelte van de stad.
Futuristische wooncomplexen, kantoren en fabrieken. Ze worden omgeven door veel groen en alles is bijna klinisch schoon.
En dan te bedenken dat dit 10 jaar geleden nog een grote kale vlakte was.
Over de 8-baans snelweg rijdt de bus naar Shanghai. Overal het identieke beeld; een oerwoud van nieuwe futuristische gebouwen en fabrieken. Al snel ervaren we dat ook files hier een bekend probleem zijn.
Om 17.00u levert de bus ons af bij het Zhao An Hotel. We zullen er 2 nachten logeren.
In de omgeving van het hotel zijn het oude en het nieuwe Shanghai van dichtbij te aanschouwen. Maar hoe lang nog vragen we ons af?
In een buurtsuper doen we snel wat inkopen, want om 19.00u vertrekt de bus naar de acrobatische show in het Yu Feng Theater, waar we de show Charming Shanghai aanschouwen.
Een bijzonder spectaculaire show met als hoogtepunt de bal des doods. Vijf motorrijders rijden krisKRAS.NL door elkaar in een metalen bal. De toegangsprijs bedraagt 150 Yuan per persoon.



Dag 16 - Shanghai


De zon staat al vroeg hoog aan de hemel. Je blijft je verwonderen over de honderden futuristische wolkenkrabbers in deze miljoenenstad. De een nog fraaier en hoger dan de ander. Overal worden er hutongs met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor nieuwe hoogbouw.
Vanmorgen gaan we eerst naar de Yu Tuin. Onderweg zien we vanuit de bus, hoe er in een volkswijk een vechtpartij gaande is tussen burgers en tientallen gewapende militairen en politie.
Waarschijnlijk worden ook deze mensen uit hun huizen gezet. Grond in China is nooit privé eigendom, maar blijft eigendom van de Staat.
Op elk willekeurig moment kun je daarom uit je huis gezet worden. Het zal duidelijk zijn dat dit grote consequenties heeft voor de bewoners.
Je hele sociale leven staat op zijn kop. Van de Staat krijg je slechts een minimale vergoeding en de huren in deze stad zijn voor de gewone man niet te betalen.

Wat in China opvalt is dat overal op straat wasgoed te drogen hangt. Volgens David de nationale vlag van China.
Via de oude Yu Yuan winkelstraat komen we bij de meer dan 300 jaar oude tuin, die aangelegd werd in opdracht van de familie Pan.
Tussen 1559 en 1577 is er onophoudelijk aan de tuin gewerkt. In 1842 werd tijdens de opiumoorlog de tuin door een bombardement getroffen.
De tuin is werkelijk schitterend aangelegd met rotspartijen en vele vijvers.


Na het bezoek aan de tuin is er weer tijd om te shoppen in de oude stad, waar juist een cultureel festival van start gegaan is.
Mieke koopt er Chinese pyjama’s voor onze kinderen en kleinkinderen.
Na de lunch maken we een rondvaart vanuit Du Kou over de Huangpu-rivier. De kosten bedragen 100 Yuan per persoon.
Aan de kant van de oude stad zien we de boulevard, de Bund, met zijn wandelpromenade en veel neoklassieke gebouwen in de New York stijl. Deze gebouwen stammen uit de dertiger jaren en werden door de Engelsen en Fransen gebouwd.
Aan de andere kant van de rivier een fascinerende skyline met alleen maar nieuwe futuristische gebouwen, waaronder de tv-toren en de Yin Mao toren.
Het is een uitzonderlijk mooie dag vandaag, wat de rondvaart tot een fantastische ervaring maakt.

