Skip navigation

Reisverslag: Koningssteden van Marokko

Door: Jan Bakker, IJmuiden 
Koningssteden van Marokko




Zondagochtend om 06:00 uur ging de Boeing van Transavia de lucht in die ons bracht ons naar het vliegveld van Marrakesh. Gelukkig voor Petra, die met haar vliegangst als een zombie in het vliegtuig stapte, kon zij in de cockpit eventjes een praatje maken met de piloot. Die piloot verzekerde haar toch echt wel dat hij zijn vrouw en kind erg graag wilde terugzien. Af en toe kwam er een stewardess langs die de situatie even kwam checken. “Wilt u er misschien soms even uit, mevrouw”? Pardon… Dat deden we dus nu nog maar niet.
Een dergelijk drieenenhalf uur vliegen en onderweg de klok twee uur vooruit. Voor mij in ieder geval een nachtje met weinig slaap.
Maar goed, in de ochtend landden we dus op een benauwd vliegveld in Marrakesh. Natuurlijk was het bij de douane een drukte van jewelste. Het leek erop dat de paar vliegtuigen die er landden allemaal rond dat tijdstip voet aan de grond kregen. Maar goed, na het invullen van een briefje met allerhande gegevens (waarvoor?) mochten we dan toch verder.
We werden opgevangen door onze gids die de komende periode ons “zijn” land zou laten zien; Mustapha. Een zeer goedlachse”Nederlands/Belgische” Marokkaan van 32 jaar. Hij ving niet alleen Petra en mij op, maar tevens 23 anderen. We hadden een rondreis geboekt in een groep. Ook deze groep zou later blijken bijzonder mee te vallen. Dat moet je toch altijd maar afwachten.
We maakten voor onze reis in Marokko gebruik van een luxe touringcar. De chauffeur heette Abdel, zijn bijrijder Tibari. Deze jongen “nog” bleef altijd bij de bus als de groep er niet was. Hij sliep er zelfs in. Een leuke, maar zeer verlegen knaap. Abdel vond ik wel een gaaf ventje. Iedere dag een paar keer de hand schudden en in mijn beste Arabisch “goedemorgen” zeggen. Na die acht dagen had ik dat wel onder de knie ook.
Op het vliegveld, tijdens het lopen met onze bagage naar de bus kwamen er meteen een aantal Marokkanen op ons af die die koffers graag van ons overnamen en zelfs ongevraagd deze in de bus zetten. Meteen handjes ophouden ook. Hou ik niet van, hè? Gelukkig hadden Petra en ik relatief kleine koffertjes mee die bovendien van wieltjes voorzien waren. Leve Corus, ja.
Aanvankelijk zouden we direct vanaf het vliegveld naar Casablanca rijden, maar dit werd iets omgegooid, zodat we aan het einde van reis een vrije middag in Marrakesh zouden overhouden in plaats van de gehele dag een programma te hebben.




Ons eerste bezoek vond daarom plaats in Marrakesh alwaar wij de Majorell tuinen bezochten. Prachtige cactussen, mooie knalblauwe en gele kleuren in vazen en gebouwen en bovendien redelijk veel schaduw, wat wel handig was betreffende de hitte. De eerste plaatjes konden zo worden geschoten.
De lunch was eveneens in Marrakesh, in een tentje tussen de Koutoubia Moskee en het beroemde Djema el-fna plein in. We konden heerlijk bovenin op het buitenterras zitten. In de middag dan toch eindelijk op weg naar Casablanca. Zo’n drie uur rijden en zo’n 250km.
Een tussenstop werd onderweg gemaakt bij een benzine station, waar je tevens kon eten en drinken. Qua valuta had ik in Nederland al wat Marokkaanse dirhams overgenomen van mijn buren. Zo’n 50 €, oftewel 500 Dhr. Mijn eerste ijsje kon ik hier niet laten liggen. Een soort magnum, maar dan met pistache ijs erin. Kan dat hier worden ingevoerd?