Na afloop maken we een wandeling door Nanjing Lu (de oude winkelstraat) en drinken koffie op de promenade bij Amorino.
Shanghai is de meest bruisende en gezellige stad die we tot nu toe gezien hebben.
Als we terug in het hotel zijn, eten we snel iets op onze hotelkamer.
Om 18.30u staat de bus al weer voor de deur om ons naar de Yin Mao Toren te brengen. Als we bij de toren aankomen is het donker geworden.
De toren is 420½ meter hoog en daarmee momenteel het 4 de hoogste gebouw ter wereld.
Ondertussen is de Yin Mao Toren alweer door zijn buurman in hoogte voorbij gestreefd.
Na een kwartiertje wachten, het is behoorlijk druk, brengt de lift ons in sneltreinvaart (9 meter per seconde) naar boven. Het eindpunt ligt op de 88 e verdieping op een hoogte van 388 meter.
Je hebt nauwelijks in de gaten dat het zo snel gaat. Je oren slaan enkele keren dicht, een paar keer slikken en het probleem is opgelost.
Boven aangekomen lijkt het wel een sprookje uit duizend en een nacht. De stad is een zee van kleuren, boven de rivier is er vuurwerk. Het lijkt wel of je droomt.
In het midden van het gebouw kun door een brede schacht naar beneden kijken, van de 88 ste naar de 53 ste verdieping van het Hyatt Hotel. Een gat met een doorsnede van 27 meter en 152 meter diep.
We blijven 1½ uur boven. De tijd vliegt voorbij en we komen ogen tekort.
Als we na deze onvergetelijke ervaring beneden komen, staat er nog steeds een rij van enkele honderden meters lang. Allemaal mensen die nog naar boven willen.

Met een treintje gaan we via een tunnel onder de rivier terug naar de Bund.
Tijdens de rit door de tunnel valt er te genieten van een lasershow. Het valt echter in het niet bij hetgeen we zojuist ervaren hebben.
We hebben nog wat tijd om over de promenade te wandelen. Een meisje met jasmijn volgt ons onafgebroken. Slechts een doel voor ogen; iets proberen te verkopen.
Als de politie ten tonele verschijnt, maakt ze zich evenals alle andere verkopers snel uit de voeten. Om vervolgens, als de politie weer uit beeld is, zo snel mogelijk weer terug te keren. Dit kat en muisspelletje lijkt zich eindeloos te herhalen.



Dag 17 - Shanghai – Guilin


Vanmorgen zijn we vrij. We doen nog snel wat boodschappen voor onderweg, vanavond vliegen we immers naar Guilin.
Om 11.45u gaan we met de bus naar de Jade Buddha Tempel. In de tempel zijn twee speciale boeddha beelden ondergebracht; een staande en een liggende.
Beide Boeddha’s zijn gemaakt uit een stuk witte jade.
De in Birma gemaakte beelden zijn een donatie van een rijke chinees. Ze zijn door een monnik opgehaald en vervolgens in Shanghai achtergebleven.
Van 1911 tot 1918 is er voor de beelden een speciale tempel gebouwd, in de stijl van de Songpaleizen.
Bij binnenkomst in het tempelcomplex staan er 4 wachters met symbolische wapens, die de boeddha’s beschermen.
Tijdens de Culturele Revolutie zijn alle monniken naar huis gestuurd, waarna ze in 1978 weer teruggekeerd zijn. Sindsdien wordt de tempel nog steeds dagelijks gebruikt. We bekijken die twee Boeddha’s uit witte jade, die in speciale zalen ondergebracht zijn. De liggende Boeddha is omringd door souvenirkraampjes. Hoe wordt ik slapend rijk?
Bij de uitgang is er een groot bord met daarop allemaal briefje geplakt. De gelovigen maak hier hun donaties aan de tempel kenbaar.

We eten in een restaurant op de ‘seconde floor’ , zoals David het consequent noemt.
Jan is zichtbaar geïrriteerd en laat dit duidelijk bij de restaurantmanager weten.
We zitten met acht mensen aan een tafel, er is echter slechts voor hooguit 5 mensen eten. Na de klacht van Jan wordt alles snel recht gezet.
Daarna brengt de bus ons naar het Hongqiao vliegveld in Shanghai. We drinken er allereerst koffie; prijs 50 Yuan per kop.
Op het vliegveld lopen we Albert uit Tilburg tegen het lijf

We kunnen onze ogen bijna niet geloven. Vijf jaar geleden toen we in Peru waren, zat Albert bij ons in de groep. Albert gaat net als wij met vlucht FM 9331 van Shanghai Airlines naar Guilin.
Om 18.15u vertrekt de Boeing 767 voor de 2 uur durende vlucht, een afstand van 1200 km. De vlucht verloopt voorspoedig. Onderweg moet de piloot wel uitwijken voor een grote onweersbui.
Ook is de smakkende kauwgum etende Chinees voor ons een behoorlijk storend element.
Eenmaal uitgestapt merken we snel dat we in een subtropisch gebied aangekomen zijn. De temperatuur is zo laat op de avond nog 28 ºC en de luchtvochtigheid is hoog.
We worden opgewacht door onze gids Simon, een opgewonden mannetje, en de chauffeur Ni.
Het is nog even rijden naar Guilin, dat 30 km van het vliegveld ligt.
Het is bijna 22.00u en op straat is het gezellig druk. De komende twee dagen verblijven we in het Guilin Osmanthus Hotel.