Ons hotel voor één nacht heette hotel Transatlantique. In Casablanca reden we nog langs een heus platenzaakje. Helaas even te ver weg om naartoe terug te lopen en te kijken wat er zoal verkocht werd aan vinyl. Jammer genoeg zou dit de gehele reis het enige platenwinkeltje zijn dat ik zou tegenkomen. Maar ja, dat heeft dan ook wel weer een voordeel. Het geld blijft in de pocket.
Het hotel bevatte veel “Franse” sferen en was erg mooi. Misschien wel een beetje over de top, maar de ontvangst was prachtig en onze kamer prima. Het water was dan wel minder warm, maar grapjas Mustapha beloofde ons de verdere reis persoonlijk van warmwaterkruiken te voorzien. Gelukkig geen lastige klanten in de groep. Petra en ik maakten voor het avondeten nog even een kort wandelingetje door Casablanca. We dronken ook nog wat in een lokaal tentje. Tsja, en dat met voetbal op de TV…
Het avondeten was verder prima. De drankjes bij het eten waren voor eigen rekening. Gelukkig werd er geen gebruikt gemaakt van een gezamenlijke pot hiervoor. Die was er wel voor allerhande fooien en entree gelden.
Om 07:00 uur werden we via het hotel gewekt, om anderhalf uur later uit ons hotel te vertrekken. Ik had aan Petra gevraagd haar mobiele telefoon ook op alarm te zetten, maar dan een kwartiertje later. Konden we heel even langzaam wakker worden. En dat in gescheiden bedden...
Ze was alleen wel vergeten de tijd aan te passen in de Marokkaanse. Ik vond het nog zo stil buiten. Mijn horloge gaf 05:15 uur aan… We konden toch nog even wat langer blijven liggen. Verder wel lekker geslapen na een lange dag.
Het ontbijt was niet zo bijzonder maar broodjes en thee waren voor mij genoeg.




Om 09:00 uur stond er een afspraak gepland in een van de grootste moskeeën ter wereld, de Hassan II moskee in Casablanca. Deze moskee heeft de hoogste minaret (toren) ter wereld, nl. 200 mtr. De moskee is niet alleen van buiten prachtig om te zien, zij ligt overigens voor een gedeelte in zee, maar van binnen is het pracht en praal wat de klok slaat. Marmer, mozaïeken, cederhout… Ik geloof dat er binnen wel 20.000 gelovigen “hun ding kunnen doen”, terwijl er buiten ook nog eens plaats is voor 80.000 personen. Indrukwekkend.

Na dit fraaie bezoek op weg met de bus naar de economische hoofdstad van Marokko, Rabat. Een tochtje van ca. 150 km. Onderweg werd door onze gids gevraagd wat wij met de lunch wilde eten. Waar, dat was geen issue, want dat werd geregeld. Voor mij een ietwat vreemde gang van zaken, dus ik besloot maar over te slaan. De lunch vond plaats bij een restaurant in een achteraf steegje in Rabat. Geen uitzicht, niets. Wel de ene na de andere groep die binnenkwam om daar hun lunch te nuttigen. Ik vond ’t zelfs een beetje gênant worden. Maar goed, Petra was mee, dus ik besloot er dan ook maar niets van te zeggen.

De rest van de rondtour door Rabat werden we vergezeld van een plaatselijke gids, Fatima geheten. Een hele leuke vrouw en net als Mustapha een bijzonder gevoel voor humor. We moesten het in de middag alleen wel met Engelstalige gebruiksaanwijzingen doen. Er stond als eerste een bezoek gepland aan het koninklijk paleis. Helaas konden we daar niet naar binnen voor een “bakkie doen” met de Koninklijke familie. Het bleef dus slechts beperkt tot de poorten en haar wachters en omringende gebouwen. Onderweg naar het mausoleum Mohammed V en de daarnaast “nooit afgebouwde” Hassan II toren reden we langs een aantal ambassades. Bij de Nederlandse een opvallend lange rij Marokkanen, de Amerikaanse werd door Fatima gekscherend “Embassy of Coca Cola`genoemd. Tsja, zo heeft ieder land zo zijn/haar eigen gedachten over deze grootmacht. Ik kon zelf wel lachen om de term die Fatima gebruikte. Het mausoleum is werkelijk pracht en praal. De toren omringd door allerhande pilaren en een muur. Mooi om daar wat foto’s te kunnen schieten.