Dag 18 - Guilin


Guilin bestaat bekend om zijn karstgebergte, met zijn grillig gevormde pieken. Driehonderd jaar geleden was er op deze plaats nog een oceaan.
De bodem is omhoog gedrukt en rivieren hebben het zandsteen uitgesleten. De zachtere delen zijn weggespoeld, terwijl de hardere delen zijn blijven staan.
We maken een meer dan 40 km lange boottocht over de Li-rivier. We zijn zo’n vier uur onderweg van Daxu naar Yangshuo. Het landschap ziet er werkelijk betoverend uit.
Op een 20 Yuan bankbiljet is zelfs het karakteristieke landschap afgebeeld.
Onderweg zien we aan de oever bootjes liggen met aalscholvers, waarmee ’s nachts op traditionele wijze gevist wordt.
Tijdens de tocht krijgen we osmanthuswijn te proeven, het heeft de kleur en smaak van port.
We eten aan de boord en de bemanning haalt alle mogelijke truckjes uit de doos, om je iets aan te smeren.
In de omgeving van Yangshuo is het zo druk, dat we met een stuk of tien andere schepen in konvooi varen. Het is vandaag zondag en de Chinezen hebben een vrije dag. Met duizenden zakken ze op bamboevlotten de rivier af.


De omgeving is fantastisch, maar we zijn in een supertoeristisch gebied: het Volendam van China.
Voor 100 Yuan per persoon maken we in een gemotoriseerd karretje een rondrit over het platteland. Op kleine terrasvormige akkers planten de boeren rijst. Het klimaat is er warm en nat.
Rijst heeft een minimale groeitemperatuur nodig van 25 ºC, vandaar dat de boeren hier tweemaal per jaar kunnen oogsten.
Ook bezoeken we een boerenwoning om te kunnen ervaren hoe primitief deze mensen leven. De enige luxe die ze hebben is een tientallen jaren oude televisie.
In de schuur hebben ze hun met zwart en rood beschilderde doodskist al klaar staan in het geval ze mochten overlijden.
De doodskisten worden gemaakt van de doodskistboom. Als een kind geboren wordt, wordt een doodskistboom geplant om er later een doodskist van te kunnen maken.
Als we bij de brug over de rivier aankomen, worden we door een oud mannetje tegengehouden. De toeristen moeten tol aan hem betalen, de Chinezen mogen zo door.
Enkele van ons maken aanstalten de brug over te steken, maar het oude baasje bijt aardig van zich af. Hij maakt zich zo breed mogelijk om te voorkomen dat er iemand langs glipt.






Daarna weer terug naar Yangshuo. Wim blijkt jarig te zijn en ondertussen is het ook bij Jan doorgedrongen dat Mieke tijdens deze reis jarig is geweest. Er wordt spontaan een lang zullen ze leven op straat gezongen.
Jan roept tegen een fluitist die in de buurt staat; hou je fluit. De man ziet de lol er wel van in en stopt meteen met zijn concert.
Mieke krijgt als cadeau een tasje en een zittende Boeddha die geluk brengt. Daarna geeft ze samen met Wim een rondje ijs bij KFC. De fluitist wordt hierbij niet overgeslagen.
De bus brengt ons vervolgens terug naar Guilin, een afstand van 75 km. De hele rit zien we om ons heen de typische vrijstaande pieken van het karstgebergte.
We eten voor 75 Yuan per persoon in het hotel. De enigste keuze is het buffet, wat overigens van een prima kwaliteit is.
Om 20.15 gaan met in totaal 11 mensen naar het vissen met de aalscholvers. De bus brengt ons naar de Li-rivier. Bij het uitstappen lopen we opnieuw Albert tegen het lijf. We gaan aan boord van een schip, dat met 2 vissers langszij de rivier opgaat.
Aalscholvers worden zo’n 20 jaar oud en worden als kuiken uit het nest gehaald. Ze worden door de visser groot gebracht en zien hem daarom als hun moeder. De vogels volgen de visser overal naar toe.
Meestal heeft een visser vier aalscholvers. Bij het vissen dat alleen in het donker plaats vindt is de boot voorzien van twee olielampen. De vis komt op het licht af en de lampen dienen tevens als herkenningspunt voor de vogels.
Het is fascinerend om te zien hoe de vogels op commando van hun baasje het water in duiken. In het heldere water zien we, hoe ze onder het vissersbootje door duiken. De vogels blijven slechts kort onder water. Ze komen kort boven en duiken meteen weer onder.
Als een van de vogels wat gevangen heeft, klimt het dier meteen op het bamboebootje en maakt een knorrend geluid. De vogel heeft een touwtje om zijn nek, zodat de vis niet doorgeslikt kan worden.
De visser knijpt de vis uit de keel van de vogel, waarna het dier weer vrolijk het water in duikt.
Omdat de aalscholver weinig vet op zijn veren heeft kan het dier slechts 30 minuten in het water blijven, vandaar dat na een half uur met de pret gedaan is.
Na afloop staan de vogels vrolijk op de boot met hun vleugels te wapperen. Op deze manier worden ze weer snel droog.
De avond wordt besloten met een stadstour door het sfeervol en uitbundig verlichte Guilin. Om energieverspilling maakt zich geen chinees druk.