Later op de dag bezochten we nog een mooie Kasbah aan de kust van Rabat. Kasbah des Ouiadas. Een prachtig blauwwit geschilderde woongemeenschap, ommuurt en met een fraai uitzicht over het water. En dan bedoel ik de Atlantische oceaan. Opvallend veel groen ook aanwezig in deze Kasbah, al zou je dat nooit verwachten. De omringende tuinen zijn een druk bezocht gebied door lokalen en toeristen. Het beneden aan de kust gelegen strand het walhalla voor Marokkaanse voetballers.
Ons hotel voor deze nacht heette Bouregreg, vernoemd naar de rivier die Rabat in tweeën splijt. Aan de ene kant is dat dus Rabat, aan de andere kant het oudere maar inmiddels druk bebouwde Salé. Op de kamer moest even naar de airconditioning worden gekeken, maar dat was snel gedaan. Verder een prima kamer. Peet en ik konden voordat het diner werd geserveerd nog eventjes de stad in. Niet al te ver, maar we vonden al snel een soort markt bestaande uit verschillende lagen waar allerhande kleding verkocht werd. De zoektocht naar een supermarkt was wat lastiger. Dat zijn vaak hele kleine winkeltjes waar je in ieder geval Sidi Ali (water zonder bubbles), (en in ons geval) een zakkie chips kon kopen. Geeft toch nog een wat huiselijk gevoel, hè?

Wat minder was, is dat Petra zich na “thuiskomst” niet helemaal lekker voelde. Het leek, naar haar mening op een blaasontsteking. Nog voor ’t eten eventjes met Mustapha naar een avondapotheek. Geholpen door een meisje dat dan wel Marokkaans was, maar slechts Frans sprak. Haar moeder, die er even later bij kwam sprak wel Arabisch en zo kon Mustapha als tolk fungeren betreffende de problematiek van Petra. In gedeeltelijk Frans en Arabisch. Heeft met aristocratie te maken dat rijke families de Arabische taal niet willen spreken. In ieder geval kreeg Petra een 10 daagse antibiotica kuur mee. Gelukkig dat zij wel een en ander van medicijnen af weet. Een dokter bleek gelukkig niet nodig en kon verder ook de rest van de reis achterwege blijven. Vooral voor Petra was de nacht in het Bouregreg hotel erg onrustig en heeft ze nauwelijks geslapen. De volgende ochtend ging het gelukkig al weer wat beter en stond er bovendien een intensieve en bovendien erg warme dag op het programma. Van Rabat via Meknes, Moulay Idriss en Volubilis naar Fès. Zo´n 200 km. `bussen`.




In Meknes zijn het vooral de stadspoorten in de ommuring die in het oog springen. Zo maakten we dan ook stops bij een aantal van deze `babs`. Bab Mansour is wellicht de bekendste. Ook in Meknes werd net als in Rabat gebruik gemaakt van een lokale, plaatselijke gids. Ditmaal Timet. Een magere vrouw met een beetje een vale huid. Dat is overigens niet verwonderlijk in Meknes. Het was hier ooit een smeltkroes van allerlei culturen en volkeren en dat vertaald zich anno nu nog steeds. Naar het schijnt wonen de mooiste vrouwen ter wereld in Meknes… Nou ja, op één na dan…
In 2001 maakte ik dus eveneens een rondreis door Marokko. Toen een tweeweekse met daarin een aantal meerdaagse wandelingen, maar ook een bezoek aan de zg. Koningssteden. In Meknes kwam ik dus een aantal bezichtigingen tegen waar ik al eens was geweest. Da’s echter geen schande, hoor?

De bezienswaardigheden in Meknes richtten zich volledig op de oudheid. En wel de 17e eeuw. Sultan Moulay Ismail resideerde in Meknes. We bezoeken dan ook voornamelijk plaatsen die gelieerd zijn aan zijn naam. Het mausoleum van deze sultan vormt zeker een hoogtepunt. Pracht en praal, wat een schitterende kleuren blauw en rood en wat een mozaïeken. Om te watertanden.
In de middag stond een bezoek aan de vroege Romeinse (ruïne) stad Volubilis op het programma. Eerst stond er echter een tajinelunch op het programma in het uiterst heilige bergplaatsje Moulay Idriss, nabij Volubilis. Tsja, het Marokkaanse eten als Tajines en couscous, met veel gestoomde groente, aardappels en vlees… Ik geloof dat ik nooit vrienden mee word. Maar ik heb in deze acht dagen zeker niet geklaagd.

Volubilis. Ja, ik hou van ruine velden en overblijfselen uit de Romeinse tijd. Zo bezocht ik al eerder Jerash in Jordanië, Palmyra in Syrië en Baalbek in Libanon. Volubilis kan hier zeker niet aan tippen. De mozaïekvloeren die je hier vindt zijn echter niet te evenaren. Okay, Madaba in Jordanië heeft er in een kerk eentje liggen die nog bijzonder fraai is, maar de vloeren in Volubilis liggen in de open lucht. Bloedheet was het deze middag. Gelukkig had iedereen wel een hoofddeksel of sjaal mee om ieder geval hoofd en schouders te bedekken. Wat is het dan lekker dat je toch overal flesjes water kunt kopen…
In de middag nog zo’n 90 km. Bussen naar Fès. In deze plaats hebben we twee overnachtingen in hotel Mounia. Voor mij een weerzien met dit hotel, want ook in 2001 verbleef ik hier. Ik moet wel toegeven dat ik toen ik het hotel betrad daar nog maar weinig van wist. De entree in het hotel is een aaneenschakeling van mozaïeken. Vloeren, wanden, plafonds en noem verder maar op. Om duizelig van te worden. Gelukkig dat het met Petra wel wat beter gaat.
Het eten in dit hotel, ontbijt en diner is erg goed. De kamers zijn dan wat klein, maar verder wel okay. In het hotel is ook een bar aanwezig. Opvallend is dat hier wel veel Marokkaanse mannen aanwezig zijn, maar Marokkaanse vrouwen zich nauwelijks laten zien. Waarom?




De volledige dag dat we in Fès, de oudste koningsstad zijn worden we wederom begeleidt door een plaatselijke gids. Ibrahim. Ibrahim is een grapjas. Een goedlachse man die het hardste lacht om zijn eigen grapjes. Gelukkig werkt dat in de groep wel aanstekelijk.
Eerst lopen we een stukje van de (een) Koninklijke poort door de joodse wijk, Mellach genaamd. Hierna gaan we naar een heuvel buiten de stad alwaar we een mooi uitzicht hebben over de stad Fes, en dan met name Fès el-Bali, oftewel de oude ommuurde medina, waar wij in de middag zullen verblijven.
Hierna gaan we ook nog naar een steenhouwerij, waar we zien hou al die mozaïeken worden gemaakt. En dat is allemaal handwerk! Je schaamt je bijna als je aan het einde van de rondleiding natuurlijk in een winkel beland en dan hard moet gaan onderhandelen over de prijs. Maar ja, dat doen we dan toch maar, want 18€ voor een schaaltje is toch wel erg veel geld. En we kochten er twee… Voor 50 Dhr. Namen we hier ook nog een zakje met losse mozaïeksteentjes mee.
Een verkoelend drankje op een mooi terras in een tentje vlakbij de medina doet me erg goed. Alvorens we dan eindelijk de medina in gaan wissel ik bij een bank nog wat euro’s om in dirhams. Al eerder deed ik dit twee keer in een hotel, maar kwam er achter dat je dit toch het beste bij een bank kunt doen.

De medina van Fès is een wirwar van smalle, al dan niet overdekte straatjes en pleintjes waar je allerhande ambachten tegenkomt. We blijven als groep bij elkaar want verdwalen doe je hier heel gemakkelijk. Het blijft verbazingwekkend hoe er hier nog gewerkt en gehandeld wordt. En alles in de open lucht. Onpasselijk word ik van de slagers en visboeren. Alleen de lucht al. We bezoeken verder nog een zeer oude Koranschool, een weverij en een leerlooierij. De laatste twee uiteraard vanuit een winkel. De leerlooierij in Fès is een verhaal apart. Van bovenaf (via een winkel) krijg je zicht op de werkzaamheden, en dan vooral het kleuren van het leer. Dat zou hier met allerhande arbo wetgevingen zeer zeker niet mogelijk zijn. En dan de lucht die er hangt. Bij binnenkomst krijg je dan ook gelijk een mint-takje onder je neus geduwd. Indrukwekkend is het allemaal zeker. De verschillende verkopers zijn verder erg opdringerig. In een weverij wordt Petra nog als een heuse prinses van een hoofddoek voorzien. Staat haar goed. Die doek namen we ook meteen maar mee. En Peet keek haar ogen uit naar al die “tassies”…
De lunch gebruikten we eveneens in de medina. Al eerder op de dag had Mustapha al genoteerd wie wat wilde gebruiken. Er was keuze uit twee mogelijkheden: De lokale specialiteit “Pastilles”, een soort van loempia gevuld met gekruide kip, of kalkoenspies. Petra koos voor het eerste; ik voor het laatste. Petra’s keuze was echter veruit de beste. Natuurlijk wordt je weer binnengebracht in een toeristenvreetschuur van jewelste, maar wel een prachtig restaurant met voortreffelijk eten. Die pastilles zijn wat om te onthouden ook. Gelukkig kon Petra niet alles op en had ik na die spiesen nog wel wat ruimte over… Ook vandaag was het weer een zeer warme dag.