Dag 19 - Guilin - Guangzhou


We blijven vandaag in Guilin. Allereerst gaan we met de kabelbaan de Yaoshan berg op. Na 20 minuten zijn we boven, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over het karstgebergte.
Daarna staat een theeplantage op het programma. Naast de teelt is er ook de verwerking van de theebladeren te zien.
De verschillende theesoorten komen allemaal van dezelfde struiken. Het enige verschil is het tijdstip waarop de bladeren geplukt worden en de verdere verwerking ervan. Nadat de bladeren 32 tot 72 uur gefermenteerd zijn, worden ze in een ketel geroosterd.
Vervolgens worden de bladeren met de hand geperst om het sap te verwijderen. Wanneer te veel vocht in het blad achterblijft, leidt dit tot een bittere smaak van de thee.
Daarna wacht men een week zodat de aromastoffen oxideren. Ten slotte worden de bladeren nogmaals geroosterd en zijn ze klaar voor gebruik.
Het bezoek wordt afgesloten met een proefsessie, waarbij we verschillende theesoorten te proeven kijken.

Tijdens de proefsessie wordt ik door onze Chinese gids geroepen. We hebben vanmorgen onze bagage in moet leveren voor de treinreis van vannacht. Een van onze koffers is geweigerd, er schijnt iets verdachts in te zitten.
Men denkt aan aanstekers en dat is verboden. Uit eindelijk blijken het 2 verlichtte sleutelhangers te zijn, die we van Jan gekregen hebben na het bezoek aan de Yin Mao Toren. Het beveiligingspersoneel op de luchthaven van Shanghai deed er ook al moeilijk over. Geen ramp maar een koffer zullen we vannacht zelf mee moeten sjouwen.
Na de lunch de verassing van deze reis. We gaan naar Seven Star Scenic Area, waar twee uitermate zeldzame reuzenpanda’s zijn ondergebracht. Normaliter leven deze dieren in de provincie Shanxi op een hoogte van 2600 tot 3500 meter.
De dieren, die alleen jonge bamboescheuten eten, zijn uitermate lui en slapen een groot gedeelte van de dag.
Volgens Margriet krijgen de dieren een paar dagen niet te eten als er belangrijk bezoek komt. Op die manier verzekert men zich ervan dat de gasten de dieren te zien krijgen.
Wat een geluk een van de panda’s is juist aan zijn dagelijkse bamboemaaltijd begonnen. Zie je Margriet hoe hoog de Chinezen ons inschatten!




Als laatste bezoeken we de rietstengelgrot. De druipsteengrot heeft zijn naam te danken aan het riet dat bij de ingang groeide en waarvan de lokale bevolking fluiten maakte. De grot is pas in 1959 ontdekt.
In het Kristallenpaleis wordt een lasershow opgevoerd.

Nadat we bij KFC een hamburger gegeten hebben, zet de bus ons om 21.00u af bij het station in Guilin. Deze keer geen megatreinstation, maar een leuk gebouw dat er netjes uit ziet. Er is zowaar een patio met mooie bonsaibomen. Zelfs de toiletten zien er verzorgd uit…het kan dus toch.
In de wachtruimte stalt Maya de inhoud van haar inmiddels uit 7 koffers bestaande collectie uit. De Hema zou er jaloers op worden en een aantal giechelende Chinezen staan aan de grond genageld bij het zien van al dit moois.
Om 21.48u vertrekt de trein naar Guangzhou, een afstand van 890 km. We delen een coupé in deze luxe slaaptrein met Louis en Ria. Nadat we een biertje gedronken hebben gaan we naar bed.



Dag 20 - Guangzhou


Tegen 7.00u word ik wakker. Ik heb in een ruk doorgeslapen.
Buiten trekt een mooi groen bergachtig landschap aan ons voorbij. Boeren bewerken met waterbuffels hun kleine terrasvormige rijstveldjes. Vissers staan tot hun middel in het water.
Ook hier is het een armzalige bedoeling. Het platteland heeft niet meegedaan in de economische groei van China. Er is hier nog veel werk aan de winkel.
Om 9.00u arriveren we in Guangzhou, het voormalige Kanton. Guangzhou is een stad met 10 miljoen inwoners en het financiële hart van de regio.
Het is tropisch warm en we moeten een heel eind lopen naar de bus. Tot overmaat van ramp moet ik mijn loodzware koffer ook nog meesjouwen.
De bus brengt ons naar het Lido Hotel, waar we 2 nachten zullen blijven.
Op de 30 ste verdieping staat het ontbijt al voor ons klaar. Nadat we ons wat opgefrist hebben begint rond het middaguur het programma.
De bus stopt bij de Dr Sun Yatsen Memorial Hall, waar verder niets te zien is.
De volgende stop is de Tempel van de Chen-clan, die in 1894 in opdracht van de rijke familie Chen gebouwd is.
Het complex bestaat uit een vooroudertempel en een school. In de vooroudertempel werden voor de Culturele Revolutie de tabletten van de voorouders bewaard. Deze zijn helaas tijdens de Culturele Revolutie verbrand.
In en om de tempel vallen de fraaie steen sculpturen en kramieken voorstellingen op.
In een van de gebouwen is een expositie van been- en ivoorsnijkunst. Aan de voorwerpen wordt vaak jaren gewerkt, voordat ze klaar zijn.Bij het verlaten van de tempel zien we de Goden van de deur, Qin Qiong en Yuchi Gong.
Deze gewoonte gaat terug naar de 7 e eeuw en biedt bescherming tegen het kwade. Tot slot gaan we naar de Qingping markt waar specerijen, groente, geneesmiddelen en alles wat beweegt en ooit bewoog verkocht wordt. Kanton doet zijn naam eer aan, alles wat op twee of meer poten loopt wordt er gegeten.
Leo maakt zijn eerste positieve opmerking tijdens deze reis. In verband met het veelvuldig voorkomen van rabiës in China, geen honden en katten aanraken!
Na het uitbreken van SARS enkele jaren geleden, zijn er helaas wel een aantal dieren van de markt verbannen.
Als we terug zijn bij het hotel maken Mieke en ik een wandeling door de tegenover gelegen hutong. Dit zijn de restanten van het echte China met zijn straathandel en lachende mensen met een mond vol rotte tanden.
Na het avondeten maken we in de stad onze laatste Chinese geld op.
Wat je absoluut niet mag missen is een Chinese bh-winkel. De grootste maat is een naar onze begrippen A-min cup.

Ook hier het kat- en muisspel met de politie. Zodra de politie verschijnt zetten de straathandelaren, alles zo snel mogelijk bij elkaar pakkend, het op een lopen. Er is er zelfs eentje bij die met een heel rek vol kleding voor de politie uitrent.



Dag 21 - Hongkong


Vandaag vroeg uit de veren om 5.30u gaat de wekker. We maken een uitstapje met de ferryboot naar Hongkong.
Sinds 1997 valt Hongkong weer onder Chinees bestuur. Toch verlaat je officieel China en dat betekent de bekende douanepoespas. Om vanavond weer terug te kunnen keren heb je een visum met een double-entry nodig, wat al in Nederland geregeld is.
Zelfs Chinezen hebben voor Hongkong een visum nodig. Dit om illegale emigratie te voorkomen.
Om 8.30u vertrekken we met een catamaran turbojet de ‘Liang Gang Hu’. Zo nu en dan is de zee behoorlijk ruw en spat het water tegen de ramen.