Na ons fijne bezoek aan Fès en de zeer aangename kennismaking met Ibrahim stond de volgende dag een forse reisdag op het programma. Door het Midden-Atlas gebergte richting het M’Goun massief van de Hoge –Atlas naar de plaats Beni Mellal. Toch een tripje van zo’n 300 km.
Onderweg een aantal bijzondere tussenstops. Zo is het plaatsje Ifrane on-Marokkaans te noemen. Je waant je hier in Oostenrijk of Zwitserland, alleen moet je de sneeuw even bij bedenken. Ongelooflijk hoe groen het in deze plaats is. Bij het plaatsje Arzou, iets zuidelijker gelegen is een weekmarkt aan de gang juist op de dag dat wij er langsrijden. Ook hier kunnen even kort wat sfeer proeven. In het plaatsje Khenifra gebruiken we de lunch. Een ultrasnelle overigens. Zitten-vreten-wegwezen. Er stond waarschijnlijk om de hoek een andere toeristenclub te wachten…
De tocht voert ons verder langs hoog en laag en langs een aantal meren. Onderweg krijgen we van Mustapha te horen dat Beni Mellal niet ons eindpunt wordt vandaag, maar het zo’n 20 km. verderop gelegen Afourer. Ons hotel niet hotel Chems maar een “upgrade” naar hotel Tazarkount. Een **** hotel met… zwembad.
Het Tazarkount hotel blijkt echt een plaatje. Okay, rondom het hotel is niet zoveel vertier te vinden, maar het zwembad maakt veel goed. Petra en ik maakten er dan ook dankbaar gebruik van. En wij waren niet de enigen. Het hotel is omringd door fraaie tuinen en heeft zelfs een tennisbaan (gravel). Fijn om hier te verblijven, al is het voor slechts één nacht.




De zesde reisdag in onze trip wordt de langste. Ca. 340 km. Van Afourer naar Marrakesh. Tevens dus onze eindbestemming. Daar waar allerlei winkeltjes op ons liggen te wachten.
Maar zover is het nog niet. Via een mooie rit door de bergen gaan we eerst naar de watervallen van Ouzoud. De zg. Cascades d’Ouzoud. Hier lunchen we ook. Dus het procedé van “Mustapha informeert van te voren” gaat weer op. De watervallen zijn werkelijk prachtig. Vanuit verschillende perspectieven kunnen wij deze dan ook bewonderen. Fotografen kunnen hier zeker hun hart ophalen. Er leven hier zelfs apen in het wild. En hoe moet dat dan ’s winters? Dan zijn deze watervallen waarschijnlijk nog veel en veel groter en breder. Nou ja, misschien ga ik dat nog eens bekijken. De lunch is een “all-in” met drankjes, voorafjes etc. en kost maar 100 Dhr p.p. Ik vond overigens het eten in deze vakantie niet echt duur. Nergens.
De eerste 160 km. Zaten erop, nu nog 180 te gaan naar Marrakesh. Wederom een prachtige rit. Door cederwouden en langs een fraai stuwmeer van El Ouidane. Maar dan toch in de vooravond het cirkeltje rond gemaakt en aangekomen in Marrakesh. Ons hotel voor twee nachten hier heet Al Kabir. Ook dit hotel bezocht ik al eens tijdens mijn vorige Marokko reis. Ik herinner mij nog de loop van het hotel naar het Djema el-fna plein. Dit echter pas morgen…

Deze vrijdagavond kon er optioneel worden geboekt voor een soort van “bonte avond” programma. Op een locatie buiten de stad kreeg je een geheel cultureel programma voorgeschoteld inclusief eten. De drankjes waren echter wel voor eigen “ hier duurbetaalde” rekening. Voor mij had dit niet gehoeven, maar ik was dus niet alleen deze reis. Het programma was verder wel okay. Diverse muziekgezelschappen die haar kunstjes vertoonden, een buikdanseres, die haar buik maar niet aan het rollen kreeg en vele dansgezelschappen. De paardenshow; ruiters met geweren, vond ik nix. Maar goed we werden vermaakt tot middernacht deze avond. Voorgaande avonden lagen we aanzienlijk eerder in bed.