Om 10.30u arriveren we in Kowloon, waar we opgewacht worden door onze gids Bill. In deze vroegere Engelse kolonie is het opletten geblazen, het verkeer rijdt er links.
In 1997 is Hongkong door de Engelsen aan de Chinezen overgedragen, en er geldt nu een overgangsperiode van 50 jaar.
Tot die tijd blijft Hongkong een eigen economische politiek voeren.
Het belastingparadijs Hongkong heeft 7 miljoen inwoners en is meer dan overbevolkt. De stad is een aaneenschakeling van hoogbouw. Wonen in deze stad is nagenoeg onbetaalbaar. De huurprijs voor een appartement bedraagt €40 tot €100 per m²/maand. De koopprijs bedraagt €20.000 per m². Een gemiddeld appartement hier heeft slechts een oppervlakte van 50 m².
Vaak wonen er 3 tot 4 families in een appartement om zo de woonlasten nog enigszins dragelijk te maken.
Het klimaat is subtropisch en er valt 2 meter regen per jaar. Afgelopen zaterdag is de stad door de eerste typhoon van dit jaar getroffen.
Vele straten stonden blank, maar de schade is al grotendeels hersteld.
We gaan met de bus door de tunnel naar Hongkong eiland. We rijden direct naar Victoria Peak, vanwaar we geheel Hongkong kunnen overzien.
Mieke en ik eten bij Delifrance een broodje met een kop koffie. Voor twee personen betalen we HK $ 120 (€12). Dit zijn andere prijzen als dat we afgelopen weken gewend waren.
Daarna zet de bus ons af in Aberdeen, waar we de vissershaven bezoeken. Met een sampanboot, een oude vissersboot, maken we een rondvaart door de haven. De kosten bedragen HK $ 55 per persoon.
De vissers hebben geen huis en wonen daarom op hun scheepjes. In de haven is zelfs een speciale plaats ingericht, waar de vissers kunnen schuilen, in het geval van een typhoon.
Na afloop gaan we terug naar Kowloon, waar Mieke en ik een wandeling maken over de boulevard, bij de ferryterminal. Het is er een komen en gaan van allerlei schepen.
Om 21.30u zet de ferry ons weer af bij de terminal van Guangzhou.

Jan houdt een afscheidswoord in de bus en als laatste staat het afscheidsdiner op het programma.
Het restaurant is compleet uitgeleefd en veel is er ook niet in de inventaris geïnvesteerd. Niet direct een plaats die je als eerste in gedachte krijgt bij het horen van het woord afscheidsdiner. Toch is het eten er onverwachts goed. De nodige afscheidswoordjes worden gesproken en Maya heeft voor Jan als cadeau een haan geschilderd.
Om 23.00u zijn we weer terug in ons hotel. Het einde van een drukke dag en van onze vakantie.

Dag 22 Guangzhou – Amsterdam
Om 5.30u worden we gewekt voor het ontbijt. Daarna gaan we met de bus naar Baiyun Airport.
Controles, controles en nog eens controles….een grote werkverschaffing. Verder is de koffie op het vliegveld onbetaalbaar € 6,80 per kopje.
Om 10.00u vertrekken we met vlucht CZ345 voor de 2 uur durende vlucht naar Beijing.
In Beijing moeten we een uur wachten, voordat de vlucht naar Amsterdam wordt voortgezet. De tijd wordt hoofdzakelijk in genomen voor het uitvoeren van de nodige controles !
Als we opnieuw aan boord komen blijken er ook een tiental Nederlandse echtparen aan boord te zijn die hun Chinese adoptiekinderen, voornamelijk meisjes, zojuist opgehaald hebben.
Als het vliegtuig opstijgt zetten de iets oudere kinderen het op een huilfestijn, alsof ze het in de gaten hebben dat ze hun geboorteland voor goed verlaten.

De vlucht verloopt voorspoedig en rond 19.30 u landen we in Amsterdam.
Als we door de douane zijn staan er hele ontvangstcomités klaar van familieleden, die hun nieuw Chinese familieleden een warm onthaal bezorgen.
We zijn aan het einde gekomen van een boeiende en fascinerende reis.


Ook zin in vakantie na het lezen van dit reisverslag? Bekijk het reisaanbod naar China

Kadobon winnen?

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.