Tijd om Marrakesh te verkennen op zaterdag de 25e. Dat gebeurde middels een ochtendprogramma dat startte bij de beroemde Koutoubia moskee en vergezeld van wederom een lokale gids, Khalid genaamd en verder al wandelend werd vervolgd door een drukke medina. Het grote verschil tussen de medina van Fès en die van Marrakesh is de wijze van vervoer in deze nauwe straatjes. In Fès zijn het ezeltjes die zorgen voor vervoer, in Marrakesh brommertjes. Die dingen maken dus veel herrie, ja! Dat begon aardig op mijn zenuwen te werken. “Bakkie doen” op een terras maar weer. Het was vandaag dus 44°C! Verkoeling vonden we hierna bij een heuse kruidendokter. Allerhande kruiden (voor eten) en medicinale kruiden werden hier tentoongespreid en zelfs voor een kleine massage (uiteraard achteraf tegen een kleine vergoeding) kon tijd worden vrijgemaakt. De masseuse had alleen geen tijd om erbij te lachen. Onze medicijnman wist het geheel aardig te brengen. De introductie van een potje met daarin een middeltje tegen haaruitval deed de wenkbrauwen bij mij wel fronzen… De man had zelf een scheiding in zijn haar van het formaat A9! Tsja, mij dan grijnzend aankijken met een potje “afslankrotzooi” in je hand… Daar maak je natuurlijk geen vrienden mee. Maar goed, Petra en ik gingen wel met een zakje kruiden de winkel uit. De “35 herbs” die gebruikt worden in het eten. Hier hadden we onderweg al een aantal malen mee te maken gekregen en dat beviel ons prima. In huize Bakker/Bleeker wordt vanaf vandaag dus ietwat “kruidiger” gekookt. Van de verdere rondleidingen in de ochtend, o.a. de Saadistische graven, heb ik niet zoveel meegekregen. Het was veel te warm en bovendien had ik het wel gehad ook. Op naar de medina en het Djema el-fna plein. Foto’s maken enneh… wat geld uitgeven aan souvenirs.
Vanaf het Al Kabir hotel is het toch nog wel zo’n 40 minuten lopen naar het Djema el-fna plein. Wel een gemakkelijke route. Hotel uit, eerste straat linksaf en daarna immer gerade aus. Daar aangekomen besloten we eerst maar eventjes wat te drinken op een boventerras met fraai uitzicht op het plein. Daarna kon het spel van “bargaining” beginnen. Voor onszelf kochten we een mooie “zilveren” grote schaal, die qua aanvangsprijs 900 Dhr moest kosten. We eindigden op 360 Dhr. Een Djellaba ging eveneens mee voor een stuk minder dan het eerste bod. Evenals twee sjaals voor Ilona en Leonie. In 2001 had ik nog bijna slaande ruzie met een verkoper over een trommeltje dat ik voor (te) weinig wilde meenemen. Gelukkig was daar nu geen sprake van. Ik had geen trommeltje op het oog. Ik vond dat de verkopers verder wel beleefd bleven ook.

In de avond na het diner bedankten we als groep onze gids/begeleider Mustapha die daar verrast en onder de indruk over was. Een hele fijne gozer.




De volgende ochtend namen we eveneens afscheid van chauffeur Abdel en Tibari. Op het vliegveld zelf was het erg rommelig. Er stond een grote groep in te checken namens het “Bas van der Goor diabetes fonds”, die hadden net de Toubkal beklommen. Van der Goor, in een vorig leven Olympisch goud volleyballer was er zelf ook bij. Tegen de tijd dat onze groep de derde rij (incheck, bagagecontrole en douane) had gehad, zou het vliegtuig al in de lucht moeten hangen. Gelukkig was dit nog niet het geval. Er was een uur vertraging. De geplande tussenstop in Agadir verviel gelukkig wel.

We zijn weer thuis. Ik was zondag namiddag nog niet binnen of het zweet brak me uit terwijl ik het koud had en kreeg bovendien heftige koppijn. Nu nog loop ik te snotteren en te proesten…
Zo, dat was “in het kort” een weekje Marokko. De foto’s zijn inmiddels allemaal uitgezocht en een fotoboek is in de maak.

Jan 29-09-2010


Ook zin in vakantie na het lezen van dit reisverslag? Bekijk het reisaanbod naar Marokko

Kadobon winnen?

Wilt u ook kans maken op een kadobon? Per kwartaal wordt de inzender van het mooiste reisverslag beloond met een kadobon